Chinezen komen al heel lang naar Madagaskar. Sommigen worden er rijk, anderen verliezen er juist hun fortuin.

Hardnekkige armoede

Madagaskar heeft al zo'n tweehonderd jaar warme banden met China. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw profileert China zich er als brenger van ontwikkeling. Maar natuurlijk zoeken de Chinezen ook naar mogelijkheden om geld te verdienen. Soms lukt dat goed, met veel geduld en hard werken. Soms gaat het helemaal mis.

Voor de Malagassiërs geldt hetzelfde. De Chinese aanwezigheid helpt bij de een de armoede te verlichten, en drukt een ander er verder in. De meeste inwoners hebben nog altijd bitter weinig te besteden.

In het kort: Chinezen en Madagaskar

De Chinese populatie op het eiland is tussen 2005 en 2015 vervijfvoudigd, en wordt nu geschat op honderdduizend, op een totale bevolking van 26 miljoen. Dit maakt dat Madagaskar de op twee na grootste Chinese gemeenschap van Afrika heeft. 

Al aan het begin van de negentiende eeuw kwamen de eerste Chinezen naar Madagaskar. Van deze groep migranten zijn er veel getrouwd met Malagassiërs. Deze oudere generaties Chinezen zijn populair bij de lokale bevolking, en er wordt ook wel gezegd dat zij daarmee de deuren hebben geopend voor de nieuwe stroom Chinese immigranten. Die hebben nu onder meer de lucratieve handel in vanille overgenomen.

In 2018 sloot de toenmalige president van Madagaskar een akkoord met China, dat met 2.600 boten veruit de grootste verrezeevisvloot ter wereld heeft. China zou 2,7 miljard investeren als de Chinezen tien jaar lang met 330 boten voor de kust van Madagaskar mochten vissen.

De deal ging echter niet door toen er in Madagaskar een nieuwe president gekozen werd. De zes Chinese vissersboten die er al waren bleven zonder werk.

Rubens ontmoetingen op Madagaskar

Richard hoopt op een haai

‘Ik voer met Richard mee, op zijn zelfgebouwde bootje met een zeil en een peddel. Hij woont in een heel klein vissersdorpje en ging vijf mijl uit de kust kijken of er een haai aan z’n haak zat. Ik hoopte natuurlijk op spektakel. Het duurde bijna drie uur voor we daar aankwamen, bij een drijvende jerrycan, waar de lijn aan vastzat. Hij haalde die lijn op, daar zat een haak aan, en die haak was leeg. En dat was het.

'Eén haak. Niet twee, of tien, ofzo. Eén haak. Want wat was nou het probleem? Zo’n haak kost een dollar, en dat geld heeft hij niet. Dus dat maakte wel indruk op me. Echt schrijnende armoede. Als vissers als Richard een haai vangen, leveren ze de vinnen in bij de lokale chief, die zaken doet met de lokale Chinezen. De rest eten ze zelf op.

'Zeekomkommers vangen ze ook om aan de Chinezen te verkopen. Die vind je dichterbij de kust, gewoon zwemmend met een duikbril op. Ik ging mee, en vond er zowaar een paar. We wilden die ook wel een keer proeven, in het hotel van meneer Liu in de hoofdstad. Het gerecht stond op de kaart, maar was toen, misschien door de overbevissing, niet te krijgen.

'We wilden ook met een Chinees vissersschip mee, maar dat lag aan de ketting. De nieuwe president van Madagaskar had een streep gezet door de visserijdeal die zijn voorganger met de Chinezen had gesloten. Dat lag heel gevoelig, dus mochten we daar helemaal niet filmen. Deden we wel, dus werden we er na een half uur vanaf gekickt door een van de bazen.’

