Noud (30) verloor zijn woning en belandde op straat. Zicht op een eigen woning heeft hij, door het overheidsbeleid van de afgelopen jaren, nog lang niet.

Rond zes uur ‘s avonds stond zijn huisbaas ineens in zijn woning. De boodschap: je betaalt nu je huur of je ligt eruit. ‘Dus toen stond ik zomaar op straat,’ zegt Noud Manders. Weg meubels, weg televisie. ‘Alleen een paar vuilniszakken met spullen wilde hij nog wel meegeven. De rest heb ik nooit meer teruggezien.’

Het kan verkeren. Zo heb je een fijn bestaan met een baan, een huis en een sociaal leven, zo sta je ineens op straat. Zo ben je druk aan het reizen (favoriete land: Indonesië), koken (favoriete keuken: Frans) en uitgaan (favoriete museum: exposities over de Titanic), en zo gaat het ineens hard bergafwaarts.

'een wijdverspreid misverstand: dat daklozen in Nederland altijd ergens binnen kunnen slapen'

‘Het was een opeenstapeling van dingen’, zegt Noud. ‘Mijn relatie ging uit en ik werd ziek. Door de pijn ben ik veel alcohol gaan drinken en liegen. Mijn sociale netwerk viel weg.’ Om tijd voor zichzelf te nemen en dingen weer op orde te krijgen, zegde Noud vlak voor de corona-uitbraak zijn baan in de horeca op. Met de verwachting dat je in Amsterdam in die sector zo weer aan de slag kan. 

Dat liep dus anders. De eerste drie dagen nadat hij op straat werd gezet sliep Noud ergens in een berging. Bij het loket van de noodopvang stond zo’n lange rij dat ze zeiden: ‘Kom morgen maar weer terug.’ Die dagen maakte Noud kennis met de realiteit van de huidige daklozencrisis die heerst in Nederland: het wijdverspreide misverstand dat daklozen hier altijd ergens binnen kunnen slapen.

Alleen ‘dankzij corona’ sliep Noud in de maanden daarna ‘s nachts binnen. Door de angst voor het virus en de anderhalve-meter-regel was de regering bereid geweest om te investeren in extra opvanglocaties, zoals sporthallen. Noud: ‘Daar heb ik toen wel geluk mee gehad. Iedereen moest binnen slapen.’

Zo jong als zestien jaar oud

Noud is bepaald geen uitzondering. De afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal daklozen naar maar liefst veertigduizend mensen, maar ook het aantal zogenoemde ‘economisch’ of ‘zelfstandig daklozen’ - mensen die zichzelf kunnen redden, maar toch geen dak boven hun hoofd hebben - steeg enorm. Noud: ’Ik kwam ook iemand tegen die gewoon een baan had, maar in zijn auto sliep.’

In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag lopen meer dan dan duizend van dit soort ‘zelfstandigen’ rond, zo bleek deze zomer uit onderzoek van VPRO Argos. ‘We kunnen de stijgende vraag (naar woonoplossingen, red.) niet meer behappen,’ schreef de gemeente Amsterdam aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Meer dan vijfhonderd dak- en thuisloze jongeren in Amsterdam zijn jonger dan 23 jaar. Hulporganisatie De Regenbooggroep meldt gevallen zo jong als zestien jaar oud. 

Hoe kan het in een paar jaar tijd zo uit de hand zijn gelopen? Gemeenten, hulporganisaties en experts wijzen allemaal naar het gebrek aan woningen als grootste oorzaak van de daklozencrisis. Een gebrek dat overigens niet per ongeluk is ontstaan. 

Geen woning kunnen krijgen

Het overheidsbeleid van de afgelopen jaren, zegt stadsgeograaf Cody Hochstenbach, die veel onderzoek deed naar de huizenmarkt en wiens vader zelf dakloos raakte toen hij kind was, heeft zich bewust gericht op het inkrimpen van de sociale huurvoorraad. Het idee was om plaats te maken voor een meer commerciële woningmarkt. ‘Maar van de commerciële markt profiteren vooral rijke (buitenlandse) investeerders,’ aldus Hochstenbach. ‘Voor een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking is die markt niet meer toegankelijk.’

