Argos

Wat gebeurde er met getuige L.?

Argos

Wat gebeurde er met getuige L.?

Argos over de Bosnisch-Servische kroongetuige, Dragan Opacic, in het proces van het VN-tribunaal voor Joegoslavië tegen Dusko Tadic in Den Haag.
Opacic, ook wel bekend als 'getuige L.', werd als minderjarige krijgsgevangene door Bosnische moslims onder druk gezet om een valse belastende getuigenis tegen Tadic af te leggen. Tadic zou hem als kampcommandant in het kamp Trnopolje hebben aangezet tot ernstige misdrijven. Opacic werd in Bosnië veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor oorlogsmisdaden, op grond van een valse verklaring van hemzelf, zonder onpartijdige advocaat en zonder getuigenverklaringen. Nadat het VN-tribunaal in Nederland had ontdekt dat zijn getuigenis tegen Tadic vals was, werd hij in juni 1997 het land uitgezet. Zijn aanvraag voor asiel in Nederland werd niet in behandeling genomen en hij werd niet vervolgd wegens meineed. In Bosnië moet hij zijn straf uitzitten, na zijn vrijlating zal hij geen normaal bestaan kunnen opbouwen en zal hij zelfs voor zijn leven moeten vrezen.
In het programma worden de achtergronden gereconstrueerd en wordt de correctheid van de handelswijze van het VN-tribunaal en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onderzocht.
De reportage bevat vraaggesprekken hierover met:
- M. Wladimiroff, voormalig advocaat van Tadic;
- J. Sjöcrona, voormalig advocaat van Opacic;
- M. Reurs, voormalig advocaat van Opacic;
- Mevr. Isailovic, voormalig advocate van Opacic (met voice over-vertaling);
- R. Siekmann, medewerker bij het T.M.C. Asserinstituut voor internationaal recht, namens het IND;
- Göran Sluiter, onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht, die de bewijsvoering bij internationale tribunalen onderzoekt;
- Goran Trkulja, in Nederland woonachtige Bosnisch-Servische journalist (telefonisch).
Het programma bevat verder een verslag van een poging inlichtingen te verkrijgen omtrent de toestand van Opacic in de gevangenis van Zenica in Bosnië; eerst telefonisch en later ter plaatse. Geïllustreerd met historische geluidsfragmenten.

-------------
Inleidende teksten:
Tekst 1
“Niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen”, zo constateerde de Haagse advocaat Wladimiroff een maand geleden tegenover ons. Hij heeft het over getuige L., de man die de belangrijkste getuige, de króóngetuige, had moeten zijn voor de aanklagers van het Joegoslavië Tribunaal in het proces-Tadic. Dat was het eerste grote proces tegen oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië voor het VN-tribunaal in Den Haag. Maar getuige L. viel op 25 oktober 1996 door de mand. Hij had gelogen en zijn getuigenis werd daarmee waardeloos. Een blamage voor het Joegoslavië Tribunaal én voor de Bosnische regering, die L. aan het Tribunaal had uitgeleend. In Bosnië zat hij namelijk een gevangenisstraf van tien jaar uit.
Driekwart jaar later, in juni 1997, werd getuige L. Nederland uitgezet. In het geniep, buiten medeweten van zijn advocaten, werd hij weer overgedragen aan de Bosnische autoriteiten. Sindsdien is hij spoorloos. Althans voor de juristen die zich hier in Nederland om het lot van de afgedankte kroongetuige bekommeren. En zij vrezen het ergste.
Wat gebeurde er met getuige L.? Argos gaat vandaag op zoek naar deze Bosnisch-Servische jongeman. Is hij dader of slachtoffer? Als hij heeft gelogen, waarom werd hij dan niet voor meineed vervolgd? Hoe zorgvuldig opereerden het VN-tribunaal en de Nederlandse autoriteiten?
Een verhaal over hoe een afgedankte kroongetuige werd weggewerkt.

Tekst 2:
Advocaat Wladimiroff. Hij was de raadsman van Dusko Tadic. De Bosnische Serviër Tadic stond in 1996 terecht voor het Joegoslavië Tribunaal op verdenking van oorlogsmisdaden. Die had hij begaan als commandant van het kamp Trnpolje. Als advocaat van Tadic kreeg Wladimiroff uitvoerig te maken met L. Want in het proces tegen zijn client was L. als getuige een belangrijke rol toebedacht, legt Wladimiroff uit.

Tekst 3:
En niet zomaar een kroongetuige, want L. was een Serviër die tegen een Serviër getuigde. Een getuige, die het Tribunaal ook nog eens op een presenteerblaadje kreeg aangeboden door de autoriteiten in Bosnië, waar L. al gevangen zat.
Maar Wladimiroff rook onraad. Hij ging de verhalen van getuige L. in Bosnië controleren. Op de eerste plaats kwam hij achter de ware identiteit van L., die in werkelijkheid Dragan Opacic bleek te heten. Desondanks moest Wladimiroff die naam voor zich houden. Want het VN-tribunaal wilde dat de identiteit van L. geheim bleef. Om de getuige zelf te beschermen, maar ook uit angst voor represailles tegen diens familieleden, die in Bosnië wonen.

