Argos

Opsporingsonderzoek RaRa

Argos

Opsporingsonderzoek RaRa

Argos reconstrueert het opsporingsonderzoek tegen de twee journalisten van de Stichting Opstand, verdacht van het lidmaatschap van RaRa. De Commissie van Traa onderzocht de ontsporingen bij de opsporing van de georganiseerde misdaad, maar liet de jacht op RaRa liggen. De vervolging tegen de twee journalisten werd begin dit jaar gestaakt. Toen bleek hoe onthutsend weinig bewijsmateriaal Justitie tegen hen had gehad. Argos over elkaar beconcurrerende politie- en inlichtingendiensten, over oncontroleerbare opsporingsmethoden en over het witwassen van geheime dienst informatie.


Inleidende teksten:

Tekst 1
Een geëmotioneerde Hans Krikke, journalist van de stichting Opstand, op een persconferentie op 15 januari van dit jaar. Toen kwam er voor Krikke en zijn collega Jan Muter een eind aan een periode die anderhalf jaar eerder begon met huiszoekingen in hun kantoor en woningen. Een periode, waarin ze verdacht werden lid te zijn van de actiegroep RaRa. Rara, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor een dertigtal bomaanslagen en brandstichtingen vanaf 1985. Op die vijftiende januari van dit jaar werd ook het centimeters dikke politiedossier over Opstand openbaar.
Argos reconstrueert vandaag de zaak tegen de journalisten van Opstand aan de hand van dit dossier. Een verhaal over elkaar beconcurrerende politie -en inlichtingendiensten, over oncontroleerbare opsporingsmethoden en over het witwassen van geheime dienst-informatie.
Het meest onthutsende aan het dossier is dat de Justitie al die tijd in feite geen enkel bewijsmateriaal heeft gehad tegen Opstand. We legden het dossier voor aan een onafhankelijke deskundige, de strafrechtjurist en plaatsvervangend rechter Paul Mevis, werkzaam aan de universiteit van Rotterdam.

Tekst 2
Het enige dat er voor Justitie nu nog rest van de zaak tegen Opstand, is een schadeclaim, vertelt de advocaat van Krikke en Muter, Ties Prakken.

Tekst 3
Misschien ligt de kiem van de zaak tegen Opstand wel in een rommelige werkkamer aan de universiteit van Nijmegen. Daar werkten polemoloog Leon Wecke en methodoloog en tekstdeskundige Fred Wester in 1992 aan het boekje 'De redenering achter de bom', een analyse van twee teksten waarin Rara uitlegt wat haar beweegredenen zijn. Vanaf de dag van de presentatie bestond er voor het boekje een bijzondere belangstelling. Polemoloog Leon Wecke.

Tekst 4
De tekstanalyse van Wecke en Wester ging met gezwinde spoed naar Binnenlandse Zaken in Den Haag, naar de BVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Die kwam steeds meer onder druk te staan om de dienst nu eindelijk eens met resultaten moest komen in het onderzoek naar Rara. Temeer, omdat het toenmalige BVD-hoofd Docters van Leeuwen al jaren beweerde precies te weten uit welke mensen Rara bestond. In februari 1993 herhaalde dat nog eens voor de VARA-televisie tegenover Paul Witteman.

Tekst 5
BVD-chef Docters van Leeuwen in februari 1993. Hij stelde Rara op een lijn met organisaties zoals de Rote Armee Fraktion in Duitsland. Duitsland, waar de autoriteiten in hun jacht op de RAF in de zeventiger en tachtiger jaren ook mensen vervolgden die ervan verdacht werden de ideeën van de RAF te onderschrijven. Het 'Umfeld', zoals de Duitsers dat noemen.
En omdat het niet lukte strafrechtelijke bewijzen tegen Rara te vergaren, had ook de BVD warme belangstelling voor het 'Umfeld' van Rara. En dat verklaart de interesse van de BVD voor het Nijmeegse boekje over de teksten van Rara. Vooral vanwege de conclusie, denkt tekstdeskundige Wester.

Tekst 6
Aldus tekstdeskundige en quasi psycholoog Fred Wester. Zelf hechten de Nijmeegse onderzoekers niet zoveel belang aan hun hypothese. Maar het politieteam dat de aanslagen op RaRa onderzoekt denkt daar anders over. In september 1992, een paar maanden na het verschijnen van het boekje, krijgt Fred Wester bezoek van de heren Minnebo en Ongkiehong, twee rechercheurs van de CRI, de Centrale Recherche Informatiedienst.

Tekst 7
Na drie bijeenkomsten in het najaar van 1992 kwamen Wester en de heren Minnebo en Ongkiehong van de CRI gezamenlijk tot de conclusie dat via tekstanalyse de daders niet waren op te sporen.
De CRI-rechercheurs maakten deel uit van het zogeheten KoBi-tem. Dat is het politieteam dat de Rara-bomaanslagen op het woonhuis van de toenmalige staatssecretaris van Justitie Kosto en op het ministerie van Binnenlandse Zaken in november 1991 onderzocht. Zo vertelt Maurice Wesseling van het onderzoeksbureau Jansen en Jansen.

