Nederland en China – handelspartners van weleer

, Marnix Koolhaas

Een wereld zonder 'Made in China'-producten is tegenwoordig ondenkbaar. Maar wat is de geschiedenis van de handel tussen ons land en een van de grootste exportnaties ter wereld?

Al eeuwenlang is China één van de grootste winkels van sinkels waar vrijwel alles te koop is. Wat dat betreft valt “Alibaba – Global Products” in een vanzelfsprekende traditie. Ook Nederland – of voorheen de Verenigde Republiek der Nederlanden met zijn sterk op Azië gerichte VOC- was van oudsher al tuk op al die mooie spulletjes die in China te verkrijgen waren. Vandaar dat het beleid van de in 1602 opgerichte Vereenigde Oostindische Compagnie – alom erkend als de eerste multinational ter wereld – van het begin af aan gericht was op het inrichten van eigen handelsposten.  Waar de winstgevende producten konden worden gekocht, geruild of opgeslagen, om ze daarna met grote VOC-schepen naar Europa te brengen of elders in Azië met winst weer door te verkopen.

Hoewel we de VOC nu vooral associëren met de handel in specerijen en andere luxe goederen binnen het huidige Indonesië, werden van begin af aan de ogen ook en vooral gericht op het magische China. Dát was immers verreweg het grootste en meest vermogende rijk van de regio. Vooral de zijdehandel, die eeuwenlang opbloeide tussen Japan en China, leek uiterst lucratief om in te participeren. Daarvoor moest Japan natuurlijk wel effectief beconcurreerd worden.

Om toegang tot China te krijgen leek het de heren van de VOC aanvankelijk het meest effectief om de door Portugal gebouwde handelsenclave Macao met geweld over te nemen. Dat mislukte echter keer op keer, zelfs toen Jan Pietersz. Coen in 1622 een grote oorlogsvloot op de vesting afstuurde. Ook een poging om zelf een fort op één van de Pescadores-eilanden (Penghu in het Chinees – en tegenwoordig weer actueel omdat ze zowel door China als Taiwan geclaimd worden) te bouwen mislukte. Met de brokstukken van dit verwoeste fort werd op Formosa, het huidige Taiwan, in 1627 Fort Zeelandia gebouwd. Vanaf dat moment kwamen Chinese kooplieden van het vaste land naar Fort Zeelandia met zijde, porselein, goud en gember naar het eiland. De goederen werden geruild voor Indische specerijen, katoen, tin, ivoor en hertenvellen die van Formosa zelf kwamen. Aan deze zeer lucratieve handel kwam in 1662 een abrupt einde door een opstand onder leiding van de Chinese veldheer Koxinga, die het fort na een belegering van negen maanden innam.

Fort Zeelandia op Taiwan (uit “Atlas Maior” van Joan Blaeu (1665))

In 1639 had de VOC al een uniek handelsmonopolie met Japan verworven, via het beroemd geworden eilandje Deshima in de baai van Nagasaki. Een dergelijk monopolie werd ook met China nagestreefd, maar ondanks diverse hofreizen naar het keizerlijk paleis in Peking nooit verkregen. Ook een handelspost op de vaste wal, zoals de Portugezen hadden in Macao en de Britten later in Hong Kong, kwam er niet.

Desondanks bloeide de handel met China dankzij Chinese schepen die met hun handelswaar naar Batavia voeren. Nederlanders waren destijds gek op exotische rariteiten, waardoor beeldjes, porseleinen vazen (zelfs met VOC-schepen erop – “made to order”) en zijden stoffen via Batavia voor hoge prijzen in de interieurs van de welgestelde kooplieden in Amsterdam terecht kwamen. Ook van Rembrandt is bekend dat hij een verwoed verzamelaar was van Chinees porselein en ook Chinese vazen en beeldjes afbeeldde op zijn doeken. Men bewonderde de eeuwenoude, hoogstaande cultuur en wilde graag pronken met Chinese waren en kunstobjecten. Ook was er interesse in de Chinese filosofie. In 1675 vertaalde Pieter van Hoorn, die een handelsmissie naar Peking had geleid, een boek getiteld Enige opvattingen over de ware deugd, getrokken uit de Chinese Confucius. Dit werk was een van de eerste Europese vertalingen van oosterse wijsheid. Vanaf 1728 kreeg de VOC toestemming om zelf thee in te kopen in de havenstad Kanton (nu Guangzhou), waar een eigen handelspost mocht worden ingericht.

