Achttien boeken voor een zinderende zomer

Boekentips van de VPRO Boekengids

Illustratie van een wereldkaart in een boek
  • Katja de Bruin

Daar is ie weer, het jaarlijkse zomerboekenoverzicht. Houd uw paspoort in de aanslag en ga mee op reis naar een vervallen villa in Zuid-Frankrijk, een meisjesweeshuis in Mississippi, de Canadese wildernis, de golven bij Cornwall, een klein huisje op Jamaica, een Kroatische havenstad en een onbewoond Fins eiland.

Maria Reva – Laatsteling (Cossee, vertaling Anna Helmers-Dieleman)

Locatie: Oekraïne (en Canada)

Jeva vindt slakken ‘verbluffende schepsels’ en ze wijdt haar leven aan het opsporen en kweken van bedreigde soorten. Haar favoriet is Linkie, ‘een buitengewoon sociale boomslak’ die in biologisch opzicht nutteloos is vanwege zijn linksdraaiende huisje. Geld verdient ze als deelnemer van romancetours, bedoeld voor westerse mannen die op zoek zijn naar een Oekraïense bruid. Reva, zelf geboren in Oekraïne maar als kind geëmigreerd naar Canada, laat je eerst diep in deze feministische komedie zakken voordat ze de vierde wand neerhaalt en de Russische invasie in haar vaderland ten tonele voert. Een gewaagd literair experiment dat verrassend goed uitpakt.


Maggie O’Farrell – Land (Nijgh & Van Ditmar, vertaling Lidwien Biekmann en Karina van Santen)

Locatie: Iers schiereiland, 1865 (maar ook Dublin, Rome en Quebec)

De tienjarige Liam helpt zijn vader Tomás – die in opdracht van de Engelse bezetter plattegronden tekent – met landmeten als hij in een kreupelbosje op een mysterieuze bron stuit. Tomás en zijn vrouw dragen beiden de littekens van de Grote Hongersnood die tussen 1845 en 1850 een miljoen Ieren het leven kostte. De bron zal hun leven en dat van hun kinderen voorgoed veranderen. O’Farrell wekt de geschiedenis van het Ierse landschap en zijn bewoners tot leven in een ambitieuze historische roman met fabelachtige elementen, waarin duivels worden uitgedreven, maagden worden geofferd en de doden nooit ver weg zijn.


Nina Bussmann – Drie weken in augustus (Meridiaan, vertaling Chiara Tissen)

Locatie: vervallen villa in Zuid-Frankrijk

Elena kan gratis een paar weken in het Franse huis van een vriendin. Omdat oppas Eve de enige is die met zoontje Rinus (er is iets met dat joch, maar wat precies?) overweg kan, wordt zij ook uitgenodigd. Dertienjarige dochter Linn (‘een fors meisje met een tred zo stil als een spook’) heeft een vriendinnetje met smetvrees en voedselallergieën meegenomen. Al snel knettert het van de spanning in dit huis vol spinnenwebben, waar het zwembad groen ziet van de algen en de schommelbank verroest is. Een zeer onderhoudende, psychologische page-turner vol droge observaties, met op de achtergrond de dreiging van een oprukkende bosbrand.


Gabriella Zalapì – Ilaria of de weg naar ongehoorzaamheid (Tristan, vertaling Janine Cathala-Vette)

Locatie: Italië, 1980-1981

Een weekendje zou Ilaria (‘acht jaar, stil, volgzaam en nogal mager’) naar papa gaan, maar algauw blijkt dat papa niet van plan is haar weer bij mama af te leveren. Van Turijn rijden ze zuidwaarts. Overal stopt papa om in een telefooncel mama te bellen, maar Ilaria krijgt haar nooit te spreken en als ze vraagt wanneer ze teruggaan wordt papa boos. Papa drinkt, papa liegt, papa dwingt haar van een rots in zee te springen terwijl ze niet kan zwemmen. De Engels-Italiaans-Zwitserse Zalapì voert de spanning in dit familiedrama steeds verder op en weet de grenzeloze loyaliteit die kinderen voor hun ouders voelen pijnlijk voelbaar te maken.