Tekst 8
Het Kobi-team is niet het eerste team dat speciaal is opgericht om de Rara-aanslagen op te lossen. In de jaren '80 was er het LCT, het Landelijk Coördinatie Team.
Maurice Wesseling

Tekst 9
In 1988 bereikte de tweespalt binnen het LCT een hoogtepunt met een wel heel bijzondere actie van een BVD-functionaris.

Tekst 10
In 1988 deed de politie op verschillende adressen in Amsterdam invallen en arresteerde acht mensen. Maar slechts in een geval leidde dat tot een veroordeling. De anderen werden vrijgelaten vanwege een 'vormfout'. En zelfs die vormfout had te maken met de onderlinge tweespalt in het Rara-team, vertelt Maurice Wesseling van onderzoeksbureau Jansen en Jansen.

Tekst 11
De fricties tussen CRI en BVD liepen zo hoog op dat er uiteindelijk een speciale commissie onder leiding van de Haagse officier van justitie Blok aan te pas moest komen, om de diensten weer te laten samenwerken.
Na de mislukking in 1988 volgden nieuwe Rara-aanslagen en ook nieuwe Rara-opsporingsteams. Maar ook toen was de onenigheid binnen de onderzoeksteams nog niet verdwenen. De chaos in de opsporing is een van de redenen dat men uiteindelijk bij de journalisten van Opstand belandt.

Tekst 12
Paniek op 1 juli 1993 bij het ministerie van Sociale Zaken in Den Haag, nadat in de voorafgaande nacht een bom is ontploft. De bomaanslag is opgeëist door Rara en was gericht tegen de DIA, de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen, die in het pand is gehuisvest. De DIA is actief bij de opsporing van illegale arbeiders.
Kort na deze nieuwe Rara-aanslag rinkelt opnieuw de telefoon bij tekstdeskundige Wester aan de Nijmeegse universiteit.

Tekst 13
De Haagse rechercheur Wildts wilde van Wester weten op welk moment een journalist van het de actualiteitenrubriek Brandpunt contact met hem had opgenomen. Die journalist had namelijk een verklaring van Rara gekregen van het links-radicale blad 'Konfrontatie'. Een blad dat eerder al Rara-teksten had gepubliceerd, en sindsdien in de belangstelling stond van de BVD.
Rechercheur Wildts maakte deel uit van weer een nieuw Rara-team van de politie, het zogenaamde SoZa-team, dat de bomaanslag op Sociale Zaken onderzocht. Dit team bestond uitsluitend uit rechercheurs van de Haagse politie en de Bijzondere Zaken Centrale van de CRI, vertelt Maurice Wesseling van Jansen en Jansen. De BVD is er buiten gehouden, maar bleef natuurlijk wel op eigen houtje Rara onderzoeken.
Tekst 14
Hoewel de BVD buiten het SoZa-team is gehouden, is toch ook binnen dit team weer onenigheid ontstaan. In dit geval tussen twee politiediensten, namelijk de CRI en de Haagse recherche. Dat ontdekte onderzoeker Wester in Nijmegen, toen hij kort na het bezoek van de Haagse rechercheur Wildts visite kreeg van twee oude bekenden.

Tekst 15
Maar niet alleen de CRI, de Haagse recherche en de BVD zijn op dat moment actief. Intussen is ook de Telegraaf-journalist Joost de Haas aan een onderzoek begonnen. En ook hij start zijn onderzoek bij het blad Konfrontatie. Journalist De Haas is het snelste klaar. Op 24 juli 1994 publiceert De Haas samen met zijn collega Martijn Koolhoven een paginagroot artikel onder de kop: 'De tentakels van Rara'. Het Telegraaf-artikel opent als volgt:

Tekst 16
Drie maanden na het verschijnen van het Telegraaf-artikel gaat justitie voor de tweede keer in de geschiedenis van het RaRa-onderzoek over tot actie. Op vier plaatsen in Amsterdam wordt in de vroege ochtend van 28 september 1994 huiszoeking verricht, in het kantoor van de stichting Opstand en op drie huisadressen van bestuursleden van de stichting, onder wie de journalisten Krikke en Muter. Hun advocaat Ties Prakken ontdekt al snel dat tot haar stomme verbazing het Telegraaf-artikel de belangrijkste grond is voor de huiszoeking.