Rijk geworden met revolutionaire rijstmachines

‘Meneer Liu, de eigenaar van het Asia & Africa Hotel in de hoofdstad Antananarivo, waar we logeerden, is een energieke, grappige man. Hij was al in 1980 naar Madagaskar gekomen. Als jonge kraanmachinist, om een weg aan te leggen. Dat was ontwikkelingshulp.

'China, toen zelf nog een ontwikkelingsland, investeert al sinds de jaren zestig veel in relaties met Afrikaanse landen, en dat heeft het land in 1970 een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de VN opgeleverd, heel belangrijk voor de macht van China in de wereld.

'Ik ging met meneer Liu golfen, en naar een massage, en intussen vertelde me dat hij na acht jaar zwoegen in de wegenbouw genoeg geld had gespaard om met een vriend voor zichzelf te beginnen. Ze lieten twee rijstpelmachines uit China komen.

'Zijn vrouw, die nog iets later overkwam, zei dat het een moeizaam begin was, omdat de bevolking helemaal geen ervaring met machines had. Alles ging nog met de hand, en ze hadden natuurlijk ook geen geld om zo’n machine te kopen. Maar uiteindelijk kwam er schot in de machinehandel.

'Ze hebben de hele Malagassische landbouw gemoderniseerd, zeggen ze, en nu hebben ze daarnaast dus ook nog een luxe hotel. En dat in een van de armste landen ter wereld. Daar heb ik veel respect voor, ook omdat ze met hun bedrijf echt hebben bijgedragen aan een hogere levensstandaard van de bevolking. Twintig jaar geleden had bijna niemand hier schoenen, zei mevrouw Liu, en nu bijna iedereen.'

Eenzaam in een verlaten katoenfabriek

'Aan de kust in het zuidoosten van Madagaskar kwamen we terecht bij de grootste katoenfabriek van Afrika. Die fabriek draait al jaren niet meer en is helemaal verlaten, op de eigenaar en één werknemer na. De eigenaar bleef daar om zijn laatste bezit te bewaken.

'De machines en de fabriek zelf zijn veel geld waard en hij is bang dat het leeggeroofd zal worden als hij weggaat. De lokale bevolking is namelijk erg arm. Elke avond loopt hij met zijn zaklamp rondjes langs het prikkeldraad om ervoor te zorgen dat niemand eroverheen klimt.

'Ik vond het heel aangrijpend omdat hij echt vastzat in de fabriek. Hij had vele miljoenen geïnvesteerd, maar die investering was mislukt. Ik vroeg hem of hij niet eenzaam was, zo alleen in de fabriek. Hij vertelde dat hij zich inderdaad erg eenzaam kon voelen.

'Als dat gebeurde, luisterde hij muziek. Toen pakte hij zijn telefoon en zette hij Meditation van Massenet op. Hij zei dat als hij dit luistert de tranen in zijn ogen springen en hij zich dan altijd afvraagt: heb ik het wel goed gedaan?

'Het zou een scenario voor een speelfilm kunnen zijn: een Chinese eigenaar in een leegstaande fabriek op het platteland van Madagaskar. Zijn verhaal ontroerde me. Het is een hele bijzondere man, heel belezen en filosofisch. Ik heb nog contact met hem en hij gaat nu al het vierde jaar in dat hij zijn bezittingen daar bewaakt.'

De wereld van de Chinezen: Madagaskar

zondag 24 januari om 20.20 uur op NPO 2

Chinese bedrijven doen graag zaken op het exotische, afgelegen Madagaskar. Er is een hoop te halen, want het land is rijk aan natuurlijke bronnen. En omdat de bevolking er arm is, is arbeid goedkoop. Ruben Terlou duikt met lokale vissers en spreekt de bemanning van een Chinese vissersvloot die net aan de ketting is gelegd door de nieuwe president van Madagaskar.

In het binnenland ziet Ruben hoe hele families onder een brandende zon op Chinese katoenplantages werken. En hij ontmoet een Chinese katoenbaas, wiens investering desastreus heeft uitgepakt.