Burgers willen graag betrokken worden bij de energietransitie. We moeten immers ‘samen’ van onze gasverslaving af. Maar hoe doe je dat? En wat als er grote morele dilemma’s op tafel komen, zoals de bouw van nieuwe kerncentrales?


 

In de energietransitie gaat het ook over de Ander

Burgers willen graag betrokken worden bij de energietransitie. We moeten immers ‘samen’ van onze gasverslaving af. Maar hoe doe je dat? En wat als er grote morele dilemma’s op tafel komen, zoals de bouw van nieuwe kerncentrales?

Tom Reijner - 27 mei 2021

Het is een bekend Nederlands fenomeen: de inspraakavond. Overal in het land kun je er elke week wel één vinden. De wethouder komt zijn of haar plannen uitleggen en inwoners kunnen laten weten wat ze ervan vinden. Nederland onder het systeemplafond – columnist Marcel van Roosmalen schreef dit soort taferelen op in zijn gelijknamige boek.

De inspraakvond wordt gezien als dé plek waar de lokale overheid en burgers met elkaar in gesprek kunnen gaan over een heikel onderwerp. Een asielzoekerscentrum bijvoorbeeld, een parkeergarage of de plaatsing van windmolens. Jarenlang was het een beproefd recept om ontevredenheid onder burgers te kanaliseren. Draagvlak bereiken onder burgers, heet het. De mensen ‘meenemen’ in de beleidsvisie. Want uiteindelijk weet iedereen wel wat er gebeurt: wethouder en raadsleden luisteren keurig naar de bezwaren uit de zaal, maar beslissen, alles afwegende, toch echt zelf of en waar die windmolens komen te staan.

Burgers hebben geen concrete invloed. Steeds vaker klinkt geklaag: we zijn goed ingevoerd, mondig, maar geluisterd wordt er niet. Wat nu als het beproefde recept is uitgewerkt?

Gemor in de polder

De erosie van het draagvlak-model wordt misschien nog wel het beste geïllustreerd in het klimaatdebat. Hier staat echt iets op het spel. Nederland moet, onder druk van ‘Parijs’ en het eigen Klimaatakkoord, versneld van het gas af. Burgers zien de energietransitie in hun eigen tuin (windmolens) of onder de grond (aansluiting op het warmtenet).

Hoewel er geen tijd te verliezen is – de CO2-uitstoot is nog altijd niet verminderd – klinkt er steeds vaker protest tegen alle ingrijpende maatregelen. Hele wijken moeten van het gas af ten behoeve van een warmtenet, er komen grote datacenters die volledig op groene stroom draaien en er verrijzen windturbines in weilanden die het uitzicht verpesten. De onvrede hierover is soms zo groot dat de gemoederen onmogelijk tot bedaren kunnen worden gebracht tijdens inspraakavonden. De doorzettingsmacht van gemeenten, die de kar lokaal moeten trekken, is enorm – en in essentie top-down. Gemor is het gevolg. Soms zelfs ontembare boosheid.

Exploderende vraag naar groene stroom

In Breda ontstaken wijkbewoners van een oude stadswijk zódanig in woede dat een actiecomité werd opgericht. Hen was ten ore gekomen dat er een warmtenet zou worden aangelegd onder hun woningen, als alternatief voor het gasnet. Zonder dat duidelijk was hoeveel zij, als sociale huurders, extra zouden betalen per maand. Ze kwamen lijnrecht tegenover de gemeente te staan, die hen niet gerust kon stellen. De bewoners besloten toen zelf maar hun toekomstige energierekening uit te rekenen en werden nóg bozer toen het alternatief voor gas inderdaad een stuk duurder bleek.

In Het Financieele Dagblad stond nog niet zo lang geleden een verhaal over Rijsenhout, een dorp onder de rook van Schiphol. Er is daar flink verzet tegen een transformatorhuisje dat de exploderende vraag naar groene stroom in goede banen moet leiden. Boze bewoners klagen ook hier over de gebrekkige informatievoorziening. Het wordt gewoon over ‘ons’ uitgestort, is de teneur.