Geen huis meer kunnen krijgen, omdat je er simpelweg niet genoeg geld voor verdient. Daar heeft ook Noud Manders nu last van. Zijn leven heeft hij inmiddels weer op de rit: hij verzoende zich met zijn moeder, die een stacaravan in Brabant voor hem kocht. En hij heeft een baan. Vijf dagen in de week staat hij om vijf uur ‘s ochtends op om te werken als schoonmaker. ‘Heel iets anders dan ik gewend ben, maar op zich wel leuk om te doen.’

Het enige dat Noud eigenlijk nog mist, is een woning. Maar de prijzen op de private huur- en koopmarkt zijn voor hem veel te hoog. Op een sociale huurwoning in Amsterdam zou hij zestien jaar moeten wachten. In de omgeving van Uden maak je na drie jaar kans op een woning. Als je geluk hebt. ‘Toen alles weer goed ging, vroeg mijn maatschappelijk werkster wat ik eigenlijk nog nodig had. Ik zei: uitzicht op een huis. Dat was het enige waar ze me niet mee kon helpen.’

'de volkshuisvesting moet weer worden omarmd'

Wat moet er gebeuren?

Aangezien gemeenten, hulporganisaties en experts het tekort aan betaalbare huizen als oorzaak noemen, is de oplossing niet zo moeilijk aan te wijzen: bouw zo snel mogelijk zo veel mogelijk betaalbare woningen. Hoe serieus die opdracht wordt genomen, zal in grote mate afhangen van de verkiezingen volgend jaar maart. 

Intussen zitten burgers niet stil. Overal in het land slaan burgers de handen ineen, om via sociale en duurzame woningcoöperaties dan maar zelf een aantal betaalbare woningen uit de grond te stampen. Zelfs de gemeente Rijswijk besloot onlangs zelf maar weer middenhuur-woningen te gaan bouwen, omdat private partijen geen brood zien in die markt. 

En ook de nationale overheid erkende de crisis door in juni aan te kondigen dat het tienduizend woningen wil bouwen om dak- en thuislozen onder te brengen. ‘Maar dat gaat maar om zeer tijdelijke sobere woningen,’ zegt Hochstenbach daarover. ‘Sinds de bezuinigingen op de wooncorporaties is het aantal nieuwe sociale woningen dat gebouwd wordt, gedaald met 15.000 woningen. Aan de ene kant bouwt de nationale overheid wat tijdelijke woningen, maar andere kant is er jarenlang ingehakt op de betaalbare huurvoorraad. De structurele trend blijft hetzelfde, en daartegenover worden een paar kleine wijzigingen gezet.’ 

Wat er écht moet gebeuren, is dat de klassieke volkshuisvesting weer wordt omarmd, zegt Hochstenbach. Elke burger heeft recht op een woning; het is de taak van de overheid dat recht te garanderen. Laat dat recht op wonen niet alleen over aan de markt. Hochstenbach: ‘Zorg als overheid voor betaalbare woningen voor mensen met een laag inkomen én voor mensen met een middeninkomen. ‘ 

Zicht op de toekomst

Komende winter gaat Noud tijdelijk logeren bij zijn vriend, die hij sinds enige tijd weer heeft, tot hij volgend jaar zijn stacaravan weer in mag. Het kan niet anders, want op de camping mag hij die periode niet verblijven. Aanvankelijk was het plan om op de bank te slapen bij Nouds moeder en stiefvader: met z'n drieën op 56 vierkante meter. 

Noud hoor je niet klagen. ‘Ik heb geluk gehad dat alles weer goed is gekomen met mijn moeder. Als zij er niet was geweest, dat zou ik nog steeds in Amsterdam zitten, net als al die andere mensen die daar nog steeds zijn, soms al jaren. Dat zou echt uitzichtloos zijn.’

Al heeft Noud geen eigen plek, en is hij officieel nog thuisloos, hij is al lang blij met een dak boven zijn hoofd. De tijdelijke corona-opvang - daklozen worden nu opnieuw opgevangen, maar na de tweede golf net zo makkelijk weer op straat gezet - biedt een glimp van hoe het anders had kunnen zijn. Noud: ‘Ik heb daar gezien dat mensen helemaal opbloeien door structuur. Bed, bad en brood helpt al zoveel. Dat zorgt ervoor dat mensen een veel positiever toekomstperspectief hebben.’

wonen en bouwen

6 items

De Verenigde naties voorspellen dat in 2050 68% van de mensen in steden zal wonen. Maar hoe ziet die stad er dan uit? Kunnen we bouwen op een duurzame manier? Moeten steden meer autonomie krijgen, en wie is er aan de macht, de bewoner of de commercie?

Dossier