100 jaar VPRO: dagboek van een vrijzinnige
Over het reisverslag van VPRO-bestuurslid prof. ir. Willem Schermerhorn
In 1936 stuurt de Bataafsche Petroleum Maatschappij prof. ir. Willem Schermerhorn per vliegtuig naar Nieuw-Guinea, waar hij oliebronnen in kaart moet brengen. Voor de gewaagde expeditie zegt hij het bestuur van de V.P.R.O. tijdelijk vaarwel. Het reisverslag van de latere premier van Nederland bevat interessante observaties over de omroep, roemruchte tijdgenoten en andere culturen.
Het is 26 februari 1936 en de Kieviet, een DC-2 van Amerikaanse makelij, staat al te wachten op Schiphol. In het midden van de zwart-witte persfoto die van dit moment gemaakt is, staat een onberispelijk gekleed echtpaar. Zij in een donkere jurk, met een lichte sjaal en een grote zwarte hoed. Hij in een donker pak en een lichte regenjas, gleufhoed op. Ze lachen, hun blikken stralen een zeker optimisme uit. Onder zijn linkerarm heeft de man twee cahiers met een gemarmerde kaft. Zijn aantekenboekjes?
Er valt namelijk heel wat op te tekenen als prof. ir. Willem Schermerhorn zijn expeditie naar Nieuw-Guinea aanvaardt. Vier maanden zal hij van huis zijn. Hij is dan inmiddels tien jaar aan de Hogeschool Delft verbonden als hoogleraar landmeten, waterpassen en geodesie. In opdracht van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) zal hij landmetingen verrichten en luchtopnamen gaan maken voor de olie-exploitatie in de koloniën. Fotogammetrie is Schermerhorns specialisme. Als hoofd van de Meetkundige Dienst van Rijkswaterstaat geniet hij een internationale reputatie en de nieuwe fototechniek maakt veel preciezere luchtkartering – het aardoppervlak in kaart brengen met luchtfoto's – mogelijk. De omstandigheden in de tropen zijn verre van ideaal en tijdens de reis beklaagt de professor zich over het vochtige klimaat en het stof, dat witte spikkels op zijn fotoafdrukken achterlaat. En dan zal de apparatuur, zo noteert hij later, ook nog waterschade oplopen in een lekkende hangar in Rangoon.
Schermerhorn wordt uitgeleide gedaan door zijn vrouw Barbara (koosnaam Bab), zij blijft in Delft om voor hun kinderen te zorgen. Eenmaal aan boord van het vliegtuig maakt de ingenieur het zich geriefelijk. Gelukkig, zo schrijft hij met potlood in zijn blocnote, heeft het V.P.R.O.-bestuur waarvan hij vicevoorzitter is, hem pepermuntjes meegegeven voor de reis. Om 11.20 uur noteert hij ergens boven Frankrijk: ‘Van de V.P.R.O.-snoep heb ik leuk genoten. Het is ook lekker om te slikken bij het rijzen en dalen. (…) Over een half uurtje misschien in Marseille. Dus ik stop dit verhaal en zal trachten daar te posten.’
Schermerhorn had voor de moderne lezer paternalistische maar destijds gangbare opinies over inlanders en hun persoonlijke hygiëne
Hij zal nog tussenlandingen maken in onder meer Athene, Caïro, Bagdad en Karachi,want dit type kleinere vliegtuigen vergt de nodige brandstofstops. Tijdens de lange reis heeft hij alle tijd voor persoonlijke mijmeringen en observaties. Zo meldt hij, nog maar net in de lucht: ‘Is het een wonder, dat ik in mijn verhaal van zondag voor de microfoon zoo uitdrukkelijk wees op alles wat er op deze wereld aan goeds voor een mensch te beleven is?’
Koeienmelken
De microfoon was die van de V.P.R.O.-radio, waarvoor hij geregeld een praatje hield over geloof, techniek en landbouw. ‘Over een kwartier à 20 minuten zijn wij in Athene vermoedelijk en we zijn er dan binnen de aangegeven tijd. Dat is fijn. (…) Ik zal nu een adres schrijven om de brief in Athene weer kwijt te raken. Het is nu zoowat de tijd dat ik anders naar de kerk zou zijn gegaan om mijn verhaal af te steken over de V.P.R.O.’
Begin jaren dertig vinden we zijn ‘causerie’ (praatje) al aangekondigd in de programmakolommen van Vrije Geluiden, de voorloper van de VPRO Gids. Zijn goede vriend dominee Everhard Spelberg zwaait daar sinds 1935 als predikant-secretaris de scepter en verzorgt wekelijks uitzendingen vanuit de bescheiden V.P.R.O.-studio aan de ’s Gravelandseweg 65 in Hilversum, waar hij met zijn gezin boven woont. De vier kinderen van Spelberg zullen later in een interview met de VPRO Gids vertellen dat Schermerhorn geregeld over de vloer kwam. Rennen over het parket was er verboden zodra het rode studiolampje ging branden.
