steun vpro

Radio à la Carte

Eva Maria Staal: Germaine sans gêne

Radio à la Carte

Eva Maria Staal: Germaine sans gêne

Eva Maria Staal is schrijfster en voormalig wapenhandelaar. Ze kan zich uit haar kindertijd niet herinneren dat de radio ooit uit stond. En nu nog steeds niet eigenlijk. Zowel thuis als on the road, ze luistert altijd. Ook schreef ze laatst haar eerste hoorspel.

Germaine sans gêne - door Eva Maria Staal

Ineens begonnen mijn broers ’s avonds te stappen. Altijd hadden we alles samen gedaan: voetballen, kaarten, het alfabet boeren. Nu gingen ze plotseling zonder mij uit. In mijn moeders autootje scheurden ze de stadsnacht in. Ik kroop betraand onder de dekens met mijn transistorradiootje. Op zoek naar troostmuziek, stuitte ik op een programma dat ik nooit eerder had gehoord. Ene “Germaine” werd steeds opgebeld door luisteraars met een probleem. Germaine luisterde en stelde dan vragen. Aan het eind van het gesprek leken de bellers opgelucht en bedankten Germaine. Ik begreep niet wat er werd besproken, maar had wel een vermoeden. Preuts waren mijn ouders niet, maar ze praatten nooit uit zichzelf over seks.
De vragen moesten dus van mij komen. Maar ja, jargon is alles: wat als je de woorden om de vragen mee te formuleren niet kent? Vanaf die avond voorzagen Germaine en haar bellers in die behoefte. Ik begon het programma wekelijks te beluisteren.
“Met Germaine, zegt u het maar.”
“ Ja, eh, mijn man wil dat ik zijn penis in mijn mond neem…maar ik vind het vind het griezelig als hij klaarkomt…ik weet niet wat ik met dat spul aan moet...moet je het uitspugen of…of, wat moet je d’r eigenlijk mee…?
“Tja. Ik heb zelf het idee, dat als je het niet lekker vindt, dan moet je het niet forceren. Waarom laat je hem niet uit je mond gaan als het komt?”

Ik pakte de dikke Van Dale erbij en zocht de woorden op. Vervolgens stak ik mijn woordenlijstje bij me, keek er af en toe naar, en wachtte tot mijn moeder op een middag andijvie stond te wassen. Probeerseltje; haar belangstellend vragen wat ze met het “spul” van mijn vader deed als hij was “klaargekomen”. Tamelijk clueless, hoopte ik van háár te horen waar het hier nu eigenlijk om ging, en wat daar leuk aan was, en voor wie.

Ik praatte tegen haar rug. Had ze me wel verstaan?

Sprakeloos draaide mijn moeder zich om. Toen bond ze haar schort af en gingen we HEMA-taart eten, in de stad, waarna ze me bijpraatte. Er ging een wereld voor me open! In principe.
Al werd de gedachte aan mijn ouders, together, you know, doin’ it, er een die zich vanaf die dag nog maar moeilijk liet verdringen. De laatste jaren bleef ’ie gelukkig weg.

Inmiddels is mijn moeder 90. Mijn vader is al vier jaar dood. Gisteren zeemde ze een foto van hem af en mijmerde: “Al die avonden waarop jij met je kladblok naar Germaine Groenier luisterde… Je had alleen maar om de hoek van onze slaapkamerdeur hoeven gluren.”