nieuwe site?

Op scherp: Mijke de Jong

‘Met zachtheid de wereld proberen te veranderen’

Evelien Kortum ,

Mijke de Jong is een van de weinige succesvolle vrouwelijke regisseurs van Nederland. Al bijna twintig jaar maakt ze sociaal bewogen films. Het zusje van Katia, De Jongs nieuwste productie, is een verfilming van de debuutroman van de Spaanse schrijver Andrés Barba, en vertelt over een kwetsbaar Russisch pubermeisje, dat met haar moeder, zus en grootmoeder is neergestreken in Amsterdam-Noord.

De feiten
Geboren: 23 september 1959, Rotterdam

Actief als: regisseur, scenarioschrijver, producer

Eerste korte film: In krakende welstand (1989). Eerste lange film: (1994) Hartverscheurend

Prijzen: won in 2007 vier Gouden Kalveren met Tussenstand, waaronder die voor beste regie, kreeg in 1989 de Prijs van de stad Utrecht voor In krakende welstand en in 1993 de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek voor Hartverscheurend, ontving voor Bluebird in 2005 een Glazen Beer op het Filmfestival van Berlijn, de Jongerenjury Award op het Toronto Sprockets International Film Festival for Children en de Grand Prix de Montréal op het Montréal International Children’s Film Festival, won in 1993 de Swissair/ Crossair Special Prize op het Festival van Locarno voor Hartverscheurend

Beste film
De televisiefilm Bluebird. Breekbaar portret van een meisje (Merel) dat van de ene op de andere dag gepest wordt. De Jong slaagt erin een klein verhaal zonder vals sentiment treffend te vertellen. Daarbij toont ze zich een uitstekend acteursregisseur. Elske Rotteveel, die de rol van Merel vertolkt, is een geweldige ontdekking van De Jong. Haar spel is knap naturel en de sfeer is intiem. De Jong lijkt Merels kant te kiezen, maar houdt genoeg afstand, waardoor de kijker slechts toeschouwer blijft en nooit precies te weten komt wat er in haar omgaat. Ook zien: Tussenstand.

Slechtste film
Hartverscheurend. Een clichématig liefdesverhaal over twee mensen die niet met en niet zonder elkaar kunnen leven, omdat ze in alles elkaars tegenpolen zijn. Beide hoofdpersonages ontwikkelen zich nauwelijks en hun relatie is niet veel meer dan een opeenstapeling van ruzie en goedmaakseks. Tussen neus en lippen door wordt een zwaar onderwerp als de vluchtelingenproblematiek aangekaart. Maar met dit plotselinge engagement wordt uiteindelijk weinig gedaan. Dit maakt Hartverscheurend een nogal pretentieuze film waarin eigenlijk niets gebeurt.

Handelsmerk
Alle films van de Jong laten een zekere maatschappelijke betrokkenheid zien. Van pesten in Bluebird en kraken in In Krakende Welstand, tot vreemdelingenhaat in Hartverscheurend en verstoting in Uitgesloten. Veel van De Jongs films hebben een quasidocumentair karakter. Regelmatig zit de camera de acteurs dicht op de huid, zoals bij Tussenstand.  De Jong is een echte acteursregisseur, die veel aandacht heeft voor de ontwikkeling en de geloofwaardigheid van de personages.

Mijke de Jong over Mijke de Jong
Over haar tijd bij actiebeweging Onkruit: ‘We werden steeds meer in de gaten gehouden, hielden altijd rekening met een politie-inval. Als je een brief tikte, moest je daarna het schrijfmachinelint verbranden. Je telefoon werd afgeluisterd, je vuilniszakken doorzocht, je kon je achternaam niet gebruiken. Als ik op straat liep, dacht ik overal stillen te zien. Ik begon te denken: moet ik voor altijd zo blijven leven ? ‘En uiteindelijk wilde ik liever films maken. Liever met zachtheid proberen de wereld te veranderen.’
(Vrij Nederland, 2008)

‘Mijn stijl is eigenlijk ontstaan doordat ik heel veel dingen gedoe vind. Ik ben namelijk ontzettend ongeduldig en kan helemaal niet tegen dat technische gepriegel wat je krijgt zodra je bijvoorbeeld veel rijders gebruikt. Daarbij gaat het mij om de acteurs. Toen ik net begon als filmmaakster, vond ik ook dat de andere disciplines zich daar maar aan moesten aanpassen. En nog steeds ben ik van mening dat de acteurs een bepaalde vrijheid moeten hebben om te kunnen acteren.’
(De Filmkrant, 1997)

‘Ik was tegendraads; mijn kont tegen de krib. Ik wist zeker dat ik de wereld ging veranderen. En ik wilde weg uit mijn ouderlijk huis. In Amsterdam ging ik eerst een jaar naar de Sociale Academie, daarna stapte ik over op de Filmacademie. Toen ik begon, wist ik nog niet eens wat een 16 mm-film was. Ik zat bij de kraakbeweging en kwam vaak in kraakcafé de Koevoet en bij De Groote Keijser. Liep ik met mijn moeder door de Bijenkorf in mijn leren jack vol protestbuttons. Dan zei mijn moeder: “Kind, trek toch eens wat moois aan.” Mijn ouders stonden denk ik wel achter mijn ideeën. Maar de rellen, acties, het vastzitten, dat vonden ze niet zo geweldig.’
(Het Parool, 2007)

‘Ik vind het belangrijk dat er toch mensen blijven met idealen, mensen die zich zonder dat dat tuttig is nog ergens druk om maken. Ik word – om het wat deftig te zeggen – een beetje ziek van het afzwakken van de idealen.’
(Trouw, 1990)