Onze man in Teheran

kijk: onze man in teheran

In VPRO’s vierdelige reisserie Onze man in Teheran laat Thomas Erdbrink, correspondent voor NRC Handelsblad en The New York Times, zien hoe je overleeft in een land waar niets mag en alles kan.
In het eerste deel: Liefde in de islamitische republiek.

Ellen van Dalen ,

land van hoge hekken

Het is een koele vrijdagochtend in Teheran. We zien een smalle steeg waar plotseling een tengere, rijzige man op zijn Honda de hoek om komt en zich tussen de hoge muren een weg baant richting de drukke verkeersweg. Thomas Erdbrink zit achterop. In volle vaart rijden ze richting moskee. De tengere man is er elke vrijdag en heeft een speciale taak en plek, op de voorste rij. Zodra hij zijn mond open doet weten we waarom hij door iedereen Mister Bigmouth (meneer met grote mond) wordt genoemd. ‘Dood aan Amerikaaaa!’ scandeert hij uit volle borst. Gevolgd door: ‘Dood aan Israëllll’. Duizenden kelen vol testosteron herhalen zijn woorden. Mister Bigmouth: ‘We schreeuwen zo hard dat de hele wereld ons kan horen.’
 

geen reisserie

Iran, het land van de tomeloze ideologische haat jegens het Westen en het al dan niet stiekem werken aan een nucleair atoomprogramma. Van vrouwen gehuld in zwarte sluiers, van de met hoge hekken hermetisch afgesloten huizen en gebouwen. Wie of wat erachter schuilt, we hebben eerlijk gezegd geen flauw idee. In vier afleveringen proberen Thomas Erdbrink en regisseur Roel van Broekhoven te laten zien wie de mensen zijn die in Iran vertellen wat wel en niet mag en hoe de samenleving daar ieder voor zich een eigen draai aan geeft. De opzet is anders dan bij de reisseries van hun collega’s Jelle Brandt Corstius (Rusland, India,) en Bram Vermeulen (Turkije, Dwars door Afrika), namelijk persoonlijker; we leren niet alleen het land, maar ook Thomas en zijn familie goed kennen. Eigenlijk is het dus geen reisserie, want Thomas woont er gewoon.
Na het vrijdagmiddaggebed neemt Thomas Mister Bigmouth even apart en bespreekt met hem hoe diep de haat echt geworteld is. We horen meteen wat de insteek is van deze serie. Wat volgt is geen politieke discussie, maar een persoonlijk gesprek. ‘Waar bent u bang voor?’ vraagt Thomas hem. 

vooroordelen

Het is opnieuw vrijdagochtend, dit keer in Amsterdam. Thomas excuseert zich, heeft wat last van een kater. Gisteravond iets te lang doorgezakt met een van zijn vrienden uit Leiden, waar hij opgroeide en studeerde. Als hij in Nederland is, neemt hij die kans waar.
Toch is hij meteen scherp en rap van tong. Hij heeft de afgelopen twaalf uur al een paar interviews over de serie gedaan en merkt dat hij iedere keer opnieuw moet uitleggen dat Iran, ondanks de staatsideologie, inmiddels een modern land is.
Thomas wil in de serie een paar vooroordelen uit de weg ruimen. In de eerste aflevering bijvoorbeeld maken we kennis met zijn schoonfamilie en zijn Iraanse vrouw Newsha. Ze is in Iran een bekende fotografe die onder meer voor The New York Times, Time Magazine en National Geographic werkt. Een pittige tante. In de serie volgen we een heftige discussie tussen de twee over de aanpak van een artikel en zien ook dat Newsha Thomas steeds corrigeert: ‘Ik heb jou ten huwelijk gevraagd, jij niet mij hoor!’ Thomas: ‘Mensen zeggen tegen mij: het is wel duidelijk wie bij jullie de broek aan heeft. Newsha! Nederlanders willen alles altijd in een hokje stoppen en verdelen in rangen en standen. Maar ik ervaar dat helemaal niet zo. Ik val gewoon op een sterke vrouw. Wij doen niet aan “wie is de baas”. Dat onderscheid wil ik graag even maken.’

moonwalk

Thomas woont sinds 2002 als correspondent in Iran. Hij is allang geen buitenstaander meer, maar maakt deel uit van deze samenleving. ‘Ik ben geen expat die leeft in een luxe buitenwijk. Ik deel lief en leed met de mensen hier.’ Door Newsha kwam hij snel overal binnen en leerde hij hoe Iraniërs ‘dealen en wheelen’ met de regels van bovenaf. Hoe ze over de andere sekse denken en hoe die seksen achter voordeur met elkaar omgaan.
In de eerste aflevering, waarin we kennis maken met ‘onze man’, zien we hoe hij en Newsha elkaar voor het eerst hebben ontmoet. Dat was tijdens de laatste zonsverduistering van de twintigste eeuw, in 1999. Thomas: ‘Samen met een bus vol journalisten werden we naar een voetbalstadion gebracht om er getuige van te zijn.’ Newsha: ‘Ik zag allemaal collega’s van mij om een buitenlandse jongen heen staan, die voor hen de moonwalk aan het nadoen was. Ik liep er op af en vroeg wat hij in godsnaam aan het doen was. ‘Ze denken dat ik Michael Jackson ben! En dat heb ik zojuist bevestigd,’ zegt hij grinnikend.
 

