Van haring naar sushi

, Jonathan Maas, Yoran Staas, Mirte van Os, Tessa de Vries en Frank Bosma

Duur, traag en vastgeroest – Europa is voor veel ondernemende mensen niet bepaald een kansenmarkt. Het oosten lonkt: er is technologie, de vaste lasten zijn er minder hoog en je komt er snel aan de bak. Werkgevers denken en recruteren er ruim en de maatschappelijke sfeer is top: alles wordt alleen maar beter. Zes portretten van westerlingen die voor een carrière en leven in Azië kozen.

Van Amsterdam naar Ho Chi Minh City

Annigje Jacobs


We schrijven december 2016; we zitten met Annigje in een rooftopbar met uitzicht op de skyline van Ho Chi Minh City, het voormalige Saigon – uw schrijver geniet een minisabbatical. Ho Chi Minh is zo’n stad die een grote bouwput is, waar de bouwwoede voortvarender verloopt dan dat mensen met een planologische visie nadenken over een infrastructuur. Annigje Jacobs werkt in de reclamewereld en is net terug uit Cambodja, doodmoe van een week pitchen. Komende week vliegt ze naar Myanmar. En dat is just another workweek in het leven van Annigje, ze vliegt heel Zuidoost-Azië door voor haar werk. Wanneer we haar een maand later spreken, heeft ze haar baan opgezegd. Waarom zou je zo’n wereldbaan opzeggen? ‘Ik wil nadenken over wat er nog meer is en nieuwe dingen uitproberen’, verklaart ze over Skype.

Vrijheid
In Nederland zou ze dit niet snel hebben gedaan. ‘Hier ervaar ik de vrijheid om een andere carrière uit te proberen; om les te geven bijvoorbeeld of om artikelen te schrijven’, licht ze toe. ‘Die vrijheid heeft met twee dingen te maken. Ten eerste zijn mijn vaste lasten hier een stuk lager  - en dus is het makkelijker om een buffer van een paar maanden op te bouwen, die me in staat stelt dingen te doen waar ik niet voor wordt betaald. Ten tweede heb ik het gevoel dat als ik over een paar maanden weer een vaste baan zoek, er wel ergens plek voor me is.

Twee jaar geleden begon Annigje aan het Aziatische avontuur. Ze werkte in Amsterdam als copywriter en had op zich een prima leven. ‘Maar het niveau in Nederland is hoog, en de concurrentie hijgt echt in je nek’, vertelt ze. ‘Ik moest het met twee jaar ervaring opnemen tegen mensen met 20 jaar ervaring; tja. En ik wilde bepaalde concessies niet meer doen. Ik vind het leuker om creatieve dingen te bedenken dan banners en radiocommercials schrijven, en daar bestond een groot deel van mijn werk in Nederland uit. Omdat ik wist dat de economie in Azië omhoog schoot, keek ik al die richting uit. Via via kwam ik in contact met iemand in Vietnam die zei: ‘Ik kan je niet via Skype aannemen, laten we een keer lunchen als je hier bent’. Toen dacht ik: ‘Fuck it, ik ga gewoon’.’

Optimisme
Jacobs gaf zich twee maanden de tijd om het land af te reizen en de cultuur te verkennen. Na zeven weken belde ze het betreffende contact op om te lunchen. Binnen een week was ze aan het werk. ‘Het werken met Vietnamese collega’s ging heel makkelijk. Mensen zijn hier heel beschaafd, echt een verademing. Dat lompe en directe van Nederland mis ik niet. Ik voelde ook dat ik hier echt iets kan betekenen. Als buitenstaander heb je een frisse blik. Zo bevreemdt het mij bijvoorbeeld dat een helm dragen voor iedereen op een motorbike verplicht is, behalve voor kinderen.'

