Waarom natuur eigenlijk over cultuur gaat

, Yoran Staas

Het Antropoceen vraagt om een nieuwe kijk op onze relatie met de natuur. En dat kan, want onze natuuropvatting staat nooit vast - zo laat het verleden zien.

Of het nu wel of niet mogelijk is om een nieuw geologisch tijdperk uit te roepen waar we middenin zitten, het staat vast dat de mens steeds meer haar stempel op de aarde drukt: wij verleggen rivieren, ontbossen regenwouden, vullen de atmosfeer met koolstofdioxide en dumpen de oceanen vol met plastic. De sporen van de mens zijn overal, met alle ongewenste gevolgen van dien.

Het Antropoceen heeft een dubbele boodschap: het is een erkenning van onze uitzonderlijke kracht, maar laat ook zien hoe wij alles kapotmaken. Daarom vraagt het uitroepen van het tijdperk van de mens om een nieuw bewustzijn over onze relatie met de natuur.

De geschiedenis laat zien dat de opvattingen over natuur vaak zijn veranderd. Op welke momenten in het verleden zijn deze denkbeelden gekanteld?

Still uit de aflevering 'Tijdperk van de mens' - Russische industrie

Overwinnen of aanpassen

Als we uitzoomen, zien we dat de wisseling van verschillende natuurbegrippen telkens weer uitkomt op deze vraag: is er harmonie tussen mens en natuur? Moet de mens haar overwinnen of zich er naar voegen?

Deze twee verschillende denkwijzen lopen als een rode draad door de geschiedenis:

1. Harmonie tussen mens en natuur

In dit beeld staat de wederzijdse afhankelijk van mens en natuur centraal. Beide zijn verbonden in één kosmisch web. Dit zien we in het gedicht Adonais van de Engelse dichter Percy Shelley (1792-1822), een treurzang over de dood van zijn vriend John Keats:

‘That sustaining love

Which through the web of being blindly wove

By man and beast and earth and air and sea

Burns bright or dim, as each are mirrors of

The fire for which all thirst; now beams on me,

Consuming the last clouds of cold mortality'

In dit fragment komt een beeld van de natuur als één geheel naar voren. Of er nu wel of geen god is, alle levende (en dode) objecten hebben hun eigen plek in de wereld.

2. Mens tegenover natuur

Daar tegenover staat het beeld dat de mens buiten de natuur plaatst – haar zelfs erboven verheft. De natuur wordt gezien als kapitaalgoed of consumptiegoed. Zij is een bron van grondstoffen, klaar om uit de grond gehaald te worden.

Een voorraad vol hulpbronnen

Deze twee denkbeelden zijn zo oud als de mens zelf. Vanaf de zestiende eeuw, vlak na de ontdekking van Amerika door Columbus, wordt het idee dat de mens de natuur moet beheersen dominant, betoogt filosoof Bart Voorsluis in De Zwijgende Natuur (2002):

1. De Nieuwe Wereld: de natuur verkennen en ontdekken

 

De ontdekking van Amerika in 1492 bood kansen voor uitbreiding van de landbouw in de gekoloniseerde overzeese gebieden.  Op een steeds grotere schaal werd ongerepte natuur omgezet in winstgevende landbouwgrond.  Er leek geen einde aan te komen: het idee van eeuwige economische groei nestelde zich in de eeuwen hierna in de Europese cultuur. 

2. De Verlichting: de natuur meten en beheersen

 

De Verlichting bracht in de achttiende eeuw een belangrijke verandering in onze kijk op de natuur. Vanaf de  opkomst van de wetenschap werden natuur en cultuur meer los van elkaar gezien. Denkers  als Francis Bacon (1561-1626) en René Descartes (1596-1650) probeerden met objectieve methodes en empirische experimenten de natuur te begrijpen en beheersen. De plek van de mens daarin is duidelijk: zij staat aan het einde van de keten der schepping en dus boven de natuur. 

3. De Industriële Revolutie: de natuur exploiteren

 

De Industriële Revolutie is de belangrijkste breuk in de menselijke geschiedenis sinds de ontdekking van de landbouw tienduizend jaar geleden plaatsvond. De moderne beschaving met ongekende economische groei was nooit mogelijk geweest zonder een grootschalige exploitatie van de natuur. Of het nu gaat om de steenkolenmijnen in Wales of de textielplantages in India, overal werden ruwe materialen steeds efficiënter en grootschaliger uit de grond gehaald. Waar Bacon en Descartes de natuur wilden begrijpen, zagen de Amerikaanse oliekapitalist Rockefeller (1839-1937) en staalbaron Carnegie (1835-1919) in haar vooral een bron van winst. 