Amanda Svensson – Een oneindig rekbare waarheid (Wereldbibliotheek, vertaling Eline Jongsma)

Locatie: Somerset, 1992/Glasgow, 1998

Iris groeit op als enig kind van een beeldschone moeder die tarotkaarten leest en appels verkoopt. Hun huis staat midden in een paradijselijke appelboomgaard. Tot de slang zich bij het tuinhek meldt in de vorm van een meneer met bolhoed. Vanaf dat moment begint het door haar moeder bij elkaar gelogen kaartenhuis in elkaar te storten. Als Iris een paar jaar later met haar rechtschapen vriendje Rupert probeert een Belle & Sebastian-achtig indiebandje van de grond te krijgen, wordt ze ingehaald door haar verleden. Fijne roman over een jeugd vol geheimen en de voetangels van de (pop)muziekindustrie.


Kathryn Stockett – De calamiteitenclub (Cossee, vertaling Anna Helmers-Dieleman)

Locatie: Mississippi, 1933

Het duurt lang voordat de elfjarige Meg beseft dat haar moeder haar niet komt ophalen uit het meisjesweeshuis waar ze naartoe is gebracht. In de twee jaar dat ze hier nu woont, is er nog nooit een verloren dochter opgehaald. Als Birdie Calhoun (‘vierentwintig jaar oud, kerks en kinloos’) de boekhouding van het weeshuis komt doen, is zij de eerste die Meg als een normaal mens behandelt. Intussen woedt buiten de deur een economische crisis die leidt tot armoede, alcoholisme, kinderarbeid, prostitutie en sociaal onrecht. Het komt allemaal samen in dit bomvolle verhaal dat 800 pagina’s lang doordendert.


Lucy Steeds – Het atelier (Meulenhoff, vertaling Anke Frerichs)

Locatie: afgelegen boerderij in de Provence, 1920

Venez, was het enige dat Edouard Tartuffe terugschreef in antwoord op het interviewverzoek dat Joseph hem stuurde. Kom. Dus reist hij af naar de snikhete Provence, waar de schilder, die ‘de Meester van het licht’ wordt genoemd, zich dertig jaar geleden heeft teruggetrokken in een bouwvallige boerderij. Hij schildert, zijn nichtje Ettie doet de rest. De onzekere Joseph, die tot woede van zijn vader dienst heeft geweigerd in de Eerste Wereldoorlog, hoopt zich te kunnen bewijzen als kunstjournalist. Maar bij aankomst blijkt hij allesbehalve welkom. De Provençaalse hitte stijgt op uit de pagina’s van deze debuutroman, die aan elkaar hangt van geheimen.


Vijay Khurana – De bijrijder (Meridiaan, vertaling Dirk-Jan Arensman)

Locatie: Canadese wildernis

Adam woont alleen met zijn vader, een man met een ‘rommelige, spermakleurige comb-over’, die, nadat hij de drank heeft afgezworen, vervallen is in ‘zwijgende woede’. Terwijl Adam op z’n achttiende al een auto heeft, moet zijn vriend Teddy nog met die vernederende schoolbus. De vrienden hangen doelloos rond en spelen games die ze allang ontgroeid zijn, tot ze in een opwelling besluiten die zomer samen te gaan kamperen. Khurana, een Australische auteur die zijn debuutroman in British Columbia situeerde, weet de stoerdoenerige omgang tussen deze opgeschoten gastjes feilloos te treffen en kleurt ook hun gevoelsleven overtuigend in, terwijl hij intussen hun roadtrip gierend laat ontsporen.


Linda Wilgus – Dochter van de zee (A.W. Bruna, vertaling Monique Eggermont en Frouke van Es)

Locatie: kust van Cornwall, begin 19e eeuw

Drie jaar was Isabel getrouwd met haar adelborst, en in die tijd waren ze ‘vijf weken en één dag’ bij elkaar. Maar George sneuvelde in de Slag bij Trafalgar en liet Isabel achter als berooide weduwe die nog geen thee kan zetten. Ze betrekt een huisje aan de kust van Cornwall, het domein van smokkelaars maar ook de plek waar zijzelf als klein meisje opdook uit de golven. Was ze een schipbreukeling of werd ze gebracht door de Sea Bucca, een zeemeerman ‘met de huid van een paling en haar van zeewier’? Wie niet vies is van wat nautische romantiek, vermengd met magisch realisme, beleeft hier een paar lekkere uurtjes mee.