Vietnam is in opkomst. Annigje: 'Onze klanten zijn steeds vaker Vietnamees in plaats van buitenlanders. Het wordt een zelfverzekerder markt. De opleidingen zijn ook steeds beter, ik krijg dus steeds meer Vietnamese collega’s in plaats van vooral expats. Voor entrepeneurs is het goed toeven hier, vooral technische startups, mensen met een eigen kledinglijn of meubelontwerpers. Arbeidskracht is goedkoop en productie is makkelijk. Als je hier aan mensen vraagt hoe het hier over tien jaar is, zegt iedereen: nog veel beter. Men is rooskleurig over de toekomst. Dat geeft een optimisme en een opgewektheid die ik niet in Nederland ervaar. Er hangt geen sombere deken over het land.’
 

Van Delft naar Hong Kong

Cees de Bont


Vorkjes prikken met de topontwerper van Apple, Jonathan Ive, en sterarchitect Rem Koolhaas; kantoor houdend in een gebouw van nog een sterarchitect: Zaha Hadid. Welkom in het nieuwe normaal van Cees de Bont. Zijn nieuwe dynamische leven werd mogelijk doordat hij vijf jaar geleden zijn koffers pakte voor Hong Kong, om daar te gaan werken als decaan voor de plaatselijke school of design. Gek genoeg zaten Koolhaas en De Bont, toch beide afkomstig uit de Hollandse klei, in Nederland nooit samen aan een tafeltje. De Bont: ‘Koolhaas is Nederland ontgroeid, hij speelt ook op wereldniveau.’

Tycoons
Wat is dat toch, dat het wereldniveau qua design zich tegenwoordig eerder in het oosten afspeelt dan in het creatieve Europa? Mind you: in plaats van in het land van het wereldbefaamde Dutch Design? ‘Er zitten hier veel industriëlen die geld op tafel leggen en dingen mogelijk maken’, verklaart De Bont over Hong Kong. ‘Het zijn tycoons die bijdragen aan de samenleving en echt iets willen neerzetten. In Nederland moet alles in overleg en gaat alles democratisch. Dan blijf je soms jarenlang op en neer leuteren. Hier zitten mensen met geld, visie en doortastendheid die zorgen dat iedereen om hen heen op het hoogste niveau bezig is.’

Pearl River Delta
Ieder jaar vindt in Hong Kong de business of design-week plaats. De Bont: ‘Dan kunnen we echt een blik wereldsterren uit het vak open trekken. In Nederland zou je met een soortgelijk evenement een of twee van zulke mensen naar je toe kunnen halen, hier zijn er dan 25 tot 30 van zulke roemrijke types. Waar dat aan ligt? Hong Kong stelt zich minder bescheiden op. Daarbij: is er geld, hoogwaardige technologie en goedkope manufacturing.' Hong Kong ligt op steenworp afstand van de nieuwe wereldstad Shenzhen, beide steden behoren tot het Silicon Valley-achtige Pearl River Delta-gebied — met 47,7 miljoen inwoners in 2016 de grootste metropoolregio ter wereld. De Bont: 'Volop mogelijkheden voor jonge entrepreneurs met een beetje avontuurzin. Ik heb Eindhoven best hoog zitten, maar Shenzhen is wel van een andere orde.’

Dat wil nog niet zeggen dat Nederland een ingeslapen en betekenisloos land is in de wereld. De Bont is voor zijn huidige baan mooi wel geheadhunt omdat hij op de TU Delft werkte, dat wereldwijd wordt gezien als ‘de Champions League van design’. ‘Ik ben gevraagd om te solliciteren op de baan die ik nu doe en toen ik dat deed ging alles vrij snel.’ De Bont, in Delft decaan op de faculteit van het Industrieel Ontwerpen, wilde vooral een grotere impact maken met zijn werk. ‘Hier in China studeren 2,1 miljoen mensen design. Als ik kan bijdragen aan het beter opleiden van deze mensen kan ik ook een grotere impact hebben op de rol die design heeft op het innovatiever en gelukkiger maken van een land.’

