Elke ontdekkingsreis begint met een opdoemende vraag: wat bevindt zich eigenlijk voorbíj de horizon en wat speelt zich daar allemaal af? Voor ontdekkingsreizigers is de horizon dus niet langer een ‘veilige grens’.

Denk bijvoorbeeld aan de film The Truman Show. Ook daar werd de -geschilderde- horizon een nieuw beginpunt, een eerste uitnodiging om te gaan reizen in de ruimte. En misschien ook wel in de tijd. Bijvoorbeeld op zoek naar de groenste duurzaamste vertes. Die ook te vinden zijn in boeken, artikelen, schetsen, foto’s, en animaties.

Vanwaar eigenlijk zo’n ontdekkingsreis in onze Tegenlicht-reeks? Wij vroegen ons in de redactie -regisseur Martijn Kieft voorop- al langer af wie ons nou een goed totaalbeeld zou kunnen schetsen van de ultiem duurzame toekomst. En waar we dat ideaalbeeld al enigszins zouden kunnen filmen. Met de aflevering Doorbraak van Duurzaam (maart 2016) toonden we aan dat op sommige terreinen het break even-point bereikt is: de productiekosten van hernieuwbare energie worden goedkoper dan de fossiele. Maar dat is dan nog maar het begin van een proces in de richting van een groen functionerende planeet: hoe geráken we daar? Is het een kwestie van duurzamer bewustzijn kweken of van groener handelen en bouwen? Denken of doen?

Handel zo dat de gevolgen van je handelen samengaan met het voortbestaan van menselijk leven op aarde

Hans Jonas

Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk is het beide. In zijn boek Du musst dein Leben ändern (2009) verheft hij het overleven van onze planeet tot een ware ‘toekomst-opdracht’ voor eenieder. Het tijdperk waarin mensen hun leven nog in dienst stelden van religies zou in onze tijd dienen over te gaan in (toe-)wijding aan de aarde, door in gedrag en politiek haar voortbestaan zeker te stellen. Sloterdijk citeert met instemming zijn vakgenoot Hans Jonas: ‘Handel zo dat de gevolgen van je handelen samengaan met het voortbestaan van menselijk leven op aarde’. Er rest ons volgens Sloterdijk daarmee niets anders dan onszelf trainen in ‘acrobatisch existentialisme’. Ontsnappingskunstenaars worden op een bedreigde planeet. En we dienen daarbij te bedenken ‘dat er niet zoiets bestaat als een mensenrecht op niet-overbelasting’. Dat recht zal moeten worden bevochten en afgedwongen. Niet alleen door/voor wie op het Groningse gas-platteland woont.

Hetzelfde begrip ‘over-belasting’ zien we bij de Britse progressieve econoom Kate Raworth terug als ‘overshoot’: het overmatige belasten van de planeet. In haar model van de donuteconomie  zijn de rechten van de mens, maar ook die van de planeet vervat. Ze noemt het ‘een kompas voor de wereld van 2050’.

Hoe je die wereld bereikt? Door met alle betrokken partijen (burgers, consumenten, ngo’s, overheden, bedrijven) met grotere voortvarendheid aan de slag te gaan op de 19 gebieden die in het model worden genoemd: van watervervuiling tot biodiversiteit tot ongelijkheid. Want ook ongelijkheid bedreigt een duurzame toekomst.

Hier geldt eveneens: eerst bewustwording, en daarna implementatie. Van zonnepanelen tot aan een via de politiek afgedwongen verbod op het gebruik van ‘single use plastics’ tot afschakelen van kolencentrales tot windparken op zee. Die grote omschakeling (annex opruiming!) zal de transitie gaan bepalen.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

donuteconomie

Raworth vertelde ons zelf dat ze snapt dat de aantrekkingskracht van een grafisch model nogal beperkt is. Vandaar dat ze graag meewerkte aan een Lab in de Tegenlichtreeks (november 2017) dat de kwesties achter het model verbeeldde.