Schermerhorn was al sinds de jaren twintig verbonden aan de Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme. Omdat hij als klein kind zijn rechterhand had verbrand aan hete melk en zijn vingers niet goed kon buigen bij het koeienmelken ontsnapte hij aan het landbouwbedrijf van zijn vader in Grootschermer. Op aandringen van het schoolhoofd mocht de pientere Willem naar de hbs in Alkmaar. Het geloof was hem niet met de paplepel ingegoten, want in huize Schermerhorn werd ‘niet aan de kerk gedaan’. Al in zijn studententijd toonde Willem echter interesse in de christelijk-protestantse levensovertuiging, wat hem deed belanden bij de kring van vrijzinnigen die in 1926 in de Amsterdamse Singelkerk de V.P.R.O. oprichtte. Twee van zijn broers gingen in het familiebedrijf werken, alleen de jongste broer, Dirk, werd net als Willem ingenieur.
Vuurpeloton
Dirk zal overigens een radicaal andere afslag nemen door als overtuigd communist te gaan helpen bij de aanleg van het spoor in Siberië. Hij weet zich op te werken tot adjunct-directeur van het spoorbedrijf in Moskou. Een fataal ongeluk bij de aanleg van de metro in Moskou, een van Stalins prestigeprojecten, breekt hem echter op. De verantwoordelijke volkscommissaris laat Dirk in 1936 oppakken door de geheime dienst. Willem is dan per trein naar Peking onderweg en stopt in Moskou om zijn broer te bezoeken, maar treft daar alleen diens zwangere vrouw, Francisca (Frans) Mus. Haar man is op dienstreis, zegt ze. In 1937 zal Dirk een kwartier (!) na de zitting van een militair tribunaal worden veroordeeld voor spionage en contrarevolutionaire activiteiten. Enkele dagen later volgt zijn executie door een vuurpeloton. Frans wordt met haar pasgeboren kind verbannen naar een strafkamp in Mordovië en de twee oudere kinderen worden naar weeshuizen gestuurd. Zij overleeft het, maar zal haar kroost pas jaren later terugzien.
Ondertussen komt Schermerhorn er tijdens zijn vlucht achter dat hij de belichters van zijn Leicafotoapparatuur is vergeten. In paniek is hij echter niet, dat moet dan maar worden nagezonden. Wel rapporteert hij over zijn teleurstellende verblijf in Bagdad: ‘Ir. Brucklacher stapte uit de auto en maakte heel onverstoord een paar foto's maar het publiek werd zoo, dat het maar beter was dat wij ten snelste verdwenen. Een kerel nam al een zeer dreigende houding aan. Dus namen wij snel de benen. Van de politie geen spoor en wie hier alleen als vreemdelingen naar toe gaat komt er m.i. waarschijnlijk nooit vandaan als hij iets doet dat de heren niet aanstaat. Het schijnt dat er twee soorten moslims zijn, waarvan dit het kwaadaardige soort was.’
Met plezier verdiept hij zich in het meegebrachte jubileumnummer van Vrije Geluiden – het blad bestaat dan tien jaar, net als de V.P.R.O. – en de omroeppolitiek in Hilversum blijft Schermerhorn bezighouden. ‘Wat doe je in zo'n land met een radio-omroep? Daar zijn de vragen over de “moeilijkheid van de V.P.R.O.” nog maar kinderspel bij! Of worden die eenvoudig opgelost door alleen voor een heel kleine groep te zenden? Toch is er zoo iets, want ik zag dwars over de straat een reclame van Philips Radio. En ik dacht aan de uitspraak dat Eindhoven niet rusten zal voor de laatste Hottentot een radio heeft. Hier lijkt mij dat toch zeer gewenscht, het kan alleen maar goeds uitwerken! Maar de strijd lijkt en is misschien wel hopeloos in een land als dit.’
Wie hier alleen als vreemdelingen naar toe gaat komt er m.i. waarschijnlijk nooit vandaan als hij iets doet dat de heren niet aanstaat
Gezag
Schermerhorn toont zich een man van zijn tijd, met voor de moderne lezer paternalistische maar destijds gangbare opinies over inlanders en hun persoonlijke hygiëne (‘zij leren van alles,en ook hun tanden poetsen met behoorlijk water enz.’). Tegelijkertijd signaleert hij de hang van de lokale bevolking naar gezag. ‘Ik kan mij nu wel weer een beetje voorstellen, waarom er in Holland heel wat oud-Indiëgasten zoo voor een heel sterk gezag zijn, en vinden dat die beruchte Jan met de pet veel te veel heeft in te brengen. Deze heeren vindt men daarom bij Nationaal Herstel of zelfs wel bij de NSB.’