Waarom Delft zo op de kaart staat qua design weet De Bont ook. ‘Onze unique selling point is kritisch denkvermogen en vanuit daar creatief kunnen zijn. Noord-Europeanen zijn goed in staat om echt andere gedachten neer te leggen. Maar wat wij van Chinezen kunnen leren is dat je niet altijd kritisch hoeft te zijn. Je kunt ook wel eens iemand met een goed idee volgen. Nederlanders ontwikkelen met dat kritische denken ook heel snel een negatieve kracht die dingen juist vertraagt. Met iets meer appreciatie voor mensen met goede ideeën zouden er mooiere bloemen kunnen bloeien.’
 

Van Heidelberg naar Tokyo

Alexander Quaas


Zijn kantoor is op de 29e verdieping van de Toranomon hills-toren in Tokyo – een design van OMA, het architectenbureau van, jawel, onze eigen Rem Koolhaas. Deze toren is onderdeel van een omvattend zakendistrict waar nog stevig aan wordt getimmerd en wat het allure van Champs-Élysées moet krijgen, weet Alexander Quaas. Van origine is hij Duitser, tegenwoordig werkt hij in de Japanse hoofdstad als product & price-manager voor Porsche. Dat hij aan die baan is gekomen, heeft hij te danken aan de ruimdenkende manier waarop er in Japan naar cv’s wordt gekeken en waarop mensen worden geworven.

Readymade
‘In Europa kijken ze of je cv specifiek geschikt is voor een bepaalde baan’, weet Alexander. ‘Ze kijken naar wat je hebt gestudeerd, welke richting en welke vakken. Heb je een vak als liberal arts gedaan, dan hoef je niet te solliciteren voor een marketingfunctie. Ze denken langs vastomlijnde kaders. Hier zijn werkgevers meer open minded. Ze willen iemand die hongerig om te leren en flexibel is. Ze zoeken geen readymade. Dat heeft als gevolg dat veel mensen hier in een heel ander soort baan belanden dan waarvoor ze zijn opgeleid.’

Het kwam Alexander goed uit: hij volgde in het Duitse Heidelberg East Asian Studies met een bijzondere interesse in internationale politiek en vertrok ruim zes jaar geleden naar Japan om daar de taal te gaan leren – die leer je tenslotte het best op een plek waar je het meteen in praktijk moet brengen.

Waarom hij voor Japan koos? ‘Het land is een global player met goede connecties naar andere landen. Ik zag daar toekomst.’ Dat Alexander er zes jaar na vertrek uit Europa nog steeds woont en werkt zegt genoeg over die vermeende toekomstperspectieven. ‘Japan is een tijdlang door een boom en een bubbel gegaan, nu is alles een beetje genormaliseerd’, vertelt Alexander. ‘De BMW’s vliegen hier weliswaar niet meer bij bosjes de zaak uit, maar er is nog steeds een behoefte aan highend Duitse wagens; Europese auto’s zijn in Japan erg gewild. De kansen liggen hier zeker voor jonge ambitieuze westerlingen, zeker in Tokyo. In Duitsland zijn bedrijven verspreid over het hele land: Munchen, Frankfurt, Berlijn. Hier is alles gecentreerd in een stad: Tokyo. Ik doe op het moment zaken met 42 autodealers, in mijn vorige baan zelfs met 125 dealers en celebrities ontmoeten is hier heel normaal. Als stagiair stond ik met een van onze auto’s op een fotoshoot met Paul Weller. Een baan en een appartement vinden is hier zo gebeurd. Er wordt gruwelijk veel gebouwd, een behoorlijke woning heb je snel. En als Japanse werkgevers op je LinkedIn zien dat je Japans en Engels spreekt en iets met digital marketing kan, vliegen de e-mails met uitnodigingen letterlijk om je oren.’
 

