Music in Europe: Rebellie

Een alternatieve soundtrack bij de documentaireserie Made in Europe. Thema: Rebellie!

De documentaireserie Made in Europe is gebaseerd op het gelijknamige boek Made in Europe van Pieter Steinz. Een caleidoscopische reeks essays over honderden culturele iconen uit Europa. Van Beethoven tot Pussy Riot en van Dracula tot Lego. Made in Europe spitst zich toe op acht grote thema’s, gerelateerd aan vrijheid. In de eerste aflevering is het thema: Rebellie. Dimitri Verhulst onderzoekt het verband tussen Socrates, Pippi Langkous, punk en Jacques Brel.

Vrije Geluiden op Radio 4 levert een alternatieve soundtrack bij de serie, aan de hand van de successievelijke thema's: rebellie, religie, vrije vrouwen, verbeelding, de duistere kant, verlangen, vernieuwing en idealen.

Igor Strawinsky

Misschien denk je bij klassieke muziek en rebellie meteen aan Le Sacre du Printemps. Wij in elk geval wel. Geen wonder: Le Sacre van Igor Strawinsky was een van de meest geruchtmakende en woeste stukken van zijn tijd. De lentewijding, met een ballet erbij van Sergei Diaghilev, behoort inmiddels tot de in marmer gehouwen canon van de Europese cultuur, maar toen het in 1913 in Parijs in première ging, stonden de mensen te koken van woede. Qua harmonie, structuur, maar ook choreografie werd er radicaal gebroken met het verleden. De kranten schuimbekten "Ce n'est pas le sacre du printemps, mais le massacre du tympan" (Het is niet het lenteoffer, maar de slachting van het trommelvlies). Pieter Steinz nam dit revolutionaire stuk op in zijn boek, en terecht.

Arnold Schönberg

Echte muzikale rebellie vinden we vooral in de 20e eeuw. Naast Strawinsky is componist Arnold Schönberg misschien wel een van de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Hij wordt vaak beschouwd als de uitvinder van de ‘moeilijke’ muziek, de zogenaamde 12-toonsmuziek. Kort gezegd is dat muziek waarin alle twaalf de tonen in een octaaf (dus alle witte en zwarte toetsen op de piano) gewoon allemaal even belangrijk zijn. Geen enkele noot is dan dus nog ‘vals’ zoals we dat gewoonlijk noemen. De muziek van Schönberg klinkt zoals dat heet ‘dissonant’ en hij kon dan ook rekenen op forse kritiek van publiek en recensenten. Schönberg woonde en werkte in Wenen, en het Weense publiek was te conservatief om zijn werk ergens uitgevoerd te krijgen. Speciale genootschappen trachtten concertjes in kleinere kring te organiseren, maar dan nog: uitvoering van het tweede strijkkwartet in 1908 leidde tot flink wat oproer. Het werk heeft in het derde en vierde deel een partij voor sopraan, op teksten van de Duitse dichter Stefan George. De rebelse klanken van Schönberg kunnen zelfs nu, 110 jaar later, nog vaak rekenen op onbegrip. Nog steeds vinden veel luisteraars de muziek van Schönberg behoorlijk moeilijk om aan te horen.

The Portsmouth Sinfonia

In Portsmouth, Engeland, werd aan de kunstacademie in 1970 een orkest opgericht, The Portsmouth Sinfonia. De leden van het orkest hadden bij voorkeur geen enkele muzikale scholing, en speelden liefst op instrumenten die ze voordien nog nimmer hadden aangeraakt. Wel was het de bedoeling om serieus te probéren om 'goed' te spelen, en niet opzettelijk de boel te versjteren. Onder aanvoering van componist Gavin Bryars (beroemd geworden met 'Jesus blood never failed me yet', met die zingende zwerver) groeide The Portsmouth Sinfonia uit van een eenmalige tongue-in-cheek performance tot een rebels cultureel fenomeen dat tien jaar duurde, concerten gaf, platen opnam, en zelfs een film en een hitsingle produceerde.

Don Carlo Gesualdo di Venosa

Don Carlo Gesualdo, prins van Venosa was een Italiaans componist die leefde aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw. Gesualdo is berucht geworden door een gruwelijke geschiedenis: hij was gehuwd met zijn nichtje Maria d’Avalos, dochter van de Markies van Pescara. Ze waren nauwelijks vier jaar getrouwd toen Gesualdo tot de ontdekking kwam dat zijn echtgenote hem ontrouw was. De arme Maria moest dat met de dood bekopen, net als haar minnaar. Misschien was Gesualdo zelf de moordenaar, misschien had hij aan een ander de opdracht gegeven de overspeligen te vermoorden. Dat is nooit helemaal duidelijk geworden. Later hertrouwde hij, maar erg gelukkig is hij nooit geworden -  hij wordt omschreven als een somber en eenzelvig man, wie het vijfde gebod “Gij zult niet doden” voortdurend voor de geest verscheen. De muziek van Gesualdo was in - in zijn tijd - revolutionair, vooral de madrigalen die hij op latere leeftijd schreef. Eigenlijk hebben we dat revolutionaire karakter pas goed in de gaten gekregen in de 20e eeuw, een paar honderd jaar na de dood van Gesualdo dus: de expressie, de intervallen, de beknoptheid, de spanning en de geraffineerdheid van de stilte in zijn madrigalen. Hij is een bron van inspiratie geweest voor verschillende componisten uit de tweede helft van de 20ste eeuw, bijvoorbeeld Wolfgang Rihm, die schreef: Hoe heerlijk verfrissend is deze seksueel geladen wroeging vergeleken met de vreselijk opgepoetste vroomheid van de meeste Noord-Europese meesters! Nauwelijks is de Prins klaar met het steken van zijn dolk in lijken of hij zit al weer achter zijn bureau de meest fantastische contrapunt te schrijven, het mooiste dat er is. Hij is onnavolgbaar.

