Ongehoord

Verhalen op Newfoundland

Ongehoord

Verhalen op Newfoundland

Een Newfoundlander meende aan de overkant van de straat een bekende te zien en hij groette de man enthousiast. Toen hij dichterbij kwam bleek hij zich te hebben vergist. 'Ach,' zei hij, 'Laat ik nou denken dat jij het was en jij dacht dat zeker ik het was, maar we waren het geen van beiden.' Uncle Al lacht zelf het hardst om de anekdote die hij als veelgevraagd komiek in Newfoundland al honderden keren moet hebben verteld. 'Grappige verhalen, geen moppen,' zegt hij verontwaardigd als ik om nog een mop vraag.
Het onderscheid is essentieel. Newfoundland is namelijk een onderontwikkeld eiland, een ondergeschoven kindje in de Canadese politiek. En hoewel de 'Newfies' meesters zijn in zelfspot, hebben ze ontzettend de pest aan buitenstaanders die hen belachelijk maken want ze zijn trots op zichzelf en op het weerbarstig stuk rots waarop ze wonen. Newfoundland heeft een vreselijk guur klimaat en is omgeven door één van 's werelds rijkste viswateren. De ruige zee vol kabeljauw lokte al vanaf de 15e eeuw vissersschepen uit het verre Europa. En tot in de jaren zestig leefde bijna iedereen op het eiland van de visvangst. Vissers leefden in houten huizen in kleine havens die outports heten. Zonder elektriciteit, zonder telefoon, zonder wegen. Vervoer ging over een roerige zee die 's winters bevroren was. Pas na de aansluiting bij Canada, in 1949, merkten de eilanders hoeveel hoger de levensstandaard bij de buren was. Er kwam elektriciteit, telefoon en televisie. Er kwamen ziekenhuizen, scholen en wegen. De Canadese regering betaalde. Maar de prijs voor de Newfoundlanders was erg hoog. De regering liet toe dat de zee, die onuitputtelijke zee, werd leeggevist door grote trawlerschepen. De vis is weg en daarmee de reden van bestaan voor heel veel eilanders.
De oudere generatie is verbitterd, maar met de jongere generatie gaat het gelukkig beter. Phyllis Morrissey, zangeres, ziet in de teloorgang van het oude de mogelijkheid voor vernieuwing. 'Mensen zaten zo vastgeroest in hun gewoontes en tradities. De crisis dwingt ons om opnieuw te beginnen, om anders naar onszelf te kijken.' Phyllis is druk bezig met de productie van een muziekspektakel over Newfoundland, anderen zoeken hun heil in de computertechnologie of in de jonge offshore olie-industrie en zelfs in het toerisme. Want wie niet opziet tegen mist en een fikse regenbui kan in Newfoundland genieten van krijsende zeevogels, beukende golven, drijvende ijsbergen en spuitende walvissen. Ook voor smulpapen is Newfoundland een interessante ontdekking. Wat denkt u van gevuld elandhoofd, gestoofde caribou en zeehondenvinnen?