Van Lyon naar Ho Chi Minh City

Julie Thuy Van


Koken? Doet ze nooit. Eten haalt ze buiten de deur, alles is goedkoop in Vietnam. Haar favoriete restaurant is Secret Garden, daar eet ze een paar keer per week canh chua met thit kho: Vietnamese soep met gekaramelliseerd varkensvlees. Daarna neemt ze een voetmassage bij salon Quynh Nhu om de hoek. Alles lopend, want werk, restaurants, bars, masseurs en haar appartement bevinden zich op kruipafstand van elkaar. Haar leven in Londen, haar vorige woonplaats, was wel anders: daar was Julie tig keer zoveel geld kwijt voor hetzelfde comfort en was ze de godganse dag onderweg in overvolle metro’s. ‘Alle goede dingen die het leven biedt zijn hier in Vietnam toegankelijk,’ zegt de in Frankrijk geboren Julie Thuy Van (29). Sinds twee jaar leeft ze een luxe leven in Ho Chi Minh City, de tweede stad van Vietnam. Af en toe vliegt ze voor een weekendje naar Bangkok. Welkom in de Aziatische droom.

Just give it a try
Julie vond vrij snel werk als accountant bij een digitaal marketingbureau in het centrum van Ho Chi Minh City. Momenteel werkt ze aan een campagne voor het Amerikaanse automerk Chevrolet. ‘In Europa had ik nooit zo’n baan als deze gekregen, maar hier ben ik erg welkom’, vertelt ze. ‘Veel Vietnamese bedrijven hebben een gebrek aan talent. Zij zijn op zoek naar de goede communicatie- en business skills van Europeanen. Hier kan ik veel sneller doorstromen naar hogere posities.’

Dat is in Europa wel anders, vertelt Julie. ‘Daar miste ik vooral de ruimdenkendheid bij werkgevers. In Frankrijk heb je eerst veel ervaring en diploma’s nodig voordat een werkgever je aanneemt. Je bent constant bezig jezelf te bewijzen. De strikte hiërarchie viel mij tegen; ik miste ruimte voor flexibiliteit.’ Die dynamiek is er in Vietnam volop: ‘Hier kijken ze minder naar je achtergrond en ervaring, maar juist naar je potentieel. Hier is de mentaliteit: just give it a try.’

Việt Kiều
Julie spreekt Engels met een Frans accent, maar haar uiterlijk is niet te onderscheiden van dat van haar Vietnamese collega’s. Haar ouders vluchtten na de Vietnamoorlog in de jaren zeventig naar Frankrijk. Julie groeide op in Lyon. Na een studie Statistics en Marketing vertrok zij met haar vriend naar Londen om Engels te leren.

Maar eigenlijk kriebelde het al langer om eens ergens anders te leven. Om een nieuwe cultuur te ontdekken, ver weg van de Europese gewoontes. Een plek waarover Julie zoveel verhalen had gehoord, maar die zij nog nooit echt had gezien: Vietnam, het land van haar voorouders. Ze was er in 2012 met haar vriend kort op vakantie geweest, maar wist er verder weinig van.

In 2012 sprong Julie in het diepe. Samen met haar vriend verruilde ze de peperdure Londense statigheid voor de chaos van Ho Chi Minh City. Daarmee werd ze een echte việt kiều, een term die staat voor Vietnamezen die na de oorlog met Amerika naar de Verenigde Staten verhuisden, maar na een tijdje weer terugkeerden naar hun thuisland. De term wordt nu ook gebruikt voor jonge westerlingen met Vietnamese roots die migreren naar het land van hun ouders.

De eerste maanden waren lastig, blikt Julie terug. ‘Ik miste mijn familie in Frankrijk, had weinig vrienden en vond mijn werk niet leuk. Bovendien sprak ik de taal niet goed.’ Ze moest erg wennen aan de Vietnamese cultuur: ‘Ik ergerde me aan de enorme verkeersdrukte op straat en de chaos.’