Neem emoties en bezwaren serieus 

De meeste mensen zijn het er wel over eens dat klimaatactie keihard nodig is. Sabine Roeser, hoogleraar, ethiek, noemt het tegenover VPRO Tegenlicht de stip aan de horizon die iedereen voor ogen moet houden. ‘De luxe om met elkaar te discussiëren over wel of geen CO2-reductie hebben we allang niet meer,’ zegt ze. Volgens Roeser, die zich bezighoudt met morele vraagstukken rond technologie, energie en innovatie, is het helemaal niet erg dat burgers van mening verschillen over de aanpak van de gemeente. Welke maatregelen je neemt in de energietransitie, en ook wie opdraait voor de kosten en wie de baten krijgt, is ‘gewoon’ onderdeel van een gezond publiek debat.

Ze spreekt trouwens liever over delibereren in plaats van debatteren. In een debat probeer je elkaar te overtuigen, bij delibereren gaan de partijen, op basis van gelijkwaardigheid, langdurig met elkaar in overleg om zo tot een oplossing te komen. Zo laat je als overheid zien dat je bezwaren én emoties serieus neemt. We moeten dus eigenlijk anders met elkaar praten en luisteren naar elkaars argumenten. Klinkt als een open deur, maar dat wordt nog wel eens vergeten als het er echt om spant.

De energietransitie gaat nu eenmaal gepaard met grote onderliggende morele dilemma’s, zegt Roeser. Volgens haar is dat inzicht heel belangrijk bij besluiten die je samen neemt en hoe je erover communiceert als overheid. Van de ene op de andere dag stoppen met CO2-uitstoot is ook moreel problematisch, want dat zou desastreuse gevolgen hebben. De economie stort in en mensen verliezen massaal hun baan. Aan de andere kant, als je op deze vervuilende voet doorgaat, zadel je toekomstige generaties op met een enorme belasting. Eigenlijk zeg je dan: omdat wij zo laat waren met maatregelen, moeten jullie de gevolgen maar dragen.

Verantwoordelijkheid voor de Ander

Het zijn dus de toekomstige generaties die worden geconfronteerd met onze acties, omdat we te laat handelden om een klimaatramp af te wenden die zich al lang had aangekondigd. Onze vertraagde reactie, die uitmondt in paniek – geen tijd te verliezen! – zorgt weer voor andere uitdagingen. Zo wordt kernenergie door uitgesproken voorstanders als VVD en CDA gezien als een soort toverformule, die ons in één klap verlost van de CO2-problematiek. Deze partijen, die ook het beleid voor de komende jaren zullen uitstippelen, hebben wel oren naar de bouw van een nieuwe kerncentrale, bleek tijdens een van de debatten in aanloop naar de verkiezingen.

Lukt het niet met conventionele middelen, dan grijpen we maar naar de nucleaire optie, lijkt het wel.

Dat we er tegelijkertijd ook geen knoop over durven door te hakken, heeft wederom met ethische dilemma’s te maken, geeft Roeser aan. Neem de kans op een kernramp. Die blijft niet beperkt tot één gebied of één periode: het raakt potentieel duizenden mensen en dat decennialang. En nog los van de kans op een kernramp, is er die ene prangende vraag over het afval. Waar laten we dat en hoe slaan we het op? Het zal er ergens tot in de eeuwigheid liggen. Is het wel moreel verdedigbaar dat we dat afwentelen op de toekomstige generaties? ‘Wij hebben de baten, zij de extreem negatieve gevolgen,’ zegt Roeser. Of wat te denken van CO2-opslag in zee? Oliebedrijf Shell, dat deze week een oorwassing kreeg van de rechter omdat het veel te weinig doet voor verduurzaming, wil CO2 opslaan onder de Noordzee. Om zo toch aan de reductie-eisen te voldoen. Maar wordt die overtollige uitstoot ooit opgeruimd en wie gaat dat dan doen?

