De democratie van Ivan Krastev

, Josia Brüggen

In de uitzending 'Slag aan de Donau' komt de politicoloog Ivan Krastev aan het woord. Wie is hij?

Ivan Krastev (1965) is een Bulgaarse politicoloog. Hij is voorzitter van het Centrum van Liberale Strategieën in Sofia en bovendien lid van het Instituut van Geesteswetenschappen in Wenen (IWM). Hij is bekend als opinieschrijver voor The Guardian en The New York Times, schreef verschillende boeken, waaronder After Europe (2017) en Democracy Distrusted (2014), maar brak door tot het grote publiek in 2012. In een TED-Talk uitte hij zijn zorgen over het gebrek aan vertrouwen in de huidige democratie onder Europese burgers. Want terwijl steeds meer mensen de democratie als ultieme staatsvorm beschouwen, maken steeds minder burgers gebruik van hun stemrecht. Ze hebben hun vertrouwen in de politici verloren; de kloof tussen burger en politiek voelde nooit zo groot.
In zijn talk, en later in het boek In Mistrust We Trust (2013), noemt Krastev vijf revoluties die ons democratisch bewustzijn ingrijpend hebben veranderd in de afgelopen jaren. En daarmee de scepsis jegens de politiek veroorzaakten.

 

Vijf revoluties hebben volgens Krastev ons huidige democratisch bewustzijn bepaald.

Allereerst  de sociale revolutie in 1968 en de jaren ‘70. Het individu kwam centraal te staan in de politiek en non-conformisme was de nieuwe norm. Maar tegelijkertijd zorgde die individualisering dat burgers hun gemeenschap uit het oog verloren. We identificeren ons niet langer met een natie, een dorp of familie, ondanks ons verlangen naar duidelijke groepsidentiteit. Die tegenstelling vormt een belangrijke bodem voor anti-immigratiepartijen.

Dan de marktrevolutie in de jaren ‘80: een enorme toename in rijkdom, maar ook in ongelijkheid. Een nieuwe, rijke elite stond op, los van politiek en staatsgrenzen en daardoor minder gevoelig voor de grillen van het volk. Tegelijkertijd heeft de markt enorme invloed op de politieke wind in Europa. Volgens Krastev menen kiezers dat ze hun politiek bestuur wel kunnen veranderen, maar dat het echte beleid naar de wensen van de markt waait.

Krastev noemt de val van de Berlijnse muur in 1989 als derde cruciale moment. Het liberalisme won en was nu onomstotelijk de beste staatsvorm. Dat niemand er meer aan twijfelde, is volgens de politicoloog een achilleshiel gebleken. Van zelfkritiek is sindsdien geen sprake meer.

De internetrevolutie betekende nieuwe mogelijkheden tot mobilisatie en participatie, maar zorgt ook voor fragmentisering van het politieke landschap. Het is makkelijker geworden om je te verschansen in een groep gelijkgestemden, het contact met andersdenkenden neemt af.

Tenslotte speelt de snelle ontwikkeling van neurowetenschappen een rol. Sinds kort kunnen we menselijk keuzegedrag verklaren, maar diezelfde wetenschappelijke inzichten bieden gehaaide politici de kans de psychologie achter ons stemgedrag te ontrafelen. Zij leerden dat we sterker reageren op emoties dan op ideeën: wie onze emoties kan bespelen, zal dat terugzien in de uitslag.

In een interview met de Volkskrant waarschuwde Krastev in 2013 voor wat hij zag als het grootste gevaar: de onophoudelijke roep om transparantie. Technologie en openbare data stellen de burger in staat besluitvorming te controleren, maar volgens de politicoloog verlamt die ontwikkeling het politieke debat. Wanneer het waarborgen van transparantie op de eerste plaats komt, daarmee implicerend dat de samenleving op wantrouwen is gebaseerd, zullen politici voorzichtiger worden in hun formulering en conflicten eerder mijden.

Bovendien kan een stortvloed aan informatie ook leiden tot een groeiende onwetendheid. Meer data en controle leiden niet tot betere debatten, maar tot schijndiscussies waarin niemand meer het achterste van zijn tong laat zien ‘met geheime briefjes onder de tafel’. Of zoals Krastev in zijn TED-talk zegt: “In een klein land dat mijn land kon zijn, maar ook jullie land, namen ze een besluit - dit keer echt gebeurd - dat alle regeringsbeslissingen, discussies in de ministerraad, op het Internet moesten worden gepubliceerd binnen de 24 uur nadat de discussies hadden plaatsgevonden. Het publiek was er erg voor. Ik kreeg de kans om de eerste minister te vragen waarom hij dit besluit had genomen. Hij zei: "Dit is de beste manier om mijn ministers het zwijgen op te leggen."