Of ze voor de rest van haar leven in Vietnam blijft, weet ze nog niet. ‘Misschien ga ik ooit weer terug, want ik mis mijn familie. Als ik een gezin ga stichten, doe ik dat ook liever in Europa. Maar voorlopig zit ik hier nog wel goed.’
 

Van Amsterdam naar Shanghai

Rio Goh


Iedere werkdag belt de oppas aan bij Rio Goh in Shanghai, zij zorgt voor zijn dochtertje van zes maanden. ‘Een tijd terug vroeg ze of ze misschien bij ons kon douchen. Ik heb haar verzoek op vriendelijke wijze afgewezen.’ Niet omdat het niet kan, vertelt Rio, maar omdat deze vraag in China niet enkel over het gebruik van de douche gaat. ‘Geef ze een vinger en in Azië nemen ze gelijk je hele hand. Als ik was ingestemd had ze de volgende dag gevraagd of ze kon blijven slapen. Want het bed was toch leeg?’

Cultuurschok
‘Dit is misschien moeilijk te begrijpen in Nederland, en daar had ik gewoon ingestemd met het voorstel. Maar in China werkt het niet zo.’ Daar zijn de ongeschreven regels anders dan in Nederland. En daar moest Rio, ondanks zijn Chinees-Maleisische roots, aan wennen. ‘Je kan wel zeggen dat het een cultuurschock was toen ik net aankwam.’

Hij waagde de stap in 2005, het jaar van de haan in de Chinese astrologie. Na zijn Master of Business Adminstration aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij afstudeerde met een scriptie over cultuurverschillen tussen Nederland en Azië, vertrok hij naar Shanghai. Een stad met ruim 23 miljoen inwoners, waar het bruist van het ondernemerschap. ‘Het is hier nooit stil, er zijn volop kansen om echt een carrière op te bouwen en dat wordt enorm gestimuleerd. Niet alleen voor grote ketens, maar ook voor kleine ondernemers. Ik zag laatst nog een nieuwe fietsenmaker en smoothieshop in de buurt.’

Te direct
Zijn eerste job was voor het Nederlandse bedrijf Randstad. ‘Zij waren net een kantoor in Azië aan het opzetten. En ik had het voordeel zowel Nederlandse als Chinese roots te hebben.’ Hij kon aan de slag, maar het ging hem niet gemakkelijk af. ‘Ik was veel te direct en wachtte vaak niet op mijn beurt tijdens een overleg. In China moet je soms gewoon accepteren dat je het ergens niet mee eens bent’, weet hij nu. En dan waren er nog de praktische problemen: ‘Ik zag eruit als een Chinees, maar sprak en las de taal niet goed. Dat zorgde voor verwarring. Mijn collega’s lachten mij nog net niet uit.’

Inmiddels is hij de taal en cultuur machtig. ‘Dit interview in net Nederlands kost mij meer moeite dan converseren in het Mandarijn.’ Als directeur van Morgan McKinley, een Iers bedrijf dat, net als vele anderen, de toekomst zoekt in het verre Oosten, is hij tevreden. Hij voelt zich thuis, maar blijft zich verbazen. ‘Mensen hebben hier altijd zo’n haast, in het verkeer, dringen voor bij de metro en de lift.’ Sommige dingen zal hij zich nooit eigen maken. ‘Autorijden bijvoorbeeld. In China rijdt iedereen heel efficiënt. Niet per se heel hard, maar ook niet volgens regels. Ik heb de raarste manouvres gezien. Geef mij maar een Uber of een taxi als ik ergens heen moet.’

2017 is opnieuw het jaar van de haan. Net als twaalf jaar geleden, toen Rio naar Shanghai vertrok. ‘De cyclus is rond, maar ik blijf voorlopig nog even. Die Chinese bubbel gaat nog lang niet barsten.’
 

Van Breda naar Siem Reap

Kwok-Leung Tsang


Haringhappen en bitterballen eten met hoge piefen op een Nederlands event. Het is begin 2014, we zijn in het bruisende Singapore: land van hoge gebouwen, snelle zaken en money making. De dagen bestaan voornamelijk uit opstaan, werken, sporten, eten, en afspreken met vrienden.

