filmjaar 2016

Recensie: A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Lachwekkende kwetsbaarheid

Gerhard Busch ,

'Fijn te horen dat alles goed met je gaat.' Dit alledaagse zinnetje klinkt onschuldig genoeg, maar in het werk van de Zweedse filmmaker Roy Andersson (1943) is niets onschuldig. En al helemaal niet toevallig.

Andersson kreeg op het afgelopen filmfestival van Venetië de hoofdprijs (de Gouden Leeuw) voor zijn film A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence. Het slotdeel – na Songs from the Second Floor (2000) en You the Living (2007) – van wat Andersson zelf 'a trilogy about being a human being' heeft genoemd.

Die drie films vallen op door een aantal zeer herkenbare en voor Andersson inmiddels typerende stijlkenmerken: lange opnamen, ingehouden acteren, zorgvuldig gecomponeerde mise-en-scène, zwarte humor en absurdistische sketches die handig met elkaar verweven worden.

Het zinnetje 'Fijn te horen dat alles goed met je gaat' keert regelmatig terug in A Pigeon. Steeds door een telefoon uitgesproken tegen iemand die we niet zien. Een huisvrouw zegt het in haar keuken, een laborante op haar werk terwijl we op de voorgrond zien hoe een onthoofde aap door een machine in leven wordt gehouden, en een directeur op kantoor terwijl hij de loop van een pistool tegen zijn slaap drukt. Welkom in het unieke, eigenzinnige en verontrustende universum van Roy Andersson.

Er zitten 37 korte vignetten in A Pigeon. Want Andersson, die voor de trilogie jarenlang commercials maakte, zoomt graag in op geïsoleerde momenten. Een beetje als bij een schilderij. Wat beeldtaal betreft is Andersson in zijn films sowieso sterk beïnvloed door de schilderkunst.

De kijker moet het doen met die momenten, en zal het grotere geheel er zelf bij moeten verzinnen. Helemaal vrijblijvend is dat niet, want Andersson laat in A Pigeon niet voor niets de stoere achttiende-eeuwse Zweedse koning Karel XII een barman verleiden , of een handvol slaven een enorme koperen tank (van de Zweedse mijnfirma Boliden) in drijven om ze vervolgens te verbranden.

Andersson wil schokken en prikkelen. Maar zijn wapen is niet boosheid of verontwaardiging, maar humor. Ieder vignet is even droogkomisch als absurdistisch. Andersson lacht om de mens. Niet uit hatelijkheid, maar uit mededogen.

In Venetië vatte Andersson zelf perfect samen wat de essentie van zijn werk is: 'Ieder mens is in het diepst van zijn wezen kwetsbaar. Ik wil laten zien dat kwetsbaarheid iets moois is.' Waarvan akte.