Zo’n model kan inderdaad als een kompas dienen voor een ‘donut-reis’, maar hoe ziet die ‘nieuwe wereld’ er dan precies uit als de gewenste bestemming eenmaal is bereikt? Kunnen wij ons daar anno 2018 überhaupt een voorstelling van maken?

Opvallend is dat wij in de Tegenlicht-redactie na lang zoeken moesten concluderen dat er eigenlijk nauwelijks ‘totaalbeelden’ bestaan van die ideale duurzame toekomst. Wel van diverse deelgebieden uiteraard, maar wie schetst voor ons het hele plaatje van leven, wonen, verwarmen, verplaatsen, werken en ontspannen in 2050? In een recent artikel over de Utrechtse Urban Futures Studio signaleerde journalist Janno Lanjouw voor One World online precies dit fossielloze verbeeldingstekort. We wíllen wel duurzamer, maar kunnen ons nog geen voorstelling maken van die wereld waarnaar we op weg zijn.

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

zon

Alles begint met bewustwording. Bijvoorbeeld ten aanzien van hoeveel CO2 precies wordt uitgestoten. De hoop is dat ook design en verbeelding ons steeds meer gaan helpen in het vormen van een beeld van die ideale groene toekomst. Niet voor niets zegt Bjarke Ingels in de uitzending: ‘Uiteindelijk zal het beste ontwerp in de toekomst gaan winnen’. In het kader van ‘toekomst-verbeelding’ schotelde Onzichtbaar Nederland van programmamaker Geert Rozinga ons een geanimeerde weergave voor van de toekomst van het personenvervoer.

Een ware transformatie! Dat de zelfrijdende elektrische voertuigen ook vol zonnepanelen kunnen hangen, zoals de nieuwe Duitse Sion….zover hadden de animatoren blijkbaar nog niet doorgedacht.

Want dat is waar ons voorstellingsvermogen van de toekomst nog vaak te kort schiet: hoe gaan de technologische innovaties van de toekomst ons leven en de infrastructuur en de gebouwde omgeving veranderen? Wij kunnen ons inmiddels nog nauwelijks indenken hoe het leven zonder computers en smartphones ook weer was. Daarmee wordt een duurzamere wereld in 2050 fluïde, want welk van de technologische innovaties zal uiteindelijk breed toegepast worden?

Een van de mooiste uitdagingen om innovaties dóór te denken die ik ken is van toekomsteconoom Jeremy Rifkin. In zijn boek Zero Marginal Cost Society (2014) schetst hij een nog lastig te visualiseren hoog-technologische toekomst die hij eerder de Third Industrial Revolution heeft gedoopt. In die toekomstige tijd zouden ontwikkelingen als robotisering, 3 d printing, algoritmisering, Internet-of-Things en ‘collaborative commons’ kunnen integreren met volledig hernieuwbare energievoorziening via digitale smart grids. Dat creëert volgens Rifkin een wereld waarin producten en diensten steeds goedkoper worden.

Steeds goedkoper? Huh? Zijn uitgangspunt: het zal namelijk steeds eenvoudiger worden om een nieuwe kopie (of print) te maken van iets wat eenmaal in het digitale domein is ontworpen. Dus elk volgend exemplaar (of elke volgende kilowattuur) kost steeds minder. Werkt het op voortdurende winst gefundeerde 21e eeuwse kapitalisme daardoor mee aan uitholling van ‘t eigen verspillende en vervuilende systeem? Het klinkt te mooi om wáár te zijn. De tijd zal leren of Rifkin gelijk heeft gehad.

Ondertussen zitten we in Nederland te hannesen met moeizaam tot stand komende Klimaatwetten en Klimaatakkoorden. Het is hopelijk nog niet te laat, zelfs niet voor het in de groene lijstjes onderaan bungelende Nederland, om de transitie tijdig te maken. Er blijft in elk geval nog genoeg te ontdekken, en dan vooral nog in andere landen.