De Volharding

Ook in ons kikkerlandje hebben we de nodige dwarsliggers gehad (en nog steeds trouwens; gelukkig maar). Beroemd uit de jaren '60 is de zogeheten notenkrakers-actie door een groep componisten die vonden dat er te weinig moderne muziek gespeeld werd in het Concertgebouw, en die daarom, tot ontsteltenis van de gevestigde orde, een concert verstoorden met irritant klikkende knijpknikkers. Een paar jaar later nam de jonge generatie klassieke musici het heft in handen: Louis Andriessen en Willem Breuker stichtten in 1972 Orkest de Volharding. Een orkest met een ongewone bezetting van 1 fluit, 3 saxofoons, 3 trompetten, 3 trombones, 1 hoorn en piano, onder leiding van een dirigent. Niks fijngevoelige strijkers of geruststellende melodietjes. Een dreun van jewelste moest de muziek uitdelen. De eerste uitvoering vond plaats op 12 mei 1972 in Theater Carré tijdens een historisch geworden, rumoerig concert. De musici besloten daarop bij elkaar te blijven als ensemble onder de naam De Volharding.

Sergei Prokofjew

Sergei Prokofjev wordt gerekend tot de grote Russische componisten van de twintigste eeuw, hoewel hij geen groot vernieuwer was. Toch valt er een verborgen rebel aan te wijzen in het werk van de man die vooral beroemd werd door zijn Peter en de Wolf. Even een paar historische feitjes. We spreken 1939, Sowjet-Rusland. Het land zucht onder de dictatuur van Josef Stalin. Op 20 juni 1939 wordt een goede vriend van Prokofjev, Vsevolod Meyerhold, gearresteerd door de NKVD (Stalins geheime politie), vlak voordat deze een nieuwe opera van Prokofjev zou gaan instuderen. Een half jaar later, in het oorlogsjaar 1940, wordt Meyerhold geëxecuteerd. Een maand later wordt zijn weduwe Zinaida Raikh vermoord. IJskoud geeft Stalin kort daarna opdracht aan Pokofjev om een stuk voor zijn 60e verjaardag te schrijven: Zdravitsa (letterlijk vertaald: "Gegroet", maar vaker "Groet aan Stalin" genoemd). Intussen werkte Prokofjev aan de Zevende Pianosonate. En waar hij in ‘Zdravitsa’ gedwongen was om vrolijk te doen, kon hij in die Pianosonate zijn ware gevoelens omtrent Stalin uitdrukken. Het ironische van de Zevende Sonate is dat deze ondanks de bittere anti-stalinistische inslag toch een staatsprijs won: de Stalin Prijs - 2e klasse.

Cage, Partch, Rzewski

En hoewel deze serie gaat over Europa en Europese culturele iconen, kunnen we in de klassieke muziek toch niet om Amerikaanse rebellen heen - al was het maar omdat zij hun grootste succes vooral ook in Europa vierden. Daar is bijvoorbeeld de notoire Amerikaanse lastpak John Cage. De man die geen zin had om de heilige piano te respecteren, en ‘m bewerkte met elastiekjes, stukjes glas, wasknijpers en eindjes touw. De prepared piano. Hij schreef er een heel pak stukken voor, onder meer uitgevoerd door John Tilbury. Nog een paar stappen verder ging de muzikale sloper Harry Partch. Een eenzelvige Amerikaan die zijn eigen instrumenten bouwde zoals de Chromelodeon II, de Boo, de Eucal Blossom en de Quandrangularis Reversum. Tevens is de 43-delige toonschaal een uitvinding van hem. Met deze toonschaal was het mogelijk om volkomen zuiver te spelen. Het leverde volstrekt unieke muziek op, waar zijn stuk Daphne of the Dunes een treffend voorbeeld van is. Een paar jaar geleden kwam Amerikaan Frederic Rzewski in Nederland laten horen dat hij de muzikale rebellie nog niet verleerd was. Van hem zijn de retemoeilijke pianovariaties op het Chileense revolutionaire lied 'El pueblo unido jamas sera vencido!' - 'The people united will never be defeated!'.