Tekst 4
De getuigenis van getuige L. bleek op hoofdpunten niet te kloppen. Zo ontdekte advocaat Wladimiroff óók, dat de vader van L. nog leefde. L. had steeds beweerd dat die dood was. Wladimiroff spoorde de vader en ook de broer van L. op, liet hen vanuit Bosnië naar Den Haag overvliegen en ensceneerde op 25 oktober 1996 een confrontatie tussen hen en L. in de gevangenis in Scheveningen waar L. op dat moment al ruim een jaar verbleef. Dat brak L.. En Wladimiroff zorgde ervoor dat dat gebeurde in het bijzijn van Robert William Reid, de Australische hoofdonderzoeker voor de openbare aanklager van het Joegoslavië Tribunaal, die getuige L. ook vanuit Bosnië naar Den Haag had gehaald.
In het officiële document van het Tribunaal waarin de verklaring van Reid over deze confrontatie tussen vader en zoon is vastgelegd, zegt Reid onder meer:

Tekst 5
Aldus de verklaring van onderzoeker Reid. Tijdens diezelfde bijeenkomst biechtte L. ook op tegen Reid dat hij nooit bewaker was geweest in het kamp Trnpolje. De betrouwbaarheid van L. was hiermee zozeer in diskrediet geraakt, dat hij onbruikbaar was geworden als getuige in de zaak-Tadic. En dat leidde tot grote commotie bij het Joegoslavië-Tribunaal. Het nieuwsoverzicht op die 25ste oktober 1996 meldde ’s avonds:

Tekst 6
Met de ontmaskering van L. als getuige dook ineens ook zijn werkelijke naam, Dragan Opacic, op in de media. Advocaat Wladimiroff reconstrueerde hoe Opacic het tot getuige L. bij het VN-Tribunaal had gebracht.

Tekst 7
Aldus Wladimiroffs versie over de wording van L. als kroongetuige. Of die versie door de onderzoekers van het Tribunaal voor 100 procent wordt gedeeld, is ook nu nog onduidelijk. Want men weigert elke reactie op dit punt. Wel duidelijk is dat het Tribunaal groot gezichtsverlies leed door de ontmaskering van getuige L. door Wladimiroff, de advocaat van verdachte Tadic. De aanklagers van het Tribunaal hadden namelijk al anderhalf jaar intensief contact gehad met L. en er nooit blijk van gegeven ook maar énigszins te twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun kroongetuige.
Uitspraak Joegoslavië Tribunaal:

“Order voor het terugvoeren van een gedetineerde getuige
De beginselen ter bescherming van personen in detentie of gevangenschap van de Verenigde Naties bepalen dat niemand in zo’n situatie onderworpen mag worden aan marteling of aan wrede, inhumane of vernederende behandeling of straf. De rechtskamer heeft er het volste vertrouwen in dat dit beginsel door de Republiek Bosnië-Herzegovina in acht zal worden genomen.”

Tekst 8
Met deze motivatie besloot rechter Kirk McDonald van het Joegoslavië Tribunaal op 27 mei 1997 dat Dragan Opacic teruggestuurd kon worden naar Bosnië. Toen L. waardeloos was geworden als getuige, had het Tribunaal de aanklagers in eerste instantie opdracht gegeven te onderzoeken of Opacic wegens meineed vervolgd kon worden. Maar de aanklagers voelden daar niet veel voor en wilden liever van hem af. Met de Republiek Bosnië-Herzegovina hadden zij vooraf de afspraak gemaakt dat Opacic na zijn getuigenis weer terug moest naar Bosnië om daar zijn gevangenisstraf van tien jaar verder uit te zitten. Een straf die hij in 1995 opgelegd had gekregen door het gerechtshof in Sarajevo vanwege oorlogsmisdaden.
Maar Opacic wilde niet terug. Hij zei bang te zijn voor de toorn van de Bosnische autoriteiten, omdat hij het had verknald als getuige in de Tadic-zaak. Hij vreesde vermoord te worden.
Het tribunaal besliste anders. Op 12 juni 1997 verdween Opacic via Schiphol uit Nederland.

Tekst 9
We zijn weer terug bij onze beginvraag: Waar is Opacic? En hoe gaat het met hem?
Advocaat Wladimiroff kan ons niet verder helpen. Hij heeft geen flauw benul. Hij verwijst ons door naar zijn collega Sjöcrona. Die heeft indertijd via een kort geding tegen de staat geprobeerd om de uitzetting van Opacic te voorkomen.
Advocaat Sjöcrona heeft dat kort geding heeft verloren. Hij vertelt welke argumenten de rechter daarvoor aanvoerde.