Het is de tijd dat Nederland, ook in de overzeese koloniën, nog een sterk verzuilde samenleving kent. Er is een strikte scheiding tussen liberale, confessionele en socialistische zuilen, met eigen partijen, verenigingen, scholen en ook radio-omroepen. De vrijzinnige dominees van de V.P.R.O. zijn in gevecht met de grotere zendgemachtigden Vara, KRO, NCRV en Avro, die de nieuwkomer met argusogen bekijken.
Het V.P.R.O.-bestuur, onder aanvoering van de onvermoeibare voorzitter dr. Nicolette Bruining, streeft naar een vrijzinnige plek in de ether en uiteindelijk zelfs naar een nationale omroep. Dat BBC-model zal er nooit komen, daarvoor zit de verzuiling te diep ingebakken in het bestel en in de Nederlandse maatschappij.
Toch valt in Schermerhorns reisnotities de geest van samenwerking aan de top van de zuilen terug te vinden. Zo verblijft hij enige tijd in ‘het eenvoudige, doch keurige huis’ van dr. Anton Colijn, waarvan nog kiekjes in de archieven zijn terug te vinden. Anton is de zoon van oud-militair, ‘socialistenvreter’ en ARP-premier Hendrikus (Henk) Colijn en is net als zijn vader werkzaam voor de Petroleum Maatschappij. Anton – een verwoed alpinist – zal in 1945 overlijden in een jappenkamp, maar voor die tijd verwerft hij bekendheid met zijn beklimming van het afgelegen Carstenszgebergte in Nieuw-Guinea.
Bij zó iemand vergeleken is Mussert niet meer dan een opgeblazen, pafferig ventje. Maar deze sterke man is overtuigd democraat
De hoogleraar is dankbaar voor zijn vriendschap met Colijn jr. ‘Het doet goed zulke mensen in het bedrijfsleven te ontmoeten: een stalen geest en dito kracht, maar daarbij een hart van goud. Dat zijn sterke mannen. Bij zó iemand vergeleken is Mussert niet meer dan een opgeblazen, pafferig ventje. Maar deze sterke man is overtuigd democraat.’
Geestelijk leider
Een jaar eerder heeft de NSB bij de gemeenteraadsverkiezingen – de werkloosheid in Nederland is op het hoogst – de beste uitslag uit haar geschiedenis geboekt. Schermerhorn, overtuigd democraat en aanhanger van het personalistisch socialisme (socialisme zonder marxistische strijdkreten), toont zich geregeld fel tegenstander van de nationaalsocialisten. In 1941 worden de omroepbladen verboden, Schermerhorn zal in 1943 gaan schrijven voor het illegale verzetsblad Je Maintiendrai. Als voorzitter van de Eenheid door Democratie wordt hij gearresteerd en zit hij met prominente politici als Drees, Lieftinck en Van der Goes Naters maandenlang vast in Kamp Sint-Michielsgestel. Dankzij zijn verzoenende houding wordt hij de geestelijk leider van het kamp. Na zijn vrijlating ontsnapt hij diverse keren aan de bezetter door op verschillende adressen onder te duiken.
NSB-leider Anton Mussert is overigens net als Schermerhorn civiel technicus en de twee studeerden op dezelfde dag af in Delft. In november 1945 zal Mussert vanuit de gevangenis in Scheveningen nog een brief schrijven aan zijn oud-studiegenoot, die dan de nieuwe premier van Nederland is, met daarin het verzoek om gratie. Schermerhorn schrijft niet terug en in de vroege ochtend van 7 mei 1946 werd Mussert als landverrader geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte.
Heimwee
Hoewel hij het zelf niet benoemt, heeft Schermerhorn na een flink aantal weken last van heimwee. Hij mist ‘de lieve snoet van Bab’, zoals hij aan het begin van zijn reis noteert. De cultuurschok is soms groot: opium rokende Chinese handelaren (‘een misselijk makende zoete walm’), schaars geklede stammen in Nieuw-Guinea en soms wordt het hem te veel. Op een gegeven moment is hij aangeslagen als hij na bijna een maand nog steeds geen post van zijn vrouw Barbara heeft ontvangen, terwijl hij weet dat ze zwanger is. Hij had al last van de hitte, maar nu valt hij ook nog ten prooi aan malaria. En dan is er ook nog een telegram van zijn werkgever: of hij meteen door wil reizen naar China voor een nieuwe opdracht. ‘Het is eenvoudig wanhopig, en ik weet niet best meer wat ik er van denken moet. Dan werd ik vanavond weer achtervolgd door een telegram uit Amsterdam over die reis naar China. Men wil antwoord. Wat moet ik daar nu in vredesnaam mee beginnen? Dat hangt toch ook een beetje van thuis af.’