Karolina Ramqvist – Stof (Nijgh & Van Ditmar, vertaling Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Locatie: Jamaica, 2002

Een jonge vrouw wordt wakker in een klein huisje op Jamaica. Ze was pas achttien toen ze ondanks alle waarschuwingen in haar eentje naar het eiland ging. Daar ontmoette ze een man zonder geld of aanzien die haar zo in zijn greep houdt dat ze sindsdien jaar na jaar terugkeert. Tot nu. Vandaag vertrekt ze, voorgoed. Ramqvist, in Zweden een feministisch boegbeeld en intellectueel, schrijft over een verhouding die sensueel bevredigend maar ook ongelijkwaardig is want buiten de klamboe is het koloniale verleden nooit ver weg. Heden en verleden lopen door elkaar heen in deze analytische roman over een intense liefdesgeschiedenis vol muggen, zweet en seks.


Mollie Panter-Downes – Een stralende dag (Atlas Contact, vertaling Lisette Graswinckel)

Locatie: Engelse platteland, 1946

Een warme zomerdag in Wealding in een dorp vol ‘pittoreske, onhygiënische cottages’. Engeland krabbelt langzaam op en dat geldt ook voor Stephen en Laura Marshall, die voor de oorlog nog personeel hadden maar nu zelf de afwas doen. Hun tuinman is gesneuveld en ligt ‘onder de Hollandse zoden’, met als gevolg dat de rozen tussen het hoge gras zijn verdwenen. In die fijne Britse mengeling van melancholie en ironie neemt Panter-Downes alle tijd om Laura te volgen tijdens haar bezigheden en overpeinzingen op deze stralende dag, die ook de lezer niet lang genoeg kan duren.


Lidija Hilje – Naar zee, naar zee (Wereldbibliotheek, vertaling Kitty Pouwels)

Locatie: Kroatische kust, 2000-2010

‘Soms stalk ik mijn ex-man,’ aldus de openingszin van deze roman die verteld wordt door Ivona, die op haar 38ste samenwoont met haar oude, ziekelijke vader in een havenstad aan de Kroatische kust. Ivona is al jaren gescheiden van Vlaho maar blijft ‘als een maan’ om hem heen cirkelen, terwijl hij inmiddels samenwoont met Marina, ‘in hun woning vol vrolijkheid en kinderen’. Ze keert in gedachten terug naar de eeuwwisseling, toen ze viel voor Vlaho met zijn verwassen Nirvanashirt en zijn voorliefde voor ‘boze muziek’. Pas als zich een nieuwe liefde aandient en langzaam duidelijk wordt waarom het tussen Ivona en Vlaho misging, beginnen de relationele panelen te verschuiven.


Valeria Luiselli – Begin, midden, einde (Das Mag, vertaling Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer)

Locatie: Sicilië

Een onlangs gescheiden moeder vertrekt met haar twaalfjarige dochter naar Sicilië, waar haar grootmoeder ooit op de boot naar Mexico stapte. Toen emigreerden Europeanen nog naar Latijns-Amerika om te ontsnappen aan de armoede. Nu migranten hun kant op komen, doen ze alsof ‘het hun nooit is overkomen, alsof het hun nooit meer zou kunnen overkomen’. Terwijl ze met haar vroegwijze dochter Ovidius, Plinius en Vergilius leest, piekert ze over haar moeder, die duizenden kilometers verderop de eerste tekenen van dementie lijkt te vertonen. Luiselli houdt je aan de pagina’s gekluisterd met bespiegelingen die zowel over het bereiden van een zwaardviskop kunnen gaan als over het versmelten van herinnering en verbeelding.


