100 jaar VPRO: digitale pioniers

VPRO Gids blikt terug met enkele pioniers uit de digitale oertijd

zwartwit afbeelding van team Digitaal van de VPRO in 1995
  • Hugo Hoes

In september 1994 konden veel Nederlanders via de VPRO voor eerst kennismaken met internet. Een speciaal vervaardigde cd-rom gaf toegang tot de toekomst. De VPRO Gids blikt terug met enkele pioniers uit de digitale oertijd. ‘Bijna niemand bij de VPRO wist wat ik aan het doen was.’

‘Ik ben niet zo van het terugkijken en in die zin heb ik ook een hekel aan deze tijd. Al snap ik de nostalgie wel,’ zegt Bruno Felix (1967), de eerste projectleider van de afdeling VPRO Digitaal, ‘want mensen zijn bang voor de toekomst. In de jaren negentig was die bright, maar nu natuurlijk heel doomy. Maar ik word gestoord van Franse bistro's en al die classics in het filmhuis. Het is veel leuker om vooruit te kijken.’ 

Toch neemt Felix op zijn werkkamer bij het mede door hem opgerichte internationale productiebedrijf Submarine alle tijd om de VPRO Gids te woord te staan. Van 1994 tot en met 1999 gaf hij leiding aan een zolderverdieping vol coole nerds die ver voorbij de tijdgeest bezig waren met de toekomst. Onderzoekend, experimenterend en de VPRO voorttrekkend en vaak ook duwend over het prille internet. Felix had scheikunde gestudeerd, werkte een jaar bij Avrokunstprogramma Opium en kwam in 1992 als programmamaker eerst bij Prima vista en later bij Hanneke Groentemans Roerend goed. ‘Ik was niet per se een nerd, maar maakte bijvoorbeeld wel televisie met een videofoon, een oude telefoon met een videoschermpje. Leende ik er twee en stuurde ik er eentje met FedEx naar de andere kant van de wereld. En dan had ik een soort low-key videoverbinding. Een beetje experimentele televisie eigenlijk.’ Hij maakte filmpjes over architecten en choreografen die computers gebruikten – ‘Best ingewikkeld, dat snapte niet iedereen’ – en natuurlijk had hij zelf ook al vrij vroeg een computer waarmee hij inlogde op bulletinboards voor chats en games. ‘Vooral het grensgebied tussen technologie en kunst vond ik interessant.’

De vaardigheden en talenten van Felix waren eindredacteur Frank Wiering ook opgevallen. Samen met hoofdredacteur VPRO-televisie Roelof Kiers (1938-1994) was hij net terug van een werkbezoek aan Silicon Valley, waar ze werden bijgepraat over de nieuwste ontwikkelingen op mediagebied. Veruit de belangrijkste was de zogeheten ‘digitalisering’ en daar moest de VPRO niet alleen verslag van doen, men moest er ook bij zijn en vooral méédoen. Dus besloot Kiers, op dat moment de enige bij de VPRO die een computer met internetaansluiting had, dat er een afdeling Digitaal moest komen. En Wiering wist nog wel iemand die dat zou kunnen opzetten: Bruno Felix. ‘Ik mocht een team samenstellen en terwijl de zolderverdieping werd geverfd ben ik gaan rondbellen en heb ik onder meer Rico Jansen en Daniël Ockeloen erbij gehaald. Die zaten bij hackerscollectief Hack-Tic. Men had haast in die zomer van 1994, want met de nodige bombarie had de VPRO september van dat jaar bestempeld tot ‘digitale maand’.

Bruno Felix tijdens VPRO’s digitale maand, september 1994

Drama

‘Dat ik dit nog mag meemaken,’ verzuchtte een oude man met een toetsenbord op schoot in een grote VPRO-advertentie in de landelijke dagbladen. Daarin werden speciale radio- en televisieprogramma’s aangekondigd, een gidsspecial, een cd-rom en een telefoonnummer waarmee je met je modem via de server van de VPRO de elektronische snelweg op kon. Voor veel mensen zou het de eerste kennismaking met het wereldwijde web worden. In die VPRO Gids-special verscheen eenbijzonder verhelderend artikel over de nieuwe digitale wereld, geschreven door jvb@vpro.nl, de later bekend geworden (undercover)journalist Jeroen van Bergeijk. Met daarin naast leuke tips over noviteiten – zoals een briefje sturen naar president@whitehouse.gov, rondkijken in het Louvre en het gebruik van emoji’s – ook aandacht voor mogelijke risico’s: van regimes die internet censureren en multinationals die aan alle touwtjes trekken tot desinformatie en het bewust verspreiden van virussen. 32 jaar later is dit allemaal aan de hand.