Schermerhorn ergert zich dood aan de trage vorderingen van de meetdienst. ‘De vliegende afdeling, die thuiszit, doet niet veel maar kletst des te meer.’Het tekent de man die eigenlijk nooit stilzit en die je gerust als workaholic kunt typeren.
Zelf krabbelt hij tijdens zijn expeditie weer op na de nodige injecties en een kininepreparaat. Zodra hij ook maar enigszins op de been is zoekt hij geestverwanten op in de vrijzinnige kringen van Pasoeroean (tegenwoordig: Pasuruan). En natuurlijk spreekt hij daar. ‘Wel een aardige groep. Woensdagavond heb ik gesproken in de sociëteit over de luchtkartering in het algemeen. Ik hield een populair verhaaltje met wat vertellingen over Nw. Guinee. Dat staat hier tegenwoordig erg in de belangstelling.’
Voetbalwedstrijd
Op het eiland Banda filmt en fotografeert Schermerhorn allerlei inheemse dieren – van spinkrabben tot reusachtige spinnen – en met een glazen buis bestudeert hij de bodem van het koraalrif. Jezelf in het zweet werken op een voetbalveld blijkt niet Schermerhorns ding. ‘Eerst had ik nog een halve toezegging gedaan om mee te spelen in een voetbalwedstrijd K.N.I.L.M.-N.N.G.P.M. [de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij tegen de Nederlandsche Nieuw-Guinee Petroleum Maatschappij, red.], maar op het laatst heb ik mij bedacht, want dat leek mij in de warmte toch maar matig en een grapje dat best te vermijden was. Nu heeft in mijn plaats de pastoor gespeeld. De spelers waren na de wedstrijd vrij aardig geradbraakt en toch was het in het geheel niet warm.’
In juni 1936 landt hij weer veilig op Schiphol. Naast KLM-directeur Plesman staan hem ook de nodige journalisten op te wachten. De verzamelde pers wil van Schermerhorn weten of hij kolonisatiemogelijkheden ziet in Nieuw-Guinea, maar daar kan de expeditieleider nog niets definitiefs over zeggen. Wel dat er ‘een allermiserabelst klimaat’ heerst: een bar land, dat zelfs vergeleken met andere barre streken ‘bepaald een mensch-vijandige indruk maakt’. Uitgerekend Schermerhorn zal in de naoorlogse jaren een sleutelrol spelen in het overdragen van de soevereiniteit aan Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, waardoor hij zwaar onder vuur kwam te liggen, zowel vanuit de conservatieve hoek (het verkwanselen van de koloniën) als vanuit de linkerhoek (te weinig oog voor de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs).
Verloren mens
Een heilige was Willem Schermerhorn zeker niet. Tegen zijn vrouw kon hij afgemeten zijn als zij zich in een discussie mengde. Wel was hij een harde werker met een groot talent voor besturen en praten. Zijn radiopraatjes leverden hem zijn bijnaam Willem de Prater op. Toen hij door koningin Wilhelmina werd benaderd voor het premierschap van het eerste naoorlogse kabinet vroeg hij zich hardop af: ‘Majesteit, wie in deze put springt, is een verloren mens.’ Daarmee doelde hij op de zware wederopbouwtaak die hem dan wachtte. Maar hij was gewetensvol en gedreven genoeg om in 1945 toch aan het roer van een gehavend land te gaan staan. Met verzetsman en SDAP’er Willem Drees had hij in het laatste oorlogsjaar al intensief van gedachten gewisseld over de inrichting van het naoorlogse Nederland.
Een heilige was Willem Schermerhorn zeker niet. Tegen zijn vrouw kon hij afgemeten zijn als zij zich in een discussie mengde
Wie door de kolommen van het jubileumnummer van Vrije Geluiden bladert komt op een van de laatste pagina’s een opmerkelijk bericht tegen. ‘Beste Schermer, wij willen je langs deze weg hartelijk goeie reis wenschen. Maar denk eraan: je leven is een heleboel waard, niet alleen voor vrouw en kinderen, maar ook voor volk en vaderland, om van den V.P.R.O. maar helemaal te zwijgen. Wees voorzichtig, klim niet in gore kissies en doe ook geen gekke dingen. En als je terug bent Schermer, dan loop je niet pardoes uit ons bestuur, anders beloven wij je, dat je voor de bok zult dromen! Wij verlangen al naar het verslag van je avonturen in Nieuw-Guinea.’
In een eerdere kolom vestigt de redactie onder het kopje ‘Feesten’ de aandacht op tien jaar V.P.R.O. ‘Moeilijk is de situatie dikwijls geweest, pijnlijk en ernstig stonden we er vaak voor, maar we bleven: V.P.R.O. – Veel Plezier Redde Ons.’
Dit adagium lijkt er ook een te zijn voor de komende honderd jaar.