Ons woordenboek schiet tekort

  • Abdou Bouzderda

Twee weken terug publiceerde The Economist een opmerkelijk interview met Elon Musk. Daarin gaat het nauwelijks nog over de elektrische auto’s van Tesla of de raketten van SpaceX, maar over de toekomst van de beschaving.

Musk en andere tech-kopstukken bouwen niet alleen aan AI, ze ontwikkelen ook een steeds radicalere visie op hoe de wereld eruit moet zien.

Na het gesprek met de Amerikaanse tech-miljardair bleef ik met één vraag zitten: waarom noemen we Elon Musk eigenlijk nog steeds een ‘ondernemer’? 

Misschien begrijpen we de grootste machtsverschuiving van deze eeuw nog niet, omdat we er simpelweg de verkeerde woorden voor gebruiken.

(tekst loopt door onder foto)

Een still uit het gesprek tussen Zanny Minton Beddoes van The Economist en Elon Musk
Een still uit het gesprek tussen Zanny Minton Beddoes van The Economist en Elon Musk (c) The Economist
© The Economist

Big Seven

Dat The Economist Musk uitgebreid bevraagt over zijn toekomstbeeld is niet vreemd. Veel van zijn voorspellingen over elektrische auto's, ruimtevaart en AI zijn uitgekomen.

Bovendien staat Musk aan het roer van bedrijven die niet alleen markten veranderen, maar ook geopolitieke invloed uitoefenen.

Maar Musk staat niet alleen. De zogeheten Big Seven – Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, NVIDIA & Tesla – vertegenwoordigen inmiddels een aanzienlijk deel van de Amerikaanse economie en oefenen verregaande invloed uit. Nog nooit concentreerde zoveel economische macht zich in zo weinig bedrijven.

Dat roept een fundamentele vraag op: wat zijn dit eigenlijk nog voor organisaties?

Onze politieke taal stamt uit een tijd waarin bedrijven producten maakten en staten geopolitiek bedreven. Het vocabulaire loopt achter op de werkelijkheid.

(tekst loopt door onder foto)

Apple-topman Tim Cook, Tesla-CEO Elon Musk, de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth en minister van Financiën Scott Bessent bij de welkomstceremonie bij voor president Donald Trump tijdens zijn staatsbezoek aan China
Apple-topman Tim Cook, Tesla-CEO Elon Musk, de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth en minister van Financiën Scott Bessent bij de welkomstceremonie bij voor president Donald Trump tijdens zijn staatsbezoek aan China (c) EPA | MAXIM SHEMETOV | POOL
© EPA | MAXIM SHEMETOV | POOL

The Techtonic Shift

In The Techtonic Shift, dat begin volgende maand verschijnt, betoogt geopolitiek analist Paul Verhagen dat onze instituties en ons democratische bestel niet langer toereikend zijn om deze nieuwe technologische kentering te begrijpen.

Technologiebedrijven zijn volgens Verhagen geen gewone ondernemingen meer. Het zijn geopolitieke spelers, die steeds vaker opereren op het snijvlak van economische, militaire en politieke macht.

Neem het bedrijf X, dat met één algoritmewijziging of bericht miljoenen mensen kan bereiken en publieke debatten kan beïnvloeden.

Of Palantir, dat software levert die wordt gebruikt voor militaire analyses en doelwitselectie en opereert in het schemergebied tussen overheid, inlichtingendiensten en defensie.

(tekst loopt door onder foto)

Priscilla Chan, Meta-CEO Mark Zuckerberg, Lauren Sánchez en zakenman Jeff Bezos, wonen de inauguratie van Donald Trump bij
Priscilla Chan, Meta-CEO Mark Zuckerberg, Lauren Sánchez en zakenman Jeff Bezos, wonen de inauguratie van Donald Trump bij (c) EPA | SHAWN THEW | POOL
© EPA | SHAWN THEW | POOL

Techtypes

Deze bedrijven vertegenwoordigen op de beurs een waarde die vergelijkbaar is met de omvang van de economieën van rijke landen. Chipfabrikant NVIDIA is inmiddels meer waard dan het bruto binnenlands product van het zeer welvarende Duitsland.

Ondertussen behoren techtypes als Elon Musk, Peter Thiel, Marc Andreessen en anderen tot de invloedrijkste adviseurs en bondgenoten van de regering-Trump.

Deze technologische revolutie veroorzaakt een aardverschuiving in macht waarvoor de instituties en politieke theorieën van de twintigste eeuw niet zijn ontworpen, betoogt Verhagen. Ook hier in Europa.

De vraag is daarom niet langer hoe we technologie reguleren. De vraag is hoe democratieën zich moeten verhouden tot deze entiteiten die steeds vaker functioneren als geopolitieke spelers.

En dus hebben we ook nieuwe taal nodig.

(tekst loopt door onder foto)

Nvidia-CEO Jensen Huang neemt deel aan een Q&A met de media tijdens de Nvidia/Japan AI Ecosystem Reception in Tokio op 16 juli 2026
Nvidia-CEO Jensen Huang neemt deel aan een Q&A met de media tijdens de Nvidia/Japan AI Ecosystem Reception in Tokio op 16 juli 2026 (c) Philip Fong | AFP
© Philip Fong | AFP

Emiraat-conglomeraat

Die vraag is niet nieuw. Al in 2018 betoogde schrijver Marc DaCosta in The Guardian dat de macht van Big Tech niet alleen om nieuwe regels vraagt, maar ook om een nieuw woordgebruik.

En ook voormalig Europarlementariër Marietje Schaake waarschuwt dat de taal waarmee we over technologie spreken, grotendeels is gevormd door de techbedrijven zelf. Zij stelt dat we door dat woordgebruik de aard en de macht van deze entiteiten onderschatten.

Waar DaCosta acht jaar geleden nog om een nieuwe taal vroeg, is die taal inmiddels dus grotendeels gekaapt door de industrie zelf.

Misschien hebben we daarom een nieuw begrip nodig. Niet omdat woorden op zichzelf de werkelijkheid veranderen, maar omdat goede woorden helpen haar te begrijpen. Ik stel voor: emiraat-conglomeraten.

Strategisch domein

Elke entiteit beheerst een eigen strategisch domein (van chips en AI tot sociale media of satellieten), beschikt over enorme rijkdom en onderhoudt directe relaties met regeringen over de hele wereld.

Zoals emiraten kunnen rivaliseren en tegelijk bondgenoten zijn, concurreren deze bedrijven met elkaar, maar trekken ze bij gedeelde strategische belangen ook gezamenlijk op.

Dit zijn emiraat-conglomeraten, geen bedrijven in de klassieke zin van het woord, maar ook geen traditionele staten.

Musk is geen ondernemer meer. Hij staat aan het hoofd van een emiraat-conglomeraat.

Tot snel, 

Abdou