Tekst 10
"Opacic is flitsend het land uitgewerkt", aldus advocaat Sjöcrona. Hij verwijst ons weer door naar advocatenkantoor Everaert. Everaert heeft namelijk dezelfde middag dat Sjöcrona het kort geding verloor, namens Opacic een asielverzoek ingediend bij de Nederlandse staat.
Advocaat Reurs van het kantoor Everaert weet ook niet waar Opacic zit. "We maken ons wel ernstige zorgen". Het asielverzoek is in juni vorig jaar niet in behandeling genomen door Nederland, vertelt Reurs.

Tekst 11
Advocaat Reurs kwam op 12 juni 1997, twee weken nadat hij het asielverzoek had ingediend, erachter dat Opacic niet meer in de Scheveningse gevangenis zat. Van het Tribunaal kreeg hij te horen dat Opacic "al getransporteerd" was. Maar waarheen, dat weigerde men te vertellen.
Ze hebben hem stiekem verwijderd, is de conclusie van Reurs. Hij trekt nog steeds regelmatig aan de bel bij de IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het ministerie van Justitie. Want op het bezwaarschrift dat hij heeft ingediend tegen het niet in behandeling nemen van het asielverzoek van Opacic, heeft Reurs hij nog nooit een antwoord gekregen.
We bellen zelf met de IND. Een woordvoerster zegt van niets te weten, maar belooft de zaak voor ons uit te zoeken.

Tekst 12
De Nederlandse advocaten die zich met Opacic hebben bemoeid, kunnen ons niet verder helpen. Wel verwijzen ze alle drie naar de Servisch-Kroatisch advocate Isailovic. Die heeft Opacic bijgestaan, toen het VN-Tribunaal hem wilde vervolgen wegens meineed. Ze hebben alleen een telefoonnummer van haar, een nummer in Parijs. Maar geen van drieen is het gelukt met haar in contact te komen.
We bellen zelf. Talloze keren tevergeefs, maar na een paar dagen krijgen we advocate Isailovic aan de lijn. En zij weet waar Opacic is: hij zit in de gevangenis van Zenica, vlakbij Sarajevo. Dat heeft ze zelf moeten uitzoeken, want het Tribunaal wenste haar niet te helpen. Dat volstond met een 1-regelige fax met de mededeling dat haar cliënt Opacic was overgedragen aan de Bosnische autoriteiten.
Harald Doornbos, correspondent in Sarajevo, gaat voor ons op pad. Hij probeert Opacic te bezoeken in de gevangenis Zenica.

Tekst 13
We zijn in Parijs. Nadat we in Bosnië voorlopig niet veel verder zijn gekomen, gaan we op bezoek bij advocate Isailovic. In januari 1997 kwam ze voor het eerst in contact met haar client Opacic, toen het Tribunaal onderzocht of hij voor meineed moest worden vervolgd.

Tekst 14
Advocate Isailovic werd pas raadsvrouw van Opacic, toen hij al ontmaskerd was als valse getuige. Het viel haar op dat het Tribunaal niet echt moeite deed om erachter te komen waarom Opacic meineed zou hebben gepleegd. Daarom ging ze zelf op onderzoek uit. Ze wilde meer weten over het proces in Sarajevo waarbij Opacic, voor dat hij naar Den Haag werd gehaald, tot tien jaar cel werd veroordeeld; veroordeeld vanwege oorlogsmisdaden die hij zou hebben begaan in het kamp Trnopolje.
Isailovic vroeg bij het VN-Tribunaal het dossier van de rechtsgang in Bosnië op. Maar het Tribunaal weigerde. De advocate reisde vervolgens in februari 1997 zelf naar Bosnië. Daar ontdekte ze dat Opacic, nadat hij in oktober 1994 krijgsgevangen was gemaakt, 77 dagen was vastgehouden door de Bosnische politie, zonder dat hem iets ten laste was gelegd. Volgens de Bosnische wet mag dat hooguit drie dagen. Ook kreeg advocate Isailovic het vonnis onder ogen, waarop Opacic op 16 mei 1995 door het gerechtshof in Sarajevo werd veroordeeld. En ze deed een opmerkelijke ontdekking.

Tekst 15
Opacic is in Sarajevo dus tot tien jaar veroordeeld, alleen op grond van zijn eigen verklaring, zonder dat iemand hem ooit in het kamp Trnopolje heeft gezien.
Inmiddels hebben ook wij de beschikking over het vonnis. We hebben het 12 pagina’s tellende stuk laten vertalen. En inderdaad, alles wat advocaat Isailovic zegt, wordt daarin bevestigd. In het vonnis vertellen getuigen over de erbarmelijke toestanden in het kamp. Een citaat: “de bovengenoemde getuigen waren in het kamp gedetineerd in de zomermaanden, in de periode toen de minderjarige Opacic er niet was”.

