Infectieziekten zijn met afstand de grootste moordenaars in de geschiedenis van de mensheid. Toch zijn we altijd slecht voorbereid geweest op deze vijand. Hoe kan dat?

De Spaanse griep in 1918 veroorzaakte minstens zeventien miljoen doden wereldwijd. De pest (de Zwarte Dood) doodde in de Middeleeuwen zo'n 25 procent van de Europese bevolking.

En toen de Spanjaarden Latijns-Amerika bereikten in 1492, waren het niet hun geweren waarmee ze het continent konden innemen, maar hun vooruitgesnelde ziektekiemen, die alvast zo'n 95 procent van de gehele inheemse bevolking voor ze uitschakelden.

In de geschiedenis van de mensheid heeft, kortom, niets zoveel menselijke slachtoffers gemaakt als infectieziekten, vaak veroorzaakt door virussen. Maar waar we voor menselijke gevaren meestal goed beschermd zijn – we bouwen kastelen, we trainen legers – lijken we op virussen bijna altijd slecht voorbereid.

Zelfs in onze moderne en technologische tijden, is de kans groot dat we door het coronavirus tienduizenden Nederlandse doden moeten accepteren. En miljoenen wereldwijd.

Door de ogen van het virus

Hoe kan het dat juist zoiets kleins en ogenschijnlijk onbenulligs leidt tot de dood van zovelen? Gek genoeg is de dood van een mens vanuit het perspectief van een virus slechts bijzaak. Sterker nog: als een mens sterft, dan gaat het virus in die mens, zijn 'host', ook dood. Waarom gebeurt het dan toch?

Het korte antwoord: dat is een ongelukje. Een bijzaak. Een virus heeft er geen enkel voordeel van om zijn host te laten sterven. Maar, waar het wel baat bij heeft: besmettelijkheid.

Evolutionair gezien overleven díe virussen, die zich – omdat ze toevallig zo in elkaar zitten – het beste weten te verspreiden. Wanneer een virus zijn mensenhost laat niezen bijvoorbeeld, blaast hij een wolkje ziektekiemen de lucht in, die zo kunnen overspringen op andere mensen.

Een virus met deze eigenschap blijft langer bestaan dan een virus dat niets doet. Een 'lui' virus zal uiteindelijk ophouden te bestaan, wanneer het afweersysteem van de mens het virus om zeep helpt, of wanneer de mens sterft.

Met andere woorden: veel symptomen die mensen hebben als ze ziek zijn – niezen, hoesten, snotteren, huidaandoeningen, diarree – zijn niet de bijwerkingen van 'de ziekte', maar juist het doel. Met deze slimme trucjes weet het virus zich te verspreiden. 

En dat sommige mensen vervolgens doodgaan aan die symptonen? Oeps, jammer dan (volgens het virus). Voor het virus maakt dat niet zoveel uit. Als het goed is, heeft het zich daarvoor toch al weten te verspreiden.

Corona-pech of geluk?

Wetenschappers zeiden het al jaren: het is niet de vraag óf er een rampzalige pandemie gaat komen, maar wanneer. Met lede ogen zagen zij hoe politici, gericht op de korte termijn, weigerden voldoende te investeren in een systeem dat op de rem kan trappen bij een epidemie. 

En dus was het wachten op een virus dat besmettelijk genoeg was, zodat het kon uitgroeien tot een pandemie. Zo'n nieuw virus hadden we overigens ook al in 2009. Toen besmette de varkensgriep wereldwijd zo'n miljard mensen. Erg natuurlijk, alleen: de dodelijkheid van dat virus was niet zo schrikbarend als dat van Covid-19. Inmiddels wordt varkensgriep gezien als een gewone griep.

Met het nieuwe coronavirus hebben we simpelweg de pech dat het gepaard gaat met een relatief hoge dodelijkheid. Of, het geluk dat de dodelijkheid niet nog veel hoger ligt – het is maar hoe je het ziet.

Hoe gaan we dit oplossen?

Een andere reden waarom virussen zo besmettelijk, en dus zo dodelijk kunnen zijn, is omdat mensen sinds de uitvinding van de landbouw en veeteelt steeds dichter op elkaar leven. Alleen dan kan een virus zich immers goed verspreiden.

Bovendien leven mensen niet alleen dichter op elkaar, maar ook dichter op dieren. En dat is een probleem. Mazelen, tuberculose, de pokken, griep: het waren allemaal eerst dierenziektes. Maar omdat mensen permanent in de buurt zijn, is het een kwestie van tijd voordat een geëvolueerd virus zich ook in een mens weet te nestelen.

Dat roept de volgende vraag op: hoe voorkomen we de volgende pandemie? Want hoewel wetenschappers, zoals viroloog Ron Fouchier, hun uiterste best doen om vaccins te ontwikkelen tegen deze ziektes, zullen er steeds nieuwe virussen ontstaan die daar weer immuun voor zijn. Toch zijn er wetenschappers die zeggen dat we, mits genoeg onderzoek gedaan wordt, de pandemie kunnen voorkomen. Maar tot die tijd is het, ook na covid-19, niet de vraag of, maar wanneer.

 

 

Bronnen:
Guns, Germs and Steel – Jared Diamond
Homo Sapiens – Yuval Noah Harari 
Against the Grain – James C. Scott
'COVID-19 coronavirus epidemic has a natural origin' – Science Daily

actueel: de coronacrisis

6 items

In een geglobaliseerde wereld is niemand onvindbaar voor het volgende virus. Voor veel artsen en wetenschappers komt de corona-crisis niet als een verrassing.

Hoe kwetsbaar zijn we? Wie is onmisbaar? Wat betekent het voor onze manier van wonen en werken?

Dossier

actueel: de coronacrisis

6 items

In een geglobaliseerde wereld is niemand onvindbaar voor het volgende virus. Voor veel artsen en wetenschappers komt de corona-crisis niet als een verrassing.

Hoe kwetsbaar zijn we? Wie is onmisbaar? Wat betekent het voor onze manier van wonen en werken?

Dossier

actueel: de coronacrisis

6 items

In een geglobaliseerde wereld is niemand onvindbaar voor het volgende virus. Voor veel artsen en wetenschappers komt de corona-crisis niet als een verrassing.

Hoe kwetsbaar zijn we? Wie is onmisbaar? Wat betekent het voor onze manier van wonen en werken?

Dossier

gezondheid, zorg en medicijnen

6 items


Geen terrein waar de werking van onze markteconomie soms schrijnend duidelijk wordt als de zorg. In de wereld van ziekenhuizen en verzorging spelen kapitaal en winst een rol die dehumaniserende gevolgen heeft. Hoe zouden de gezondheidszorg en het geneesmiddelensysteem anders kunnen worden georganiseerd?

Dossier