De VPRO beloofde dus veel, zelfs een cd-rom die zowel voor Windows als Apple geschikt zou zijn.

Niets, behalve veel tijd- en slaapgebrek, de Mediawet en allerlei praktische bezwaren, leken een vliegende digitale start in de weg te staan. Tot 26 juni. Op die dag overleed onverwachts de 56-jarige Roelof Kiers, inspirator van het digitale project. ‘Enorm tragisch en een drama voor zijn gezin. De dag voor zijn overlijden zat ik nog met vormgever Mas Kisman bij hem aan tafel.’ Terwijl de VPRO rouwde belandde Felix in een vreemde situatie. ‘Ik had een soort vaag geformuleerde opdracht en bijna niemand bij de VPRO wist wat ik aan het doen was.’

De eerdergenoemde Rico Jansen kwam net als zijn vriend Daniël Ockeloen van de Hogeschool Utrecht, waar ze informatica hadden gestudeerd. Hij knutselde al vanaf zijn twaalfde met computers – eerst op de Commodore 64 van zijn vader –, beheerste verschillende programmeertalen, was actief in de hackersscene en had al vroeg (meerdere) emailadressen waaronder rico@disaster.hacktic.nl. ‘In die tijd was je niet continu online, je moest inbellen om mail te versturen of op te halen.’ Hij begon op 1 juni 1994 bij de VPRO, was erbij toen de server Livingstone op zolder werd geinstalleerd en werkt nog steeds bij de omroep. ‘Geen idee hoe mijn functie heette, daar hielden we ons niet mee bezig. Ik denk ontwikkelaar. We gingen met verschillende dingen aan de slag. Internet voor de VPRO zelf en internet toegankelijk maken voor onze leden, daar maakten we de cd-rom voor.’ 

Zelfs als ik nu tegen vakgenoten vertel dat we in drie maanden een cd-rom hebben ontwikkeld, verklaren ze me voor gek

Rico Jansen

Die cd-rom was een soort digitale gids met informatie van en over de VPRO, maar dat niet alleen. Het maakte iets mogelijk wat nog veel interessanter was, je kon er er internet mee op. Jansen: ‘Als je technisch was kon dat ook wel zonder die cd-rom, maar dan was het wat ingewikkelder. We waren een niet-commerciele provider en dat was best uniek. Als je bij ons inbelde kon je een halfuur bijna gratis, tegen lokaal telefoontarief, internet op.’

Do-it-yourself

Jansen kent het nummer nog uit zijn hoofd. ‘035-6712880. Dat nummer was heel bekend in internetkringen en werd later ook nog vaak gebeld.’ Sommige leden maakten zich volgens Jansen nogal bezorgd over de nieuwe service van de VPRO. En dan vooral over de kosten. ‘Een lid dat op een Amerikaanse website was beland vroeg zich af of dat niet enorm in de papieren ging lopen voor de VPRO. Want internationaal telefoonverkeer was altijd duur. Dat was gedacht vanuit de klassieke wereld. Overigens, zelfs als ik nu nog tegen vakgenoten vertel dat we in drie maanden een cd-rom hebben ontwikkeld, verklaren ze me voor gek.’

Terwijl de achterban de eerste digitale stapjes zette moest men met geduld en overtuigingskracht intern de collega’s ook warm zien te krijgen voor de nieuwe mogelijkheden. Dat viel niet mee en volgens Jansen waren in het begin vooral de afdelingen popmuziek en jeugd, waar de gemiddelde leeftijd wat lager lag, geïnteresseerd. Maar ook de redacteuren die zich met wetenschap bezig hielden. ‘Omdat in de wetenschappelijke en universitaire wereld e-mail al langer bekend was, waren experts wereldweid opeens veel makkelijker te bereiken.’

Rico Jansen en Daniel Ockeloen op Lowlands, 1996
Rico Jansen en Daniel Ockeloen op Lowlands, 1996
© Rosa Verhoeve

Volgens Bruno Felix hing het digitale enthousiasme intern niet zozeer samen met leeftijd of afdeling, maar meer met persoonlijke interesse. En die was groter bij verslaggevers die gewend waren om zelf op pad te gaan en beide handen uit de mouwen te steken, zoals Lex Runderkamp, dan bij de makers van studioprogramma’s. Die hadden vaak specialisten om zich heen ter ondersteuning. ‘Een do-it-yourself-houding hielp wel. Radiomensen waren dat meer gewend.’