Het VOC-schip Vryburg op een een in China gemaakt porseleinen bord (1756)

In 1800 verkregen ook de Britten een officiële handelspost in Kanton. In ruil voor thee brachten zij grote hoeveelheden opium uit Brits-Indië naar China. De VOC verdiende ondertussen eveneens (omgerekend naar huidige bedragen) vele miljarden aan de opiumhandel naar Indië. Toen zo ongeveer half China verslaafd was en de handelsbalans steeds negatiever werd, verboden de Chinezen de verderfelijke opiumhandel. Het leidde tot wat de Eerste Engels-Chinese Opiumoorlog zou gaan heten, een keiharde drugsoorlog tussen de Britten en het Keizerrijk tussen 1839 en 1842. De kleinere maar veel beter uitgeruste Britse oorlogsvloot wist de Chinezen ten slotte te verslaan. Deze overwinning wordt beschouwd als het begin van de Europese superioriteit over China. De Britten verkregen Hong Kong en dwongen ook vrijhandel af in andere Chinese havensteden. De Chinezen probeerden in een Tweede Opiumoorlog (1858-1860) nog wat tegen te sputteren, maar ook dat mislukte, waarna Europa en Amerika de handelsverdragen met China dicteerden. Ook opium bleef daarbij een winstgevend product. Tot op de dag van vandaag kun je in China sporen vinden van de voormalige Opiumhuizen, zoals het geheel gerestaureerde Bund in Shanghai.

Chinese opium-gebruikers (Thomas Allom, China Illustrated 1858)

Ook voor de Chinezen zelf zijn de opiumoorlogen nog altijd een belangrijk historisch ankerpunt waaraan in het onderwijs en in de propaganda veel aandacht wordt besteed. Volgens de hedendaagse Chinese visie begon met de verloren opiumoorlogen de “eeuw van vernedering.” De strijd tegen de vernedering werd een speerpunt voor de nieuwe Volksrepubliek China, die in 1949 ontstond na een burgeroorlog tussen de nationalistische Kwomintang en de communistische strijders onder leiding van Mau Zedong. De Kwomintang werd verdreven naar Taiwan (het voormalige Formosa) en de communisten vestigden op het vasteland de Volksrepubliek China.

Pas na de dood van Mau Zedong in 1976 stelde het land zich weer open voor handelsrelaties met Westerse –lees niet-communistische- landen. In China werden privé-bedrijven weer toegestaan waardoor ook de handel met Westerse landen weer snel begon te groeien. In feite werd China een kapitalistisch land geleid door een communistisch regime. De nieuwe koers leverde een enorme stijging op van de welvaart. Mede door de eenkindpolitiek, waardoor de bevolking niet explosief groeide, steeg het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking tussen 1978 en 2013 met een factor 100.

Binnen enkele decennia ontwikkelde China zich daarmee tot een van de grootste exportnaties ter wereld. Nederland speelt daarin als vanouds een vooraanstaande rol "Nederland is voor China de toegangspoort tot Europa," zo verklaarde Xi Jinping, de in 2013 nieuw gekozen secretaris-generaal van de Communistische bij zijn eerste bezoek aan Nederland in maart 2014, tevens zijn eerste bezoek aan een Europees land. Die uitspraak was geen vleierij. Chinese bedrijven proberen vaak voet aan de grond te krijgen in Nederland. In de manier waarop ze opereren lijken ze daarbij op de VOC-handelaren van zo’n vier eeuwen geleden. Je probeert je kans te grijpen, en als dat lukt breid je je handel uit. Want als het om handel gaat lijken Chinezen en Nederlanders misschien nog wel het meeste op elkaar.

advertentie