Ontwerper Jaap Drupsteen maakte vernieuwende televisievormgeving voor de VPRO

Interview met Jaap Drupsteen

Schets voor logo op geëmailleerd bordje
  • Cecile Elffers

Jaap Drupsteen ontwierp begin jaren zeventig een zwierig VPRO-logo en vernieuwende televisievormgeving. Tien jaar lang werkte hij voor de VPRO en later was hij onder meer verantwoordelijk voor het ontwerp van het Nederlandse paspoort. We zochten de 83-jarige ontwerper thuis op. ‘Ik moet eerst leeg worden en vervolgens mezelf nieuwsgierig maken.’

Jaap Drupsteen
Jaap Drupsteen in zijn studio
© Maarten Delobel

Jaap Drupsteen ontvangt ons in zijn villa uit 1976 aan de rand van Huizen, omringd door groen. Zijn echtgenote leidt ons naar de werkruimte van Drupsteen, die in het souterrain is. Drupsteen omringt zich, in zijn bureaustoel, met monitoren en audioapparatuur. Hij mag 83 zijn, en niet altijd meer even fit, maar aan pensioen doet hij niet. De laatste jaren ontwierp hij projecties bij concerten en dansvoorstellingen, onder meer bij ensemble Het Muziek (voorheen Asko|Schönberg). ‘Het is jammer dat mijn audio-interface kapot is, anders zou ik het je graag laten horen,’ zegt Drupsteen, terwijl we aan een ronde tafel naast zijn werkplek gaan zitten. Muziek is altijd een belangrijke inspiratiebron geweest voor de meesterontwerper – zelf was hij vroeger actief als (jazz)contrabassist.

Ik dacht: dit werk wil ik altijd wel doen, ontwerpen via trucages, met de nieuwe elektronische kleuren en technieken

Jaap Drupsteen

We reizen samen terug in de tijd: begin jaren zeventig, toen Drupsteen begon met ontwerpen voor de VPRO. In de jaren zestig werkte hij eerst nog bij de NOS en de NTS, waar hij als grafisch ontwerper vlakbij de technische ruimtes van de – toen nog nieuwe – kleurenstudio’s zat. Drupsteen: ‘Door de komst van kleurentelevisie werd er veel meer mogelijk en ik vond het heel interessant om dat te bestuderen. Ik zag wat programmamakers als Bob Rooyens en Rob Touber deden: zij zetten kleuren in om avontuurlijke televisie te maken met veel effectjes, waar ook grafisch ontwerpers bij betrokken waren. Ik heb heel goed gekeken naar de technici die experimenteerden in de studio en ik hielp ze door bijvoorbeeld maskers en geverfd materiaal te maken, zoals grote airbrushtekeningen. Maar ook elektronische middelen zoals lampjes en motortjes, waar wij dan weer grafiek op maakten om voor de camera’s te houden. Ik maakte mezelf die technieken eigen en ik kreeg er veel ideeën van. Ik begreep waar ze mee bezig waren bij de NOS, maar ik vond dat je daar speciaal voor zou moeten ontwerpen in plaats van ter plekke te improviseren. Toen heb ik dus het begrip production design geïntroduceerd: iets wat eigenlijk nog niet bestond bij de televisie, maar dat er in de film allang was. Bij het NOS-programma De zeven doodzonden van Annemarie Prins begon ik met videografisch design, dat was in 1970. Ik werkte met storyboards en van tevoren tekende en rekende ik de opnames helemaal uit, want technisch moest het gewoon kloppen, anders kwam iedereen bedrogen uit. Toen dat eenmaal lukte allemaal, dacht ik: dit soort werk wil ik altijd wel doen. Producties maken en ontwerpen via trucages en met de nieuwe elektronische kleuren en technieken.’

Storyboardschetsen voor VPRO-leaders
Storyboardschetsen voor VPRO-leaders
© Jaap Drupsteen