Hoewel techneut Jansen tot de digitale voorhoede behoorde bepaalde hij naar eigen zeggen niet de richting. ‘Ik ben nooit echt een visionair persoon geweest. Dat waren vooral Daniël, Bruno en Erwin Blom. Laatstgenoemde volgde in 2000 met veel succes kwartiermaker Felix op als afdelingshoofd Digitaal.

Whiteboard

Regissseur Reinier Bruijne hoorde tot de jongste medewerkers op de digitale zolder en werkt ook nog steeds bij de VPRO. Hij studeerde in 1994 Communicatiesystemen en zocht een stageplaats bij een bedrijf dat cd-roms maakte of iets vergelijkbaars. Van zijn stagecoördinator hoorde hij dat een omroep die aan geheim project werkte iemand zocht met kennis over hypertext. Niet veel later zat hij voor een sollicatiegesprek bij Felix. ‘Dat was twee dagen na het overlijden van Kiers en heel raar. Er was rouw, paniek en ik heb daar uren gezeten. Er werden ideeën geschetst op een whiteboard, waarna men vroeg of ik daar iets mee kon. Ik zei: “Ik kan het proberen.” Niemand was echt gefocust, logisch.’

Dertig jaar later is hij nog altijd enthousiast over zijn stage en de tijd daarna. ‘Er was een kaart van Nederland met alle webservers. Dat waren er een stuk of twintig en daar stonden wij op als enige in Hilversum. De dichtstbijzijnde andere was bij Nyenrode in Breukelen en dan de Universiteit van Amsterdam. Wij zaten bij de grote jongens. Driekwart jaar later kwamen andere omroepen met internet, maar daar was het vaak een ondergeschoven kindje bij de teletekstafdeling. Bij ons was het echt een platform om dingen uit te proberen.’

De cd-rom was voor tien gulden (4,45 euro) te koop en na een week waren er al 3000 verkocht. Die werden op zolder gebrand. ‘Daar stond een apparaat dat nogal gevoelig was. Iedereen moest steeds zachtjes over die houten vloer in de villa lopen, anders werd het proces verstoord.’

De jonge digi’s dachten veel na over de toekomst, maar ontbeerden kennis over de traditionele interne verzuiling bij de VPRO. Dat de gids, de televisie en de radio gescheiden werelden waren wisten ze niet en dat kwam goed uit. ‘Het waren allemaal verschillende zuiltjes,’ zegt Bruijne, ‘En dat werd versterkt door de huisvesting in afzonderlijke villa’s. Televisie zat tijdens de lunch rechts in de kantine, radio links. Wij wisten dat niet en gingen overal zitten. Met een floppy ging ik langs de verschillende afdelingen om informatie voor de site op te halen.’

Kerstflop

Met Kerstmis van datzelfde jaar bracht de VPRO weer een product uit voor early digitale adopters: de vijf gulden kostende kerstflop. Een floppydisk met allerlei informatie over de speelfilms die rond Kerst te zien waren. Te bestellen bij de VPRO Gids en vergelijkbaar met de filmgids die tegenwoordig in het kerstnummer zit.

In 1994 liep de afdeling voorop en dat bleef ze nog jarenlang doen. Of het nu gaat om de eerste weblogs, podcasts, festivalverslaggeving of, ook geen klein bier, de oprichting van de eerste digitale themakanalen, het begon op zolder. Zelfs de wereldberoemde Tamagotchi had bij de VPRO al een voorganger.

Destijds vertelde Bruno Felix in het VPRO-personeelsblad dat zijn werk bestond uit lullen en denken. Nu formuleert hij het net even anders. ‘Zeker in die begintijd beperkten techniek en bandbreedte heel erg wat mogelijk was. Negentig procent van het werk bestond eigenlijk uit ideeën, maar daar kon je bijna niets van laten zien. Er was een levendig debat over wat er zou kunnen. Niet zozeer theoretiseren, maar nadenken en gewoon proberen te begrijpen wat de toekomst zou kunnen brengen en hoe die eruit zou kunnen zien. Dat betekende heel veel conceptualiseren. Niet hoogdravend, maar pragmatisch. Onderzoekend.’

Van het hele proces rond de productie en de uitgifte van de cd-rom heeft men veel kunnen leren. Want lang niet alles werkte naar behoren volgens de pers. Zo kopte de Volkskrant van 10 september 1994 boven een stuk van Francisco van Jole: ‘VPRO-bellers verlammen centrale en dataverkeer met VS.’

