Argos

Dertig jaar Nederlandse steun aan Suharto

Argos

Dertig jaar Nederlandse steun aan Suharto

Toen Suharto twee weken geleden aftrad als president van Indonesië juichte iedereen in Nederland. Van links tot rechts. Eindelijk heeft de man, die nu door iedereen als despoot wordt aangemerkt, het toneel verlaten. Maar waarom heeft Nederland het regime van diezelfde despoot meer dan dertig jaar gesteund? Met wapens, geld en handelsovereenkomsten. Ondanks de aanhoudende berichten vanuit Indonesië over ernstige schendingen van mensenrechten. In Argos een reconstructie van een innige relatie. Met historische fragmenten en een studiogesprek met mensenrechtenactivist Liem Soei Liong.

In Argos een reconstructie van de gebeurtenissen tijdens het bewind van oud-president Suharto van Indonesië na de staatsgreep van 1965 en de steun die de Nederlandse regering het regime van deze president al die jaren gaf. Er wordt o.a. aandacht besteed aan de schending van de mensenrechten, de jacht op de communisten (leden van de PKI), het aftreden van president Sukarno, het Nederlandse beleid ten aanzien van Indonesië, het staatsbezoek van Suharto, de kritische houding van minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking, de annexatie van Oost-Timor in december 1975 en de daaropvolgende genocide en de wapenleveranties aan Indonesië.
Het programma wordt afgesloten met een vraaggesprek met de Indonesische mensenrechtenactivist Liem Soei Liong. Bevat historische geluidsfragmenten.


------
Persbericht:

Pronk betreurt jarenlange PvdA-steun aan Suharto-regime

PvdA-minister Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking betreurt dat de opeenvolgende Nederlandse regeringen het regime van de - drie weken geleden afgetreden - Indonesische president Suharto decennia lang hebben gesteund door onder andere wapenleveranties. In het programma VPRO aan de Amstel (vrijdag 12 juni, Radio 1) zegt Pronk dat ook zijn eigen partij, de PvdA, te onkritisch is geweest ten opzichte van het Suharto-regime. Verder zegt de demissionaire minister, die onlangs te kennen gaf in het volgende kabinet graag terug te keren op zijn post: “De minister van Ontwikkelingssamenwerking kan zich regelmatig over de onwenselijkheid van wapenleveranties aan ontwikkelingslanden uitlaten, maar hij haalt doorgaans bakzeil.”

Over de beginperiode van het Suharto-regime zegt Pronk: “Ik was in de jaren zestig actief in de Nieuw Links-beweging binnen de PvdA. Ik heb me in die tijd altijd verbaasd over de houding van mijn eigen partij, die niet overmatig kritisch stond ten opzichte van het Suharto-regime in Indonesië. Eigenlijk stemde ook de PvdA al heel snel in met de vorming van de IGI.” De IGI, de International Group for Indonesia, was een groot internationaal hulp-consortium. Ze werd in 1967 opgericht, enkele maanden nadat Suharto was aangetreden als president, en nadat er honderdduizenden mensen waren vermoord door het Indonesische leger in een campagne tegen de communistische partij.

Pronk werd in 1973, toen hij minister van Ontwikkelingssamenwerking werd in het kabinet Den Uyl, zelf voorzitter van de IGI. Daarop terugblikkend zegt hij nu: “Ik moest dit voorzitterschap overnemen, omdat de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking daar qualitate qua voorzitter van was. Maar ik wilde een ander beleid dan het beleid dat tot dan toe was gevoerd en dan ook door mijn eigen partij werd voorgestaan. Ik wilde gebruik maken van het IGI-voorzitterschap om verbeteringen op het gebied van de mensenrechten binnen Indonesië tot stand te brengen.”

In het midden van de jaren zeventig ontstond er een discussie over het wel of niet leveren van drie Nederlandse Korvetten (oorlogsschepen) aan Indonesië. “Dat was een harde discussie, ook binnen de boezem van het kabinet Den Uyl en de boezem van de PvdA. Die discussie is niet zo goed afgelopen in mijn optiek. Ik was tegen de leverantie, maar ik moest uiteindelijk toch accepteren dat het kabinet Den Uyl akkoord ging.” Ter verklaring hiervan zegt Pronk: “Ik had als minister van Ontwikkelingssamenwerking slechts een adviserende invloed op wapenleveranties en die was helaas niet groot genoeg. Dat blijkt overigens continu. De minister van Ontwikkelingssamenwerking kan zich regelmatig over de onwenselijkheid van leveranties van wapens aan Ontwikkelingslanden uitlaten, maar hij haalt doorgaans bakzeil.”

Over de hele periode waarin Suharto president was (1967-1998) zegt de bewindsman: “Je ziet inderdaad steeds weer dat er in Nederland aan de ene kant wel bezorgdheid was over de mensenrechten, maar als het er op aan kwam dan ging het toch vooral om de goede politieke en economische relatie met Indonesië. Ik betreur dat.”

De regering Suharto besloot in 1992, vanwege de Nederlandse kritiek op het optreden van het Indonesische leger in Oost-Timor, geen ontwikkelingshulp van Nederland meer te willen ontvangen. Volgens Pronk zijn de handelsrelaties tussen Nederland en Indonesië sindsdien enorm opgebloeid en is de inzet voor de mensenrechten op de achtergrond geraakt. Dat komt volgens de bewindsman doordat er sindsdien geen integraal beleid meer is gevoerd door Nederland.

“De ministers van Buitenlandse Zaken hebben hun uiterste best gedaan om ook de mensenrechten aan de orde te stellen. Met name collega Van Mierlo verdient daarvoor veel lof. Maar het punt is dat er geen integraal beleid meer wordt gevoerd. Wanneer je niet een integraal beleid hebt, zoals dat vanuit Ontwikkelingssamenwerking werd gevoerd, waarbij milieubeleid, armoedebeleid, mensenrechtenbeleid, sociaal beleid en economisch beleid in een integraal kader worden gezien, dan raakt je beleid uit evenwicht. Wanneer alles los van mekaar wordt gezien, dan is er geen enkele relatie meer tussen bijvoorbeeld armoedebestrijding en mensenrechten aan de ene kant en de Nederlandse export aan de andere kant. Dan gaat dat laatste altijd prevaleren. En dan wordt het mensenrechtenbeleid en het armoedebeleid een beleid in een klein hoekje, marginaal. Dat is de afgelopen jaren het geval geweest ondanks de activiteiten van de minister van Buitenlandse Zaken.”