Ruim drie eeuwen nadat Columbus Amerika ontdekte, waren de sporen van al deze activiteit bijna overal ter wereld zichtbaar. In de Europese steden, waar de smog van fabrieken een dagelijkse realiteit was geworden. Op het platteland, waar de bossen grotendeels waren weggekapt en de nieuwe spoorwegen oude dorpen doorkruisten. En in de koloniale gebieden, waar een inheemse bevolking op de plantages werkte. Niet voor niets kwam in deze periode dan ook een tegenreactie op gang, die de eenheid tussen mens en natuur weer wilde herstellen.

tegenreactie: romantisch verlangen naar de natuur

Die eenheid tussen mens en natuur loopt als een rode draad door het werk van de ontdekkingsreiziger en wetenschapper Alexander von Humboldt (1769-1859). In de Tegenlicht-aflevering 'Het Tijdperk van de Mens' vertelt Andrea Wulf, die een biografie over Humboldt en de latere invloed van zijn werk schreef, hoe hij vanuit een honger naar avontuur de hele wereld over reisde. Tijdens zijn expedities – hij beklom de hoogste vulkanen en bezocht de meest afgelegen gebieden – onderzocht hij hoe het landschap zich op verschillende continenten heeft gevormd. Maar misschien nog wel belangrijker: hij ontdekte dat de natuur wel degelijk wordt beïnvloed door menselijk ingrijpen, zoals het geval is met klimaatverandering. Daarmee liep hij ver voor op het denken van zijn tijdgenoten en stond hij aan de wieg van de Romantiek, die eind achttiende eeuw ontstond.

De kunstenaars en intellectuelen van de Romantiek zochten naar een andere verhouding met de natuur. Vanuit een gevoel van vervreemding en verlies zetten zij zich af tegen het dualistische wereldbeeld van de mens versus de natuur. In hun werken herwaardeerden zij de natuur. Zo beschrijft Henry David Thoreau (1817-1862) in zijn boek Walden (1854) een diepe, haast spirituele waardering voor de natuur. Later zou hij een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van de eerste National Parks in de Verenigde Staten. Een brede milieubeweging ontstond pas honderd jaar later, in de jaren zestig van de twintigste eeuw.

moderne milieubeweging

Nadat West-Europa zich had hersteld van de Tweede Wereldoorlog, ontstond een periode van economische groei. Helaas ging dit gepaard met toenemende vervuiling van het milieu. In 1962 zette Rachel Carson met haar boek Silent Spring, over de invloed van landbouwgif, de milieuproblemen op de publieke agenda. Tien jaar later sloeg het rapport Grenen aan de Groei (1972) van de Club van Rome, een groep wetenschappers die zich zorgen maakte over de toekomst van de wereld, als een bom in. Als de groei van bevolking en economie op dezelfde voet zouden doorgaan (het business-as-usual-scenario), zou de grondstoffenvoorraad van de aarde snel opraken – met een ineenstorting van de beschaving als gevolg.  

Waar de radicale milieubeweging van de jaren zestig het idee van eindeloze economische groei verwierp, kwamen economie en natuur twintig jaar later weer samen. Het Brundlandt Rapport Our Common Future (1987) riep voor op tot duurzame ontwikkeling, dat zij definieerde als ‘een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.’ De focus lag voortaan niet meer op ‘schaarste’ en ‘catastrofe’, maar op ‘groei en ontwikkeling.’ Natuur en economie konden prima samengaan, zo werd de dominante gedachte.

kantelpunt

In deze golven van milieubewustzijn  zien we dezelfde vraag terugkomen die centraal staat in alle oude natuuropvattingen: leven we wel of niet in harmonie met de natuur?

Een natuuropvatting staat nooit los van de cultuur waarin zij tot stand komt. In de geschiedenis zijn een aantal kantelpunten te zien, waarop bestaande denkbeelden veranderden. De discussie rondom het uitroepen van het Antropoceen laat zien dat we nu weer op zo’n kantelpunt zijn beland.

Gaan we straks de kant op van de president Trump die de fossiele economie blijft stimuleren? Of laten initiatieven als de Klimaatzaak van actiegroep Urgenda zien dat er hoop aan de horizon gloort?

Over deze vragen gaat de aflevering 'Tijdperk van de mens'.