filmjaar 2016

Niks zachtzinnigs aan

Killing Them Softly van Andrew Dominik

Rick de Gier ,

De misdaadfilms van Australiër Andrew Dominik (Chopper, The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford) worden gekenmerkt door een gestileerde filmtaal en kritische ondertoon. Killing Them Softly is geen uitzondering, al gaat Dominik ditmaal botter te werk dan voorheen.

In New Orleans (nu eens niet exotisch, maar vrij inwisselbaar in beeld gebracht) overvallen twee niet al te snuggere boeven ( Scoot McNairy en Ben Mendelsohn) in opdracht van een onbeduidende gangster een illegale pokeravond. Ze denken de schuld handig bij een ander in de schoenen te kunnen schuiven, maar hebben de zaak ernstig onderschat. Al snel worden ze opgejaagd door een ervaren huurmoordenaar.

Deze Jackie Cogan ( Brad Pitt) wordt gepresenteerd als een van de weinige redelijke, zelfs humane figuren in de bonte stoet criminelen die de film bevolkt. Hij wil zijn slachtoffers niet onnodig laten lijden en komt om emotionele redenen liever niet te dichtbij – hij moordt ‘softly’. Maar zoals Dominik die ‘softe’ moorden vervolgens in beeld brengt, is er weinig zachtzinnigs aan.

Wie een film maakt over keiharde gangsters die elkaar allemaal naar het leven staan, moet een effectieve invalshoek bedenken om het publiek niet op afstand te houden . Zo maken Scorsese en Coppola (melo)dramatische epossen van hun misdaadfilms, gebruikt Tarantino spitsvondige humor en verrassende wendingen, en worden kijkers van The Sopranos met een flinke portie soap bij de les gehouden. Dominik leent/ steelt/citeert naar hartelust uit al die eerdere bronnen – laat overvallers in de auto een ‘Royale with cheese’-achtig gesprek voeren en schroomt zelfs niet James Gandolfini op te voeren als gestresste gangster met huwelijksproblemen .

Vaak werkt het. Zeker de eerste scènes zijn stijlvol, spannend en geestig, en de acteurs (ook oa Richard Jenkins, Ray Liotta en Sam Shepard) blinken stuk voor stuk uit.

Toch levert het uiteindelijk geen bevredigende film op. Dominik is een begaafd regisseur en scenarist, maar niet erg subtiel. Regelmatig laat hij de muziek letterlijk verwoorden wat er gebeurt: als iemand een spuit in zijn arm zet, klinkt Heroin van The Velvet Underground en bij de introductie van een huurmoordenaar zingt Johnny Cash zijn wraakpsalm The Man Comes Around. Nog nadrukkelijker wordt de politieke achtergrond geschetst waartegen het verhaal zich afspeelt. Het is 2008 en op de radio en televisie – die overal op luid volume aan staan – wordt geklaagd over de erbarmelijke staat van het land, of belooft Barack Obama gouden bergen.

Nou, die gouden bergen komen er nooit, als we het cynische slotpleidooi van Pitts personage moeten geloven. Dominik wrijft het erin, maar wat is nu precies de moraal van zijn verhaal? Amerika is een rotland? Obama heeft gelogen? Het is allemaal de schuld van de bankiers? Gangsters hebben ook te lijden onder de recessie? De mens is een hopeloze stumper? Waarschijnlijk een combinatie van al die dingen. Maar dat is wat te veel om te blijven hangen.