Uiteindelijk gaat de energietransitie ook over verantwoordelijkheid voor de Ander, volgens de Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) het fundament van ons menselijk bestaan. In dialoog met de Ander (de hoofdletter A wordt gebruikt om het radicaal-anders zijn van de ander te benadrukken) komt een moreel discours tot wasdom, zegt techniekfilosoof Jan Bergen in een interview voor The Young Philosopher. In zijn proefschrift poneert hij de stelling dat omkeerbaarheid een vereiste is voor nieuwe technologieën. Dat je het dus kunt ontmantelen als het niet bevalt. Die omkeerbaarheid geldt voor kerncentrales niet: als het eenmaal staat, staat het voor altijd. En als het misgaat, is het ook goed mis. Met andere woorden: je draagt een grote verantwoordelijkheid op je schouders als je hiervoor kiest.

Voorbeelden uit het buitenland

Het zijn grote, ingrijpende en bovenal morele vragen die voorliggen. Van de plaatsing van windmolens en zonnepanelen in je achtertuin tot aan misschien wel een kerncentrale aan de rand van het dorp. Even heel praktisch: we weten al dat ‘draagvlak zoeken’ eigenlijk synoniem is voor ‘teken maar even voor deze plannen’, dus hoe kan het anders? Als je mensen van de ernst wil doordringen en hen echt bij de klimaatproblematiek wil betrekken, zul je met elkaar om de tafel moeten, schreven Jelmer Mommers en Eva Rovers in een opiniestuk in Trouw. Hij is klimaatjournalist bij De Correspondent, zij is kunsthistorica en schrijfster. Beiden zijn ze fervent voorstander van een burgerraad over het klimaat.

Burgerraden, door loting samengesteld uit een representatieve dwarsdoorsnede van de samenleving, zouden volgens de Vlaamse cultuurhistoricus David Van Reybrouck beter in staat zijn om besluiten te nemen over politiek gevoelige onderwerpen in het algemeen belang én voor de lange termijn. Mits deze burgers daar de tijd, ondersteuning van experts en een bijpassende vergoeding voor krijgen.

Rovers memoreerde in de Tegenlicht-uitzending ‘Top der Onmisbaren’ aan de burgertop over klimaatmaatregelen in Frankrijk. In het tumult van het gele-hesjes-protest besloot president Emmanuel Macron hun eis voor meer burgerinspraak in te willigen. 150 gelote burgers mochten bijeenkomen in de Convention Citoyenne pour le Climat (CCC), om de regering te adviseren hoe Frankrijk op een rechtvaardige wijze de CO2-uitstoot met 40 procent kan verminderen. Van de 149 gepresenteerde punten nam Macron er 146 over. Deelnemers hadden het terechte gevoel dat ze werkelijk inspraak hadden gehad.

Deelnemers hadden het terechte gevoel dat ze werkelijk inspraak hadden gehad. Maar andere burgerinspraakvormen zijn mogelijk. Roeser geeft een voorbeeld uit het Belgische Mol, waar omwonenden zijn betrokken bij de opslag van kernafval. En in Zweden voeren ze er zogenoemde ‘keukentafelgesprekken’ over.

Als je kiest voor een burgerraad over de Nederlandse klimaataanpak zou je het kunnen hebben over de beste energiemix. Is kernenergie bijvoorbeeld wel zo noodzakelijk en wegen de voordelen op tegen de nadelen? En terugkomend op de morele kant van het verhaal: kunnen we met de keuze voor kernenergie wel een goede voorouder zijn?

Natuurlijk, aan een burgerraad zitten ook haken en ogen. De klimaatproblematiek is ingewikkeld, en niet elke burger kan de consequenties overzien, zelfs niet als je je er een aantal maanden in hebt verdiept. ‘Welke vorm je ook kiest, het is belangrijk om de emoties burgers en onderliggende morele overwegingen mee te nemen in besluitvorming,’ aldus Roeser. En dat zou volgens haar ook best tijdens een inspraakavond kunnen gebeuren, overigens. ‘Het gaat om het type gesprek. Deliberatie kan ook in de avond.’