slapen in de gang

Ze raken bevriend en elke keer als Thomas naar Teheran komt logeert hij bij Newsha en haar familie. ‘Ik sliep in het begin keurig op een matje in de gang. Ik werd verliefd op haar toen ze, tijdens een tussenstop van een fotofestival in Frankrijk, langs kwam in Leiden. We zoenden elkaar twee maanden later, vlak voor een trip die ik moest maken naar Afghanistan. Ik was toen doodnerveus en voelde opeens de behoefte dat te doen. Het moest stiekem; in het huis van haar oma die er niet was.’
Dat de twee meer dan collega’s waren was iedereen op een gegeven moment, na anderhalf jaar, ook wel duidelijk, erkent Thomas. ‘Maar in Iran praat je daar niet over. Dat is nog zo’n verschil met Nederland: hier moet alles altijd hardop worden uitgesproken.’ 

twee gezichten

Doordat Thomas nu al meer dan tien jaar deel uitmaakt van een Iraans gezin, heeft hij zelf kunnen ervaren hoe sterk het de laatste jaren is veranderd. ‘Het gezin heeft drie dochters. De oudste trouwde meteen met de eerste de beste man die ze tegen kwam. Newsha mocht eerst met mij een tijdje samen zijn, en haar jongere zusje heeft nu gewoon een vriendje.’
Aan de eettafel wordt daar hardop over gelachen. Ook de onzekerheid die met die veranderingen gepaard gaat, komt aan bod. In het zwembad, als mannen onder mekaar bespreken ze dat. Thomas leert daar van zijn schoon-
vader en zijn vrienden hoe je met die steeds meer zelfbewuste vrouwen om moet gaan. Het zijn dit soort persoonlijke verhalen, anekdotes en scènes die we zien in Onze man in Teheran. Thomas: ‘Iran is het laatste ideologische land ter wereld. De staat bepaalt hoe jij je moet gedragen. Toch is Iran geen homogeen land: vaste waarden of stereotypen zijn er niet. De hardliners bedenken de regels, maar niet de samenleving. Er zijn altijd twee gezichten.’ 
Romantiseert hij daarmee Iran? Hij denkt van niet. ‘Vergelijk het met een computerspel. Iedereen heeft hier wat te zeggen en is constant bezig de grenzen af te tasten.’ 

satan

Die grenzen opzoeken doet Thomas vooral in zijn werk. Hij is nu een van de weinige buitenlandse journalisten in Iran. Behalve voor NRC werkt hij ook voor The New York Times. Voor de Satan dus, zouden Mister Bigmouth en zijn vrienden zeggen. Amerikanen komen het land niet meer in, die zijn het land uit gezet en een (Iraanse) collega van The Washington Post zit achter de tralies.
De diepe haat jegens het Westen gaat terug tot de Islamitische Revolutie van 1979. De Verenigde Staten steunden de sjah, die zich later ontpopte als een dictator. Kort daarna steunden de vs Irak in de oorlog met Iran, en door de recente sancties van de vs (en Europa) zijn de agressieve gevoelens tot een kookpunt gekomen.
Veel speelruimte heeft Erdbrink niet, al zijn artikelen worden gelezen en op een weegschaaltje gelegd. ‘Iedereen denkt dat ik een spion ben. Mijn accreditatie is meerdere keren ingenomen, dan mocht ik weken niet schrijven.’ Voor hem gelden ook strengere regels. ‘Iedereen mag naar Koerdisch gebied afreizen, maar ik krijg geen toestemming. Dat ligt bij voorbaat te gevoelig. Ze zijn als de dood; alles wat ik schrijf heeft effect.’
Dat heeft hij de afgelopen jaren wel gemerkt. Toen hij bijvoorbeeld een verhaal maakte bij Bandar Abass, een eilandje nabij de Verenigde Arabische Emiraten. Midden op zee ontdekte hij daar allerlei olietankers die voor anker lagen. Sommige al weken, met ladingen olie waar ze nergens mee naar toe konden vanwege de olieboycot die was afgekondigd. ‘Voor mij was opeens het effect van de sancties zichtbaar en dus schreef ik daar een stuk over.’
Na publicatie kreeg hij meteen een telefoontje van het ‘ministerie van Guidance’, vertelt de correspondent. ‘Ze vroegen: “Thomas, waar ben je mee bezig? Je geeft een strategisch geheim weg aan de Amerikanen.” Ze hebben natuurlijk een punt, maar ik moet ook mijn werk doen. Het is elke keer weer die afweging maken: wat kan wel en wat niet. Het is dansen op de vulkaan, elk moment kan je erin vallen. Maar als je geen risico neemt, kom je nergens.’