Tekst 17
Vanuit justitie heeft de Haagse officier van Justitie De Groot de leiding van het onderzoek tegen de twee journalisten van Opstand in handen. Tijdens de huiszoeking krijgen zij te horen dat ze op dat moment geen verdachte zijn. Dat is opmerkelijk. Want een jaar later zal officier De Groot tegenover de commissie-Van Traa nadrukkelijk beweren dat je uiterst behoedzaam te werk moet gaan bij het toepassen van dwangmiddelen, zoals huiszoekingen, tegen mensen die geen verdachten zijn. En ook dat je de informatie waarop je zo'n huiszoeking baseert, dan heel erg zorgvuldig moet toetsen.

Tekst 18
Naar eer en geweten, zegt officier van justitie De Groot tegen de commissie-Van Traa. Maar in het geval van de journalisten van Opstand werd, terwijl ze nog geen verdachten waren, zelfs de telefoon afgetapt; een nog veel zwaarder middel dan een printertap.

Tekst 19
De Haagse persofficier Zandbergen in het NOS-Journaal, op 14 november 1994, zes weken na de huiszoeking. Het onderzoek tegen Opstand krijgt een nieuwe wending: de twee journalisten worden tot verdachten gebombardeerd, en gaan nu als Rara-lid door het leven.
Ook de grond voor deze stap van justitie wordt door de strafrechtjurist Mevis van de Rotterdamse universiteit, die op ons verzoek het dossier bestudeerde, als uiterst mager bestempeld. Volgens hem komt dat door de manier waarop Justitie de verdenking heeft geformuleerd.

Tekst 20
Vier maanden worden Krikke en Muter op straat gearresteerd en verdwijnen voor zes dagen in de cel. Zes dagen waarin ze intensief worden verhoord. Pas tijdens hun detentie krijgt hun advocaat de beschikking over een groot deel van het dossier. Tijdens de persconferentie na de vrijlating van Krikke en Muter gebeurt er iets onverwachts. Advocaat Ties Prakken wordt aangesproken door Joost de Haas en Martijn Koolhoven van de Telegraaf. Ze beginnen over een heel andere zaak. Een zaak in Den Haag wegens afpersingspraktijken tegen een aantal Turken, die lid zouden zijn van de organisatie Dev Sol.

Tekst 21
De werkelijkheid is heel wat minder spannend. De Turkse cliënt uit Den Haag van advocaat Prakken is in hoger beroep vrijgesproken en heeft uiteindelijk een schade vergoeding van 20 duizend gulden gekregen. Hans Krikke kende de man vanwege zijn werk. Ze zetten zich namelijk allebei in voor de belangenbehartiging van illegale arbeiders in het Westland.
Maar hoe kwam Joost de Haas aan zijn informatie. Zijn er gegevens uit het dossier gelekt naar De Telegraaf.
Volgens de bekende Utrechtse strafpleiter Doedens gebeurt dat wel vaker dat justitie de media gebruikt.

Tekst 22
Strafpleiter Doedens.
Opvallend in het strafdossier is ook dat de politie Telegraaf-journalist Joost de Haas en zijn collega niet heeft gehoord. Per slot van rekening wordt hun artikel in het dossier als uitgangspunt van het hele onderzoek opgevoerd. Advocaat Ties Prakken:

Tekst 23
Natuurlijk hebben we Telegraaf-journalist Joost de Haas om commentaar gevraagd, maar hij wilde ons niet te woord staan. Alleen op de vraag hoe hij wist dat het telefoonnummer van Krikke voorkwam in de agenda van de Turkse man uit Den Haag, ging hij wel in. Luistert U naar een letterlijke weergave van dit telefoongesprek.

Tekst 24
Uit het strafdossier blijkt ook dat de politie zelfs na de huiszoekingen bij Opstand in september 1994 nog steeds geen spoor van bewijs heeft. De laatste strohalm wordt dan de tekstanalyse: teksten van Rara worden vergeleken met artikelen en andere schrijfsels van de Opstand-journalisten. En zo kwam het dat tekstdeskundige Fred Wester van de Nijmeegse universiteit in december 1994 naar een café in Den Haag kwam, op uitnodiging van de heer Wilds van de Haagse recherche. En dat Wester wederom moest uitleggen dat de weg van de tekstanalyse tot niets zou leiden. Twee jaar eerder had hij dat al proberen duidelijk te maken aan de heren Minneboo en Ongkiehong van de CRI. Maar dat kon het enthousiasme bij zijn gesprekspartners nauwelijks temperen.

Tekst 25
Tekstdeskundige Wester.
Ook dán is nog niet iedereen overtuigd. Vijf maanden later, in april 1995, krijgt namelijk ook de polemoloog Leon Wecke bezoek van de recherche uit Den Haag. Wecke is de andere auteur van het boekje uit 1992 over de Rara-teksten. Het eerste dat de twee heren uit Den Haag uit hun tas halen, is het befaamde analyseprogramma uit Engeland, waarmee Wester tweeënhalf jaar eerder al eens is benaderd. Wecke trakteert ze op een college tekstanalyse. Na drie kwartier neemt het gesprek een heel andere wending.