filmjaar 2016

Hybride horrorfilm met theatercoryfeeën

De poel van Chris W. Mitchell

Jan Pieter Ekker ,

'Dat bord staat er toch niet voor niets?!' zegt Sylke tegen haar man Lennaert, de initiatiefnemer van een kampeertocht in de vrije natuur. Het is al te laat. Lennaert (ontslagen bij de bank, midlifecrises) is vastbesloten, negeert het bordje 'Natuurreservaat. Geen vrije toegang' en knipt met zijn Zwitsers zakmes een roestig stuk prikkeldraad door.

Hun oudste zoon haalt direct zijn vinger open, maar de karavaan trekt verder . En na een fikse wandeling worden de tenten opgezet aan een idyllisch bosmeertje in the middle of nowhere voor de allereerste low budget vakantie van het gemêleerde gezelschap. Het is even behelpen, zo zonder minibar en zonder bereik. Tot overmaat van ramp blijkt het ook al snel niet pluis bij de poel…

De poel is de eerste, lang verwachte speelfilm van House of Netherhorror, het productiehuis dat Jan 'Mr. Horror' Doense met gelijkgestemden opzette om de emancipatie van de Nederlandse horrorfilm te bevorderen. De film werd gerealiseerd met een bijdrage van het Filmfonds, steun van de ervaren producent San Fu Maltha (Zwartboek) en een beetje crowdfunding.

Voor de hoofdrol benaderde Nederbritse scenarioschrijver-regisseur Chris W. Mitchell Gijs Scholten van Aschat, die hij had leren kennen op de set van Tirza, waar hij als regieassistent werkte. Hoewel hij geen fan van het genre is, deed Scholten van Aschat direct mee. En hoe: niet alleen overtuigde hij Carine Crutzen en Bart Klever de andere ouderrollen te spelen, ook leverde hij een fikse bijdrage aan het scenario, dat van de theatercoryfee niet aan het 'oeh-eng- horroridee' moest voldoen, maar aan de voorwaarden van een klassiek drama, inclusief protagonist en antagonist.

Het maakt De poel tot een hybride productie; een niet onaardige, maar onhandige mix van klassieke psychologische elementen en fantasie, verbeelding en vervreemding.

Met de Bijbelse broedertwist, het clichérijke beetje lust, een keurige portie ranzigheid (verrot vlees, maden), de suggestieve cameravoering en de dreigende soundtrack kleurt Mitchell keurig binnen de lijntjes van het horrorgenre, dat al in enorme hoeveelheden voorradig is in de bioscopen. En het is maar zeer de vraag of het theaterpubliek ook warm loopt voor Crutzen met een hoofd vol maden ...