Virginia Evans – De correspondente (Atlas Contact, vertaling Linda Broeder)

Locatie: Maryland, 2012-2022

Het getuigt van aanstekelijk optimisme om anno nu met een brievenroman te komen, maar dat lef werd beloond want dit boek werd een onverwachte literaire hit. Wie het universum van de 73-jarige Sybil Van Antwerp betreedt, snapt waarom. Deze gepensioneerde jurist is een

fanatieke brievenschrijver. Aan haar broer, haar beste vriendin, de buurman, de krant, de man die haar het hof maakt, de dertienjarige zoon van een oud-collega die met zichzelf in de knoop zit. Met elke brief krijg je meer grip op het verleden van de eigenzinnige, soms bokkige maar ook betrokken Sybil, dat gekleurd is door een onnoemlijk groot verdriet. Een vrouw die je niet licht zult vergeten.


Colin Walsh – Kala (Meulenhoff, vertaling Koen Boelens)

Locatie: Kinlough, aan de Ierse westkust, 2003-2018

Kala is vijftien en de ultieme cool girl. Zelfs haar schooluniform draagt ze nonchalant, ‘de nicotineglamour van een onopgemaakt bed’. Jongens willen haar hebben, meisjes willen haar zijn. Tot ze spoorloos verdwijnt. Drie vrienden die deel uitmaakten van het clubje rondom Kala worden in de zomer van 2018 herenigd. Zij vertellen beurtelings wat er destijds gebeurde in deze van wodka en bier doordrenkte Ierse debuutroman over opstandige pubers en dolende dertigers, waarin kwistig met rode haringen wordt gestrooid. Dat leidt tot een meer dan geslaagde coming-of-age-whodunnit.


Tove Jansson – Zomerboek (De Geus, verschijnt 1 juli, vertaling Cora Polet)

Locatie: (bijna) onbewoond Fins eiland, jaren vijftig

Eens in de zoveel jaar wordt dit Finse juweeltje uit 1972 heruitgegeven. Volkomen terecht, want de belevenissen van de negenjarige Sophia en haar grootmoeder, die hun zomers doorbrengen op een primitief maar idyllisch eilandje, zijn een tijdloos genoegen. Al in het eerste hoofdstuk heeft grootmoeder haar kunstgebit tussen de pioenrozen laten vallen. Als Sophia die ‘mondvol oude tanden’ heeft teruggevonden, vraagt ze: ‘Wanneer gaat u dood?’ ‘Spoedig. Maar dat gaat jou geen bal aan.’ De nurkse grootmoeder heeft niet altijd zin in de spelletjes en vragen van haar kleindochter, en juist dat gebrek aan klef sentiment maakt deze zomerklassieker tot zo’n verademing.


Robert Seethaler – De straat (Bezige Bij, vertaling Liesbeth van Nes)

Locatie: zomaar een straat in zomaar een Oostenrijkse stad

‘Twee oorlogen en de bouwblunders van latere decennia’ hebben hun stempel gedrukt op het uiterlijk van de Heidestraße. De straat vormt het kloppend hart van een mozaïekroman die bestaat uit dialogen, beleidsstukken, liefdesbrieven en gedachten van bewoners en voorbijgangers. In deze microkosmos komt alles samen: racisme, dementie, oorlogstrauma, eenzaamheid, migratie, dakloosheid. De eigenaar van een pas geopend antiquariaat raakt al snel gedesillusioneerd, het jaarlijkse buurtfeest begint met suikerspinnen en eindigt in een knokpartij, louche vastgoedhandelaren ruiken kansen, een zwerver vriest dood in het portiek van de bakkerij. Laat je door Seethaler bij de hand nemen en wandel met hem door de Heidestraße.


Jane Gardam – Kostschool aan zee (Cossee, vertaling Kitty Pouwels en Gerda Baardman)

Locatie: een kostschool voor jongens in Yorkshire

Aan de ene kant van de groene deur wonen veertig puberende jongens, aan de andere kant woont Marigold met haar vader. Hij is de excentrieke conrector op deze kostschool. Met zijn dochter schaakt hij, en verder zwijgt hij meestal. Marigold heeft oranje kroeshaar, een bril, een kikkergezicht en vindt zichzelf ‘Afzichtelijk Lelijk’. En dan wordt ze door de jongens ook nog consequent Bils genoemd. Ze lachen haar allemaal uit, op Jack Rose na, die haar behandelt als zijn kleine zusje. Voor iedereen die wel weer eens toe was aan een nieuwe Jane Gardam zijn deze kostschoolperikelen een heerlijk tussendoortje.