Huisje-boompje-beestje-scenario
Nog maar een paar maanden terug vertrok Kwok uit Nederland naar het verre oosten om carrière te maken en zijn roots te herontdekken. Breda, de stad waar hij zijn hele leven heeft gewoond, is tevens de plek waar zijn ouders vanuit Hongkong en Maleisië heen kwamen en ooit ‘zo’n typisch Chinees restaurant’ begonnen, want dat was in die tijd booming business. Omgekeerd ligt voor Kwok juist het geluk in het opkomende Azië: ‘In Nederland word je snel in een verwachtingspatroon getrokken; van studeren naar werken en dan een huisje-boompje-beestje-scenario. Ik had het idee dat ik daar niet echt gelukkig van zou worden.’

Begin 2014 komt het er eindelijk van. Hij mag voor zijn Nederlandse werkgever aan de slag in Singapore. ‘Ik werd ondergedompeld in het Aziatische zakenleven. Ik was continu aan het netwerken en verdiende goed geld. Maar rond november 2015 wilde ik weg. Ik was het snelle en zakelijke leven een beetje beu. De zucht naar geld was te heftig aanwezig in Singapore en ik natuurlijk deed ik daar zelf ook aan mee. Maar het maakte mij niet gelukkig. De laatste maanden zijn mijn toenmalige vriendin en ik gaan sparen. Ik wilde een bedrijfje oprichten dat social culturele sportreizen organiseert in een land dat minder commercieel georiënteerd is. Ik kwam een vriend tegen die gelijksoortige plannen had en samen zijn we als partners naar Siem Reap in Cambodja vertrokken.

Open voor vernieuwing
Cambodja kent een zware geschiedenis van veel geweld en politieke instabiliteit. Tussen 1975 en 1978 vermoordden leiders van de Rode Khmer ongeveer 25 procent van de Cambodjaanse bevolking en pas sinds 2003 is de situatie weer enigszins stabiel. Nu is er sprake van een opkomende markt en zijn er mogelijkheden genoeg. Kwok ziet het overal: ‘Er wordt veel geïnvesteerd. De hoofdstad, Phnom Penh, trekt steeds meer internationale bedrijven en gebouwen worden supersnel uit de grond gestampt. Het ontbreekt hier namelijk aan creatieve ideeën, dus als je die hebt kun je veel doen. De bevolking leeft van dag tot dag en is voornamelijk bezig met het opbouwen van een levensstandaard. Dit heeft ook wel met de geschiedenis van het land te maken. Ik las ergens dat 70 procent van het land jonger dan dertig jaar is. Die jonge generatie staat wel open voor vernieuwing. Zo proberen veel van hen zelfstandig een bedrijf op te richten. Ineens kijken ze naar wat er bij de buren [Vietnam en Thailand] goed in de markt valt en dan gaan ze dat ook maken.’

Niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook vanuit de creatieve wereld zijn die veranderingen zichtbaar. ‘Blijkbaar was muziek in Cambodja vroeger erg groot en werd er een soort vrolijke rock ’n roll gemaakt. Na de Rode Khmer is dat helemaal weggevallen. Je hoorde alleen maar van heel zielige muziek. Nu zie je jongeren hiphop maken of modern gaan dansen. Dat is het fijne aan Azië: wil je iets nieuws beginnen, dan kun je dat gewoon doen, zonder een heel bureaucratisch proces of terwijl je er nog veertig uur in de week naast moet werken.’

Hoewel Kwok het in Cambodja prima naar zijn zin heeft, wil hij er niet oud worden. ‘Ik ben nog niet klaar om te settelen. Ik zou bijvoorbeeld nog in Japan willen wonen. Maar in Azië blijf ik sowieso nog wel. Nederland is zo saai en koud.’