Dogma’s

Maar bij de NOS blijven, dat wilde Drupsteen niet. ‘Ik heb er echt mijn best voor gedaan om bij de VPRO te komen, om dat te laten lukken. Ik realiseerde me namelijk dat je met production design echt vernieuwende televisie kon maken, wat me heel zinnig leek. Maar bij de NOS waren ze daar niet erg in geïnteresseerd, mijn ambitie werd niet gehonoreerd. Er hing daar toch meer zo’n sfeer van: wij bedienen elk programmagenre en we maken televisie voor de mensen, voor het hele volk. Zelf was ik meer overtuigd van de Amerikaanse designopvatting. De Amerikaanse ontwerpers Lou Dorfsman en Herb Lubalin creëerden letters met bizar grote schreven, vleugels bijna. Dat vond ik ontzettend geestig; ze ondermijnden de strakke, serieuze Zwitserse typografie die ik op de kunstacademie geleerd had. Alle dogma’s die ons daar waren bijgebracht, relativeerden zij. Dat vond ik heel interessant en hun werk is ook een inspiratie geweest voor mijn VPRO-logo uit 1972. Het werd een logo dat bijna een soort auto lijkt. Later kreeg ik trouwens nog complimenten van Dorfsman en Lubalin. Of complimenten: ik was in New York en liet ze mijn werk zien, maar Dorfsman werd er heel boos van. Hij zei: “Zie je, dit heb ik ze altijd al gezegd, dit moeten we doen met ons vak! But they won’t even let me touch the camera. Bij CBS, waar hij werkte, mocht hij dus niet in de buurt komen van de camera’s, zoals ik dat bij de VPRO wel mocht’

Er werd bij de VPRO toen überhaupt niet gedacht aan een corporate uitstraling, niks ging op een zakelijke manier

Eigen wereld

Jaap Drupsteen trad aan bij de VPRO toen de omroep de puntjes en de christelijke signatuur net had geloosd en er een in alle opzichten vrij tijdperk begon. ‘Er werd bij de VPRO toen überhaupt niet gedacht aan een corporate uitstraling, niks ging op een zakelijke manier. Het logo dat ik ontwierp mocht gewoon in allerlei varianten verschijnen, dat vond niemand een probleem. Ik kreeg direct allemaal goeie reacties, het sloeg enorm in. Dat logo onderstreepte denk ik de ideeënrijkdom die toen in de VPRO-cultuur ontstond. Een cultuur die bewaakt en scherp gehouden werd door Jan Blokker, hij was toen eindredacteur televisie. Als je terugkijkt is die periode toch wel de bloeitijd van de VPRO gebleken. Jan Blokker was ook de eerste persoon met wie ik bij de VPRO in gesprek ging. Eigenlijk had ik een afspraak met directeur televisie Arie Kleijwegt, maar die had toen net zijn auto tegen een boom gereden en kon niet komen. De afspraak werd overgenomen door Blokker – ex-filmcriticus en destijds gevreesd Volkskrant-columnist. Hij was toen nog helemaal niet zo lang bij de VPRO. Dat gesprek ging wonderbaarlijk snel, hij snapte precies waar ik mee bezig was en had er ook al van gehoord. Maar ik had nog een heleboel andere plannen, die ik hem ook vertelde. Het bestaande VPRO-logo, daar kon ik niks mee. Wat ik wilde was een logo dat een soort eigen wereld omvatte, waarmee heel veel verschillende ideeën aangeraakt konden worden. En het moest natuurlijk tegelijkertijd heel attractief zijn, kleurrijk, en ga zo maar door. Jan Blokker was een man met een lenige geest, die gemakkelijk je vergezichten kon volgen en onderbouwen – eigenlijk beter dan je dit zelf kon. Het was fantastisch om met zo iemand te werken. En Jan zei gewoon: “Dat moeten we maar doen, dan.” Dus ik was heel erg blij.’

Logo VPRO ontworpen door Jaap Drupsteen
Het VPRO-vignet van drupsteen in de schetsfase, 1971
© Jaap Drupsteen /

Dag des oordeels

Een belangrijk initiatief van Jan Blokker was het afschaffen van de omroepster. Jaap Drupsteen had hier direct ideeën bij. ‘Heb jij de omroepster nog meegemaakt? Dat er een gastvrouw in beeld zat die die de tv-programma’s aankondigde? Jan noemde zo’n gastvrouw “een goed uitziende dame met doodsangst achter in haar ogen dat ze de tekst zal zijn vergeten” en daar wilde hij vanaf. Ik had bij het Varasketchprogramma Hadimassa al eerder de leesfunctie van de televisie gebruikt, we brachten daar vaak teksten in beeld. Bijvoorbeeld de beschrijving van een scène of het idee achter een sketch in een paar zinnen. Het simpele feit dat je die korte intro had gelezen zette het verhaal op een bepaalde manier neer, het gaf context, dat werkte heel goed. Jan ging dat principe ook toepassen ter vervanging van de omroepster: de VPRO-programma's werden ingeleid met een regel tekst die vaak direct verwees naar de actualiteit. Dat waren altijd heel vrolijke of in elk geval erg heel geestige beschrijvingen. Er kwam ook wel een voice-over bij, dus de omroepster was niet helemaal verdwenen, ze was alleen niet meer in beeld. Je zou eens bij Beeld & Geluid moeten kijken hoe zo'n hele VPRO-televisieavond eruitzag: elke keer als het VPRO-logo in beeld kwam, maakte ik er weer wat anders van – er zwommen bijvoorbeeld vissen doorheen en dan waren er weer wolken achter geplakt. De muziek was daarbij natuurlijk heel belangrijk, die moest de sfeer meteen goed neerzetten en vasthouden. Meestal gebruikten we instrumentale versies van popsongs, soms ook klassieke muziek.’

