De prijs van (schijn)veiligheid

  • Abdou Bouzerda

Er zijn weken waarin verschillende nieuwsberichten plotseling één verhaal blijken te vertellen. Afgelopen dagen was zo’n week met de start van het Europese migratiepact, de waarschuwing van het Nibud dat door kabinetsmaatregelen aanzienlijke extra kosten dreigen voor Nederlanders met een beperking én het opstappen van de Britse minister van Defensie. Op het eerste gezicht losse dossiers. Toch vertellen ze samen één verhaal: Europa herdefinieert zichzelf, en de rekening verschuift.

John Healey botste met premier Starmer over de defensiebegroting
© Kin Cheung | POOL | AFP

Europees dilemma

Europese NAVO-regeringen gaven dit jaar bijna 500 miljard euro uit aan defensie: de grootste stijging sinds de Koude Oorlog.

Dat is begrijpelijk in een wereld waarin het Amerika van Trump de NAVO behandelt als een abonnement waarvan hij de voorwaarden eenzijdig kan herschrijven.

De Franse krant Le Monde omschreef de begrotingsruzies in Parijs vorig jaar treffend als onderdeel van een breder Europees dilemma: hoe betaal je tegelijkertijd voor herbewapening, pensioenen, ziekenhuizen én de energietransitie?

Bondskanselier Merz heeft inmiddels zelfs het heilige taboe van de Schuldenbremse gedeeltelijk losgelaten.

Duitsland behoort bovendien tot de vijftien EU-landen die bij de Europese Commissie hebben aangeklopt voor extra begrotingsruimte om de defensie-uitgaven te verhogen.

Er wordt meer geleend, maar ook in Berlijn ontkomt de politiek niet aan pijnlijke keuzes rond sociale uitgaven.

We zien in verschillende Europese begrotingen een patroon: hogere defensie-uitgaven gaan vaak samen met bezuinigingen op zorg.

Nederland vormt daarop geen uitzondering. Volgens berekeningen van het Nibud kunnen mensen met een chronische ziekte of beperking door de kabinetsplannen duizenden euro's per jaar verliezen, in sommige gevallen zelfs meer dan 3.500 euro.

(tekst loopt door onder foto)

Een F-35 op het platform tijdens een oefening bij Schiphol
© ROBIN VAN LONKHUIJSEN / ANP

Hekel aan de welvaartsstaat

Tijdens de Veiligheidsconferentie in München begin dit jaar waarschuwde de rechtse politicus en Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat Europese landen te veel geld aan de verzorgingsstaat uitgeven en te weinig aan defensie.

Volgens Rubio hebben veel Europese landen hun militaire slagkracht verwaarloosd door te investeren in ‘massive welfare states’.

Voor de Trump-regering is het gevecht voor meer defensie-uitgaven ook een cultuurstrijd. In het wereldbeeld van de Amerikaanse administratie zijn omvangrijke sociale voorzieningen niet een teken van beschaving, maar van bestuurlijke zwakte.

Die overtuiging werd uitgewerkt in Project 2025, het ideologische handboek van Trump-bondgenoten. De architecten daarvan richten hun blik inmiddels ook nadrukkelijk op Europa.

De Heritage Foundation, de denktank achter het plan, werkt tegenwoordig samen met Europese partners als het Hongaarse Mathias Corvinus Collegium en het Poolse Ordo Iuris aan een eigen versie ervan. Dit project is vorig jaar gegaan van start tijdens een besloten bijeenkomst in Washington, met als resultaat een document genaamd ‘The Great Reset: Restoring Member State Sovereignty in the 21st Century’.

(tekst loopt door onder foto)

Marco Rubio tijdens een officiële begrotingshoorzitting waarin hij de geplande uitgaven van zijn ministerie verdedigt tegenover de Amerikaanse Senaat
© WILL OLIVER | EPA

Hoeveel blijft over van de Europese belofte?

Natuurlijk is Europa geen vazalstaat die braaf de instructies uit Washington opvolgt. Maar het is moeilijk te ontkennen dat onze sociale welvaartsstelsels daardoor flink onder druk staan.

De Belgische minister van Begroting Vincent Van Peteghem zag dat dilemma al eerder aankomen toen hij waarschuwde dat Europa niet alleen zijn veiligheid, maar ook zijn verzorgingsstaat moet verdedigen. De Belg zag de bui al hangen.

Je zou zelfs nu al een ongemakkelijkere conclusie kunnen trekken. Europa werd na de Tweede Wereldoorlog gebouwd rond de belofte van welvaart. Steeds vaker lijkt het continent zich nu te organiseren rond een andere belofte: bescherming. Tegen migratie, tegen Rusland, tegen geopolitieke onzekerheid. De vraag is alleen hoeveel ruimte er overblijft voor die eerste belofte.

Beter bewapend, minder veilig

De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev ziet die verschuiving als iets fundamentelers dan een begrotingskwestie. Volgens hem verandert heel het zelfbeeld van Europa. Het continent dat decennialang zijn legitimiteit ontleende aan welvaart, gezondheidszorg en sociale zekerheid, zoekt nu een nieuwe identiteit in iets dat die belofte juist kan beperken: angst, en de bescherming daartegen.

Dat is geen toeval, zegt Krastev. Een samenleving die zich bedreigd voelt, gedraagt zich anders dan een samenleving die zich veilig voelt. Ze is bereid concessies te doen die ze daarvoor ondenkbaar vond, juist omdat de dreiging als groter wordt ervaren dan het verlies.

Maar welke Europese waarden beschermen we dan eigenlijk? Solidariteit, gelijke toegang tot zorg, bescherming van de zwakste schouders; dat waren ooit de fundamenten waarop de Europese belofte rustte.

Als die fundamenten worden weggesneden om de wapens te kunnen betalen, dan beschermen we vooral de grenzen, en niet meer de samenleving daarbinnen.

We zijn beter bewapend. Maar veiliger? Dat is een andere vraag.

Tot snel, 

Abdou