filmjaar 2016

Lege huls

Gangster Squad van Ruben Fleischer

Sven Gerrets ,

Met debuut Zombieland maakte Ruben Fleischer een horrorkomedie vol frisse invalshoeken en visuele schwung. Hij volgde het op met het erbarmelijke 30 Minutes or Less dat in Nederland niet eens op de filmradar verscheen.

Zijn meest recente project, een gangstervehikel vol grote namen als Ryan Gosling, Sean Penn, Emma Stone en Josh Brolin, kan in theorie dan alle kanten op. (Maar als je bij de persvoorstelling een embargo moet ondertekenen waarin staat dat je niets over de film mag schrijven vóór de releasedatum, weet je dat er gezucht gaat worden.)

Maffioso Mickey Cohen, die in werkelijkheid van de jaren dertig tot zestig rottigheid uithaalde in Chicago en Los Angeles, is een geliefd personage op het witte doek. Paul Guilfoyle kroop in zijn huid in L.A. Confidential en Harvey Keitel wist zelfs een Oscarnominatie over te houden aan zijn vertolking in Bugsy. Ditmaal is het Sean Penn, met nepneus en dode blik in de ogen, die de vlerk gedaante geeft.

Maar net als de personages die hem moeten stoppen, door noodgedwongen buiten de wet te opereren als Gangster Squad, is hij een lege huls, aangekleed met wat geforceerde coolness of uitvergrotingen van de acteur zelf. Penn zet zijn accent en maniertjes aan, Gosling mag zwoel kijken en nonchalant met een aansteker spelen, Brolin fronst nors, Stone stift haar lippen en Nick Nolte bromt. Alle archetypes zijn verzameld en niemand krijgt een uitgediept achtergrondverhaal. Op John O'Mara (Brolin) na, die vadertje en moedertje speelt met Mireille Enos (The Killing) voor het contrast met zijn roekeloze acties.

De bedoeling was een film noir nieuwe stijl, waarbij het Los Angeles uit de vorige eeuw tot leven zou komen in een mix van ouderwetse stoerheid en flitsende visuals. Dat lukt sporadisch, bijvoorbeeld tijdens een achtervolgingsscène waarbij de camera in een vloeiende beweging van helikoptershot naar close-up schiet. Vaker is het lelijk, zowel in beeld als in voorspelbaarheid. Een geijkte compositie waarin onze helden gezamenlijk wegwandelen tegen het decor van een fel verlichte wolkenkrabber zie je van mijlenver aankomen.

De hele film voelt alsof achtjarige jochies met action figures het min of meer waargebeurde verhaal navertellen. Het is een mechanische aaneenschakeling van degelijk in elkaar stekende, maar overbekende plotelementen, doorzeefd met vuurgevechten, clichés en wanstaltige oneliners.