Ik leef op bij technische problemen, dat vind ik altijd opwindend

Een hoogtepunt voor Drupsteen was het VPRO-programma Het grote gebeuren, dat hij in 1975 zelf maakte. ‘Het ging over de dag des oordeels in Rijssen, naar een verhaal van Belcampo. Daar heb ik een soort bewegend stripverhaal van gemaakt. De gemeente Rijssen heeft toen een brief naar de VPRO gestuurd: of we niet van dit heilloze plan af konden stappen, haha.’

Schets voor logo op geëmailleerd bordje
Schets voor logo op geëmailleerd bordje
© Jaap Drupsteen

Drupsteen ontwierp ook diverse VPRO Gids-covers. Maar drukwerk is uiteindelijk niet zijn grote liefde, legt hij uit. ‘Iets wat beweegt en geluid maakt vind ik toch altijd interessanter. Natuurlijk, ik heb ook het paspoort en de guldenbiljetten ontworpen. Maar dat waren drukwerkklussen die technisch heel ingewikkeld waren, onder meer vanwege de beveiliging tegen namaak. Ik leef op bij technische problemen, dat vind ik altijd opwindend.’

Met Jan Blokker werken is een kick geweest, altijd. Die man begreep razendsnel of iets deugde of niet

Genade

Toen Jan Blokker begin jaren tachtig de VPRO verliet, ging Drupsteen er ook weg. ‘Veel programmamakers stapten toen ook op bij de VPRO. De cultuur die ontstond na Blokkers vertrek, daar kon ik echt niet mee werken. Het werd me te rigide, te bureaucratisch. Ach, het is fantastisch dat ik tien jaar bij de VPRO gezeten heb. Met Jan Blokker werken is een kick geweest, altijd. Die man kon zo razendsnel begrijpen of iets deugde of niet. Zo iemand creëert een grote helderheid om alles heen. Als je in zo’n omgeving mag werken, kom je voortdurend to the point.’

Het eerste dubbelnummer van de VPRO Gids (kerst, 1975) naar ontwerp van Jaap Drupsteen
Het eerste dubbelnummer van de VPRO Gids (kerst, 1975) naar ontwerp van Jaap Drupsteen
© Jaap Drupsteen

Na de vraag of hij trots is op zijn VPRO-werk, is Drupsteen even stil. ‘Tja, trots… Dat ben ik waarschijnlijk wel, maar het blijft nooit zo lang hangen bij me. Er mankeert toch altijd nog wel iets aan. Nou ja, wat achter me ligt stemt soms wel tot enige blijdschap. Dat kan ik dan ook loslaten. Maar ik ben altijd weer bezig met nieuwe projecten die urgenter zijn, die nog gedaan moeten worden. Als iets goed gaat, word ik wel altijd heel blij. Alleen: of het gelukt is, is nooit meteen duidelijk. Je wilt er uiteindelijk wat mee teweegbrengen, maar in het maakproces kun je alleen maar op je eigen oordeel varen. En jezelf zover krijgen dat je durft te denken. Dat is een kwestie van genade, ik heb er weinig controle over. Soms overkomt het me gewoon, dan struikel ik ineens over iets wat fantastisch werkt. Sowieso moet ik eerst leeg worden, en vervolgens mezelf nieuwsgierig maken. Ik moet benieuwd raken naar wat er gebeurt als ik verder ga knoeien.

Zelf kijkt Drupsteen nauwelijks nog televisie. Maar hij is wel te spreken over het werk van zijn opvolgers en van de nieuwe generatie ontwerpers in het algemeen. ‘Max Kisman heeft in de jaren negentig echt zijn eigen stempel gedrukt op de VPRO-identiteit, zijn eigen signatuur. En wat Thonik tegenwoordig maakt voor de VPRO vind ik heel goed. De nieuwe generaties zitten vol goede oplossingen en initiatieven.’

Ter ere van honderd jaar VPRO is Jaap Drupsteens oude VPRO-logo op een T-shirt verschenen en hebben jonge kunstenaars een shirt met hun eigen interpretatie van de honderdjarige omroep ontworpen. Drupsteen: ‘Ik ga mijn eigen VPRO-logo niet aantrekken, want ik loop nooit met wilde dingen of teksten op mijn lijf. Maar ik doe het T-shirt graag cadeau aan mijn kleindochters van zestien en twintig.’