Ik werd de eerste webredacteur van Hilversum

GertJan Kuiper

Dat kun je als een succes beschouwen, maar Van Jole vond het vooral suf dat de VPRO het telefoonverkeer niet beter had geregeld. Daarnaast meldde de krant dat de omroep ‘voor zover mogelijk’ klachten had ontvangen over het niet melden van specificaties waaraan je computer moest voldoen. Dat ‘voor zover mogelijk’ was een niet ongeestige verwijzing naar de overbelaste telefooncentrale. De VPRO haakte vrolijk in op het ongemak met een advertentietekst: ‘Er zijn nog 3011 wachtenden voor u.’ Ongetwijfeld bedacht door de voormalige VPRO Gids-hoofdredacteur en marketingstrateeg Boudewijn Paans. Een inkoppertje weliswaar, maar goed getimed. NRC Handelsblad was laaiend over de cd-rom. De krant had ruim de tijd genomen om die te testen, want pas op 5 november verscheen er een review. De kop daarvan sprak boekdelen: ‘Digitaal ongenoegen uit zich in driftig slaan en klikken.’ Het was een vernietigend stuk, maar ook dat hoort bij experimenteren.

Crossmediaal

Anno 2026 is het doodgewoon dat er websites bij programma’s komen, maar in 1994 bestonden die nog niet. Pas in 1995 verscheen de eerste Nederlandse programmawebsite. Dat was bij een kunstprogramma met de onmogelijke titel Laat op de avond na een korte wandeling en die werd beheerd door GertJan Kuiper, die, het wordt eentoning, ook nog steeds bij de VPRO werkzaam is. Hij had digitale ervaring opgedaan met ‘Een virtueel gesprek’, ook een cd-rom, waaraan onder meer milieuwetenschapper Wouter van Dieren en polemoloog Hylke Tromp hadden meegewerkt. Die cd-rom van Lex Runderkamp gaf een interactieve luistervaring, al wist niet iedereen hoe je die kon ervaren. ‘Men zocht iemand voor de website, want dat kon en wilde men niet aan de programmakers van Laat op de avond overlaten,’ vertelt Kuiper. ‘Tegen de tijd dat de website gevuld moet worden, zijn de makers al weer met een volgende uitzending bezig. Dat inzicht onstond toen. Ik kreeg die baan en daarmee werd ik de eerste webredacteur van Hilversum.’

De cd-rom ‘Een virtueel gesprek’

Op de digtale zolder werd de website gebouwd en met een een ruwe schets en wat vage ideeën over een huiskamer als voorkant van de site ging Kuiper naar vormgever Max Kisman. ‘Max pakte een stuk papier, ging tekenen en even later was het: “Bedoel je zoiets?” Ik zei: “Ja.” Hij zei: “Alsjeblieft.”’ Audio en bewegend beeld waren nog onmogelijk, alleen tekst en kleine afbeeldingen waren te gebruiken. Beeld & Geluid zou vast blij zijn met de originele tekening van de eerste programmawebsite, maar helaas. ‘Die tekening ben ik kwijtgeraakt.’

De VPRO moet inzetten op jongeren. Zij durven tegen heilige huisjes te schoppen en zijn onbevreesd, wat de VPRO van origine ook was

Bruno Felix

In 1999 vertrok Felix bij de VPRO en hij begon met zijn toenmalige partner het productiebedrijf Submarine. Daar was crossmediaal werken het uitgangspunt, een werkwijze die bij verkokerde VPRO maar langzaam van de grond kwam. Hij was aardig moe van de strijd die hij daarvoor gevoerd had. ‘Het was ook een budgetkwestie. Ik moest echt vechten voor mijn centen. En jarenlang in de vechtstand is niet goed. Toen duidelijk werd dat digitalisering geen hype was en het geaccepteerd werd, was het tijd voor iemand anders.’ Dat werd radiocollega Erwin Blom, die al vaak op de zolder te vinden was. En ook al houdt hij er niet van, er klinkt toch enige nostalgie door de woorden van Felix. ‘Het was een fantastische tijd met allemaal jonge mensen. Sowieso moet de VPRO daar op inzetten. Zij brengen energie, naïviteit en nieuwsgierigheid, maar ook urgentie die een club richting kan geven. Jongeren durven tegen heilige huisjes te schoppen en zijn onbevreesd, wat de VPRO van origine natuurlijk ook was.’