Willem Breuker en Maarten Bon

Willem Breuker en Maarten Bon

Het Weeshuis van het Holland Festival, aflevering 3.

'Het moet mij even van het hart, dat ik je wel een enorme lul vind, dat je onze kut-subcultuur-shit-muziek dit jaar weer niet geprogrammeerd hebt op je overjarige freak festival', aldus Willem Breuker in een brief aan de toenmalig directeur van het Holland Festival. Toch werd Breuker wel degelijk vaak geprogrammeerd op het HF - op 22 juni 1981 in Carré bijvoorbeeld voerde hij samen met Maarten Bon en Reinbert de Leeuw zijn Aah Jonge Eéj uit. Wij halen het stuk onder het stof vandaan en laten het opnieuw spelen, in Het Weeshuis van het Holland Festival. Samen met Boréal II voor twee piano’s van componist en pianist Maarten Bon. En aan het slot weer, als altijd, Breukers Reisefieber, in een mashup ditmaal...

Willem Breuker (1944-2010) – Aah Jonge Eéj (1981)

door Jan Nieuwenhuis

Willem Breuker heeft een wonderlijke relatie met het Holland Festival. Aan directeur Jo Elsendoorn schreef hij bijvoorbeeld op 14 mei 1975: “Hé Jo, ouwe neukert. Aangezien ik alweer tien keer gestruikeld ben over die blauwe folders van je, het volgende. Het moet mij even van het hart, dat ik je wel een enorme lul vind, dat je onze kut-subcultuur-shit-muziek dit jaar weer niet geprogrammeerd hebt op je overjarige freak festival. Groeten aan de grijze duif, De Witte. Getekend, je vriend, Willem Breuker.” Peter van Ingen liet Breuker de brief voorlezen als opening van zijn Zomergastenuitzending.

lees verder, klik op 'open'

Maarten Bon (1933-2003) – Boréal II (1980/81, herzien 1987)

door Jan Nieuwenhuis

Boréal II is de titel van een stuk voor twee piano’s van componist en pianist Maarten Bon. II, want er is een eerdere versie voor viool en slagwerkensemble. Violist Jan Hulst vroeg Bon in 1980 om een stuk voor viool en twee slagwerkers, zodat de examenkandidaten ook met andere begeleiding dan enkel de piano leerden spelen. De grootte van de examenruimtes legde een beperking op het aantal slagwerkinstrumenten. Hiertoe was Bon echter incapabel. De vioolpartij werd veel te moeilijk voor een examinandus en de twee slagwerkers werden er zestien met pak hem beet veertig instrumenten.

lees verder, klik op 'open'

Desondanks speelde hij er vaak. Op 22 juni 1981 in Carré bijvoorbeeld. Daar voerde hij samen met Maarten Bon en Reinbert de Leeuw het stuk met de prachttitel Aah Jonge Eéj uit. Dat begint als een virtuozenstukje voor twee piano’s die een paar minuten pompen of verzuipen, tot er plots een stilte valt en Breuker hoog inzet. Zo’n typische Breukerlijn: fanfareklank, net raar. Virtuoos, nooit pretentieus. Klare taal. Op het eerste gehoor lijkt het een rechttoe rechtaan stuk muziek dat lekker doordendert. Toch zitten er allemaal onverwachte bochten in, precies goed geplaatst. Je ziet ze niet aankomen maar ze rijden toch lekker. Aah jonge eej, zeg maar.

Maar ook die concertavond neemt Breuker niet helemaal serieus. Of liever gezegd, wel serieus maar hij ontregelt het concert opzettelijk. En daarmee ook de gedragen statuur van het festival. Zo stond naast Aah Jonge Eéj op diezelfde avond ook een stuk van Andriessen op het programma, Ittrospezione II (fragment) voor dezelfde twee pianisten en Breuker, waar hij met zijn saxofoon een paar minuten doorheen moest scheuren. Dertig jaar later, een jaar na het overlijden van Breuker, vertelt De Leeuw in een interview met Pieter Verhoeff over het concert: 'Willem komt binnen zoals gewoonlijk en die begint er keihard doorheen te blazen. En na een minuut gaat het gordijn open, komt de suppoost op en die zegt ‘zeg, wat doet u hier? Wat betekent dit? Meneer, weet u wel dat dit Holland Festival is? Wilt u wel alstublieft….’ Dat had hij allemaal afgesproken met de suppoost. Na een minuut, dat hij als een soort schoffie op een chique Holland Festival-avond daar doorheen zat te blazen. Dat had hij aan ons niet verteld! Dus Maarten en ik dachten: ‘wat krijgen we nu!’ Midden in al die moeilijke kwintolen en al tellend. Ik vond het wel geweldig.'

Voordat Boréal af was vroeg pianist Gerrit Hommerson Bon al om een versie voor twee piano’s, dat is Boréal II. Dan is er nog versie drie. Na het horen van het stuk voor twee piano’s arrangeerde pianolist Rex Lawson Boréal voor pianola. Zo kreeg het stuk in zeer korte tijd drie versies. Aan het eind van de jaren tachtig schreef Bon nog een Boréal IV voor orkest en begin jaren negentig een V voor vier piano’s.

De compositie verbindt twee grote componisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw, Igor Stravinsky en Arnold Schönberg. Het gezongen fragmentje “sie liebt Pierrot mit Schmerzen” uit het zeventiende deel ‘Parodie’ van Schönbergs Pierrot ligt als motto aan de basis van de Boréal’s.

Van Stravinsky was Bon een groot liefhebber. Vooral van Le Sacre du Printemps. In 1978 arrangeerde hij daarvan al het eerste deel voor vier piano’s. Een versie van het stuk met een tomeloze agressie. Samen met zijn zus Marja Bon, Ronald Brautigam en Gerrit Hommerson voerden ze het eerste deel uit in Muziekcentrum Vredenburg om de akoestiek van de toenmalige nieuwe grote zaal van Herman Hertzberger te testen. De volledige uitvoering vond op 8 juni 1981 plaats tijdens De Nacht van Andriessen op het Holland Festival. Veertien dagen later op 22 juni, beleefde Boréal II haar wereldpremière.

De titel daarvan heeft vagelijk ook iets met Stravinsky te maken. Ik bedacht het in een droom schrijft Bon: 'Stravinsky heeft een stuk geschreven in Parijs dat ‘Boboréal’ heet, een vervolg op de Sacre, ‘nog verder gaand’. Ik zie de partituur, hoor de muziek en zie Stravinsky bij een Parijs’ gebouw staan dat mij al lang lief en vertrouwd is.' Om het stuk ‘Boboréal’ te noemen vond Bon dwaas en aanmatigend, 'daarom koos ik voor het iets minder pretentieuze Boréal.'