Doorgebroken in 2018: Renze Klamer

'Er valt nog genoeg te leren'

, Alex Mazereeuw

In zijn talkshow 'Na het nieuws' blikt presentator Renze Klamer (1989) dagelijks terug op het nieuws. Zijn programma krijgt lovende recensies. Moeten Jeroen Pauw en Matthijs van Nieuwkerk zich zorgen maken?

Wat voor jaar was 2018 voor jou?
Renze Klamer: ‘Toch wel bijzonder, met een overstap van de EO naar BNNVARA, die wellicht niet heel erg voor de hand lag. Ik heb heel lang radio gemaakt en heus weleens iets op televisie gedaan, maar nog nooit een dagelijks programma. Die overgang is natuurlijk best heftig.’

Is het niet frustrerend dat je vooralsnog geen groot publiek hebt weten te bereiken?
‘Elke journalist wil er natuurlijk toe doen in zijn werk, maar ik zie het in dit geval echt als een luxe. Er kijken genoeg mensen, dus ik doe het niet voor niets, maar je ligt niet onder een vergrootglas, zoals bijvoorbeeld het geval was bij het programma M. Dat is ook prettig, want dan kun je rustig kijken wat werkt en wat je plek is, zonder dat elke scheet die je laat meteen uitgebreid besproken wordt op Twitter. Nu heb ik nog de kans om een beetje te oefenen in de Keuken Kampioen Divisie, om het zo maar te zeggen.’

En dan word je in recensies opeens de nieuwe Jeroen Pauw genoemd.
‘Ja, dat was wel even schrikken. In het begin dachten we nog: we blijven de eerste week onder de radar, maar op de tweede dag kwam het AD al direct met een lovende recensie, en op de derde dag volgden NRC en Het Parool. Daar waren we natuurlijk heel blij mee, daar kan ik niet over liegen.’

Schept die vergelijking niet direct een onmogelijk verwachtingspatroon?
‘Mijn natuurlijke reactie op dat soort vergelijkingen is meestal: ik ben Jeroen Pauw niet, ik ben gewoon Renze. Maar aan de andere kant: als er een nieuwe artiest opstaat in een bepaald genre en daar bevindt zich al een grootheid, dan ligt die vergelijking voor de hand. Ik ben natuurlijk iemand anders, maar als het gaat om interviewkwaliteiten kun je maar beter met Pauw vergeleken worden.’

Hoe zit het met je eigen ambities?
‘Ik wil natuurlijk niet eeuwig in de schaduw blijven werken. Voor nu vind ik het fijn en ik ga tot de zomer graag door met Na het nieuws. Er valt nog genoeg te leren en te ontwikkelen, maar op een gegeven moment denk je toch: zijn er nog gaatjes in de programmering en zou ik ook iets kunnen doen op de reguliere zenders?’

Dus in de zomer zien we je terug in de eredivisie?
‘Ik hoop allereerst op een goede voortzetting van de leerschool. Natuurlijk is het spannend wat ik na de zomer ga doen: waar liggen volgens BNNVARA en de NPO de kansen? Je moet dan ook opeens je weg gaan vinden in het omroeppolitieke spel. Maar laten we zeggen dat ik het leuk zou vinden als ik af en toe mag invallen in de eredivisie.’