Tekst 16
Opacic vertelt later, op 26 oktober 1996, in een verhoor door advocaat Wladimiroff dat hij die verklaring inderdaad niet zelf heeft geschreven.
Het verhoor werd hem afgenomen een dag na zijn ontmaskering en in aanwezigheid van hoofdonderzoeker Reid van het VN-tribunaal:

Tekst 17
Volgens Opacic is hij dus tot zijn belastende verklaring tegen zichzelf en tegen Tadic gekomen onder zware druk en intimidatie van de Bosnische autoriteiten.
Maar zijn advocaat in Bosnië dan, vragen we aan advocate Isailovic in Parijs? Opacic had tijdens zijn proces in Sarajevo toch ook een advocaat?
Had die dan niets in de gaten?

Tekst 18
De verklaring die Opacic in Sarajevo heeft afgelegd, is de bron van alle perikelen en ellende. De verklaring werd naar Den Haag gestuurd en zo kwam onderzoeker Reid van het Joegoslavië-Tribunaal Opacic op het spoor als getuige. Zelfs nadat hij naar Den Haag was overgebracht, was Opacic naar eigen zeggen nog steeds zo geïntimideerd dat hij tegenover het Tribunaal niets durfde te zeggen over de manier waarop zijn verklaring tot stand was gekomen, en bleef hij bij zijn bekentenis. Een bekentenis, waaraan de onderzoekers van het VN-Tribunaal nu geen enkele waarde meer willen hechten. Toch hebben die VN-onderzoekers zelf daarbij een op zijn minst merkwaardige rol gespeeld.
Advocaat Wladimiroff :

Tekst 19
De verklaringen die Opacic voor het VN-Tribunaal heeft afgelegd, daar gelooft nu niemand meer in. Maar het absurde aan de zaak is dat Opacic op dit moment in de gevangenis van het Bosnische Zenica tien jaar gevangenisstraf uitzit op grond van een vonnis dat helemaal op diezelfde verklaring stoelt. Dat blijkt uit het vonnis van het gerechtshof van Sarajevo, waarover wij beschikken. Als wij onze bevinding voorleggen aan advocaat Wladimiroff, reageert hij verbijsterd.

Tekst 20
Wladimiroff's collega advocaat Sjöcrona reageert al even verbaasd.

Tekst 21
De grote vraag is nu of het Tribunaal, of liever gezegd de onderzoekers van de aanklagers bij het Tribunaal, inderdaad wisten dat die verklaring niet deugde. En of zij Opacic inderdaad willens en wetens hebben teruggestuurd. Zo nee, kenden zij het vonnis uit Sarajevo dan niet? En waarom kon een advocaat de kroongetuige wel ontmaskeren en konden zij dat niet?
We proberen een reactie te krijgen van hoofdonderzoeker Bob Reid van het Tribunaal, maar we komen niet verder dan de mevrouw van de Press Office. "Het bureau van de aanklagers geeft nooit commentaar op operationele zaken", is het enige dat ze wil zeggen. Ook op schriftelijke vragen hoeven we geen reactie te verwachten.

Tekst 22
Advocaat Sjöcrona, die vorig jaar een kort geding tegen de Nederlandse staat om de uitzetting van Opacic te voorkomen, verloor. Gezien alle vraagtekens rond het vonnis, op grond waarvan Opacic nu in Bosnië vastzit, rest er namelijk nog één belangrijke vraag: waarom heeft Nederland vorig jaar het asielverzoek voor Opacic niet eens in behandeling genomen en meegeholpen aan zijn uitzetting. Hoe rechtmatig was dat?
Als we opnieuw bellen naar de IND, de Immigratie- en Naturalisatie Dienst, krijgen we daar een antwoord dat overeenkomt met wat we eerder al te horen hadden gekregen van de Robbert Siekmann, verbonden aan het Asser-instituut voor internationaal recht in Den Haag: Nederland kon niet anders omgaan met Opacic vanwege de deal die Nederland met het VN-tribunaal heeft gesloten.

Tekst 23
Andere wetenschappelijk onderzoekers die we de zaak voorleggen, zijn het hier niet mee eens. Goran Sluiter bijvoorbeeld. Hij doet aan de Universiteit van Utrecht onderzoek naar de bewijsgaring door internationale tribunalen.

Tekst 24
De Bosnisch-Servische journalist Goran Trkulja vluchtte aan het begin van de burgeroorlog in Bosnië naar Nederland. Hij heeft nu de Nederlandse nationaliteit en bezoekt Bosnië regelmatig. Hij schetst de toekomst die Opacic in Bosnië te wachten staat, als hij eenmaal vrijkomt.