Ontsnap uit het sprookje van de kleren van de keizer: ga het onderwijs in

Tekst Rosa Hofgärtner - Beeld Julia Veldman

Een op de vijf werkende mensen in het Westen vindt zijn eigen baan nutteloos. Zij hebben een bullshitbaan, volgens antropoloog David Graeber. Maar hé: je hoeft geen onzinwerk te blijven doen. VPRO Tegenlicht sprak Kees Bakker, opleidingsmanager van Hogeschool iPabo, over hoe je vanuit de bullshit het onderwijs in kan.

Miljoenen mensen spelen elke dag mee in het sprookje van De nieuwe kleren van de keizer: hun werk draagt een gewaad van flauwekul. Elke dag trekken ze het aan, stappen ze in de auto, halen ze koffie, checken ze hun mail, maken een praatje, wonen een meeting bij, een overleg, en een vergadering, en kijken van vier tot vijf op de klok. Collega’s staan erbij en kijken ernaar. Aan het eind van de maand is er salaris.

Wie zo’n bullshitbaan heeft, denkt vast wel eens aan stoppen. Maar het roer daadwerkelijk omgooien is lastig. Een baan, welke baan dan ook, levert salaris op, zorgt voor structuur en geeft je iets om over te praten op een verjaardag.

'Op een gegeven moment vroeg ik me wel af: moet ik nou een kapitaalkrachtige onderneming nog kapitaalkrachtiger maken? Goh, is dit het nou?'

Kees Bakker

Toch zijn er manieren om weg te lopen uit het sprookjesbos: de overstap maken van nutteloos naar zinvol werk kan zelfs al binnen twee jaar. Neem het onderwijs, typisch een sector waar mensen wél het nut van inzien: er bestaan allerlei mogelijkheden om je om te scholen tot leraar. iPabo is een hogeschool die zo’n omscholingstraject aanbiedt voor het basisonderwijs. Ik belde met Kees Bakker, hun opleidingsmanager, om te vragen hoe dat precies gaat.

Kees: ‘Je wilde met me spreken over droombanen.’

Ik: ‘Nou, niet per se droombanen, maar wel over banen met nut... die echt iets toevoegen aan de maatschappij.’

Kees: ‘Ik vind het tegenovergestelde van een bullshitbaan een droombaan.’

Kees Bakker

Het enthousiasme van Bakker is aanstekelijk naarmate we doorpraten. ‘Het is echt zinvol om leraar te worden. Je bent heel hard nodig’, zegt hij. Zelf heeft hij ook al een aantal carrièreswitches achter de rug: Bakker begon als wiskundeleraar in het voortgezet onderwijs, maar wilde al gauw wat anders uitproberen. Hij dook met zijn kennis van cijfers de bankenwereld in. ‘Dat ging prima. Ik zou het ook niet bestempelen als een bullshitbaan, maar op een gegeven moment vroeg ik me wel af: moet ik nou een kapitaalkrachtige onderneming nog kapitaalkrachtiger maken? Goh, is dit het nou?’

Het was het niet: Bakker ging terug het onderwijs in en zit daar nu alweer vijftien jaar. Nu helpt hij anderen bij het maken van precies zo’n switch. Hoewel hij na een omweg toch weer manager werd (hij kan er wel om lachen), is hij tevreden met zijn baan: ‘De maatschappelijke relevantie is anders.’

Als consultant ben je ook druk bezig, maar dat is anders, legt hij uit. 'Bij een kantoorbaan komt je eigen niet zo snel in beeld. In het onderwijs ben je niet alleen hard nodig, je komt ook jezelf tegen: jouw manier van communiceren heeft direct effect op de klas, op de groepsdynamiek.’ En dat krijg je terug. Stoppen met een bullshitbaan, omdat de zinloosheid je tegenstaat, getuigt van enige zelfreflectie. Een eigenschap die volgens Bakker essentieel is in het onderwijs. En zeker voor de klas.

Of je nu bankier, manager, communicatiespecialist of een marketinggoeroe bent, als je een hbo- of wo-opleiding hebt afgerond, kun bij een opleiding zoals die van Bakker via een kortere weg het onderwijs in.

De switch naar het onderwijs trekt mensen met allerlei achtergronden en motivaties, weet Bakker. Sommigen zijn net hun baan kwijt, anderen ontdekken pas later in hun leven een pedagogisch talent. ‘Ik kan me voorstellen dat veel van hen zich op hun vorige werk afvroegen: heeft dit nou nut? In een bepaalde fase van je leven ga je denken: had ik toch maar naar mijn hart geluisterd.’

De latere keuze voor het onderwijs kan ook te maken hebben met het wat suffige imago van de leraar. ‘Sommige leerlingen wilden eigenlijk altijd al het onderwijs in, maar dat was not done,’ zegt Bakker. ‘Als je vwo had gedaan, dan moest je naar de universiteit om advocaat of arts te worden. Het onderwijs was niet de bedoeling. Veel mensen worden door hun ouders of vanuit hun sociale omgeving tegengehouden. Van het gymnasium naar een hbo-opleiding gaan, valt vaak niet te bespreken. Een managementfunctie heeft meer aanzien. Je zou dan veel verantwoordelijkheid hebben’, legt Bakker uit. ‘Maar als leraar… dán heb je pas verantwoordelijkheid!’

‘Vijf jaar terug hadden we nog maar drie mensen in de zij-instroomklas. Nu zijn dat er bijna honderd.’

Kees Bakker

Het omscholingstraject biedt vooral praktijkervaring via een stage of een baan. Zo leer je snel pedagogische vaardigheden en andere kneepjes van het vak. Theorielessen krijg je maar een of twee dagen per week. Heel het traject duurt twee jaar, vertelt Bakker. 

Binnen zo’n omscholingstraject zijn er twee opties: ‘Je kunt je huidige werk houden en beginnen aan een deeltijdstudie’, zegt Bakker. ‘Of je stapt direct over en studeert af via de zij-instroom.’ Het verschil zit ‘m in de verantwoordelijkheden. Bij de deeltijdstudie gaat de overstap geleidelijk: ‘Je loopt eerst stage voordat je alle bevoegdheden krijgt om voor de klas te staan. De zij-instroom is abrupter: dan ga je meteen als volle kracht aan de slag.’ Dat laatste is handig, want dan krijg je meteen salaris. 

Je moet wel een selectieprocedure door als je wilt zij-instromen. ‘Je staat meteen voor de klas’, zegt Bakker. ‘Daar zijn bepaalde bevoegdheden voor vereist.’

De zij-instroom wordt steeds populairder. Ook bij Hogeschool iPabo: ‘Vijf jaar terug hadden we nog maar drie mensen in de zij-instroomklas. Nu zijn dat er bijna honderd’, zegt Bakker trots. Logisch wel, vindt hij. ‘Voor de klas staan is hard werken, maar het levert heel veel op.’

advertentie