‘nu kom ik het land niet meer in’

Elmar Veerman ,

Fotograaf Ad Nuis verdiepte zich in Azerbeidzjan, een dictatuur waar het oliegeld sinds negen jaar binnenstroomt. Dat leidt tot extreme tegenstellingen. ‘Fotografie schoot tekort.’

Jong stel op het strand vlakbij Bibi Heybat, met op de achtergrond een olieplatform uit vervlogen tijden

Ad Nuis staat bekend als “fotograaf van de kleinheid van het bestaan” , zegt hij zelf: ‘Bijvoorbeeld mensen die de was ophangen, het gras maaien of aardappels schillen. Maar toen ik 50 werd, in 2008, dacht ik: wordt het niet eens tijd om de grotemensenwereld in te gaan? Met alle intriges, drank, vrouwen… En toen kwam mijn geografische achtergrond weer naar boven – ik heb geografie gestudeerd. Met name iets wat een leraar op de middelbare school vaak op het bord schreef, is me altijd bijgebleven: “Alles draait om grondstoffen”. En zo is het. Azerbeidzjan laat dat heel goed zien.’

De afgelopen vijf jaar reisde Nuis tien keer naar dat land aan de Kaspische zee, iedere keer ruim drie weken. Het resultaat van al die bezoeken is vanaf dit weekend te bekijken. Als video-installatie waarin foto’s, video’s, telefoongesprekken en fragmenten van radio- en tv-uitzendingen worden gecombineerd, in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Maar ook als iPad app, dat wil zeggen: een fotoboek van 180 pagina’s met audio (Oil & Paradise, € 3,59 in de appstore). Wat is het idee erachter? ‘Ik wilde fotograaf van het grote worden – maar fotografie schoot tekort, dus het is uitgebreider geworden. Ik wil geopolitiek in het museum brengen. Terug naar het engagement! Met een knipoog, dat wel.’

De weg door het olieveld Suraxani

Waarom Azerbeidzjan? Nuis: ‘Ik las over de Bakoe-Tblisi-Ceyhan-pijpleiding, die olie vervoert van de Kaspische naar de Middellandse zee. De enige pijpleiding in het gebied die niet via Rusland loopt. Waar een miljoen vaten olie per dag doorheen stromen. Een miljoen! Die pijp is daarom van enorm geopolitiek belang. Dat intrigeerde me, dus ging ik erheen. En meteen dacht ik: dit gaat het worden, hier ga ik me mee bezighouden de komende jaren. Het is een heel strategisch gelegen land, met bovendien volop olie en gas. Een oude Sovjetrepubliek, die in 1991 onafhankelijk werd. Kort daarna greep Heydar Alijev, een oud-KGB-topman, er de macht - gesteund door de Amerikaanse regering van Bill Clinton. Want die wilde er graag een stabiele, betrouwbare regering. In 1994 sloten investeerders er gigantische oliedeals. Wie daar meer over wil weten, raad ik het boek The Oil and the Glory van Stephen Levine aan.’ 

Heydar Alijev is ruim tien jaar geleden opgevolgd door zijn zoon Ilham. Vanaf 2005 begon het oliegeld binnen te stromen. ‘Ilham is rijker, megalomaner en nóg repressiever dan zijn vader. Azerbeidzjan is een maffiastaat. Maar het is wél sinds vorige maand voorzitter van de Council of Europe, en organisator van de eerste Europese Spelen, volgend jaar. Kortom: Westerse landen zijn dikke vrienden met Azerbeidzjan, ondanks het repressieve bewind. Of misschien wel dankzij die repressie, want dat heeft het stabiele klimaat geschapen waardoor de olie is gaan stromen.’

Billboard met stadsgezicht van Baku, met een scheur door de Nationale Bank van Azerbeidzjan.

Azerbeidzjan is een extreem land, zegt Nuis. ‘Er zijn oliemiljardairs en megalomane bouwprojecten. Maar een deel van de bevolking is straatarm en leeft tussen de olievervuiling; het land bungelt onderaan de internationale corruptie-index en qua mensenrechten is het bar en boos. Iedereen die in enige vorm tegen het regime heeft geprotesteerd, zit nu vast. Kritische bloggers hebben allemaal gevangenisstraffen van zes tot acht jaar gekregen. En ook voor buitenlandse journalisten is het lastig werken daar. Je herinnert je vast nog wel de scene waarin Jelle Brandt Corstius op de boulevard van Bakoe staat, en zegt dat hij niks kan draaien, omdat hij voortdurend in de gaten wordt gehouden.’

Hoe kon Nuis dan zijn werk doen, en zou hij nu nog het land in komen? ‘Ik kon onder de radar blijven, bijvoorbeeld door met kleine cameraatjes te werken en stiekem geluidsopnamen te maken. Maar nee, nu kom ik er niet meer in, dat weet ik wel zeker. Een paar maanden geleden had ik in Londen een pre-screening van mijn project, en daar waren ook mensen van de Azerbeidzjaanse ambassade. Die zeiden dat ze mijn film graag wilden kopen – om te zorgen dat niemand hem te zien zou krijgen, vermoed ik.’

Azerbeidzjan werkt op allerlei manieren aan zijn imago. ‘Dat pakken ze professioneel aan. Ze hebben onder meer de Podesta Group ingehuurd. John Podesta is een voormalige adviseur van Bill Clinton; ze noemen hem ook wel “the Clinton cleaner”, vanwege de rol die hij heeft gespeeld na het seksschandaal met Monica Lewinsky. Inmiddels heeft Obama hem trouwens ook in de arm genomen.’

“The Belt of Happiness”-muur, waarmee het echte Azerbeidzjan wordt verborgen voor het oog van bezoekers.

Ik vraag Nuis waarvan hij na het hele project nu het meest onder de indruk is. Wat laat hem niet los? ‘Nou… dat is niet één gebeurtenis, maar het feit dat hier zo volstrekt onbekend is wat daar allemaal gebeurt. Hoe mensenrechten volkomen ondergeschikt zijn gemaakt aan handelsbelangen. Dat de maffia Europa de EU binnenkomt, via onze afhankelijkheid van olie en gas. Sinds het gelazer in Oekraïne begon is er iets meer bewustzijn, maar het blijft marginaal. Terwijl eigenlijk ontzettend voor de hand ligt wat we moeten doen: vol inzetten op duurzame energie.’

De tentoonstelling Oil & Paradise is te zien vanaf 14 juni en loopt tot 31 augustus.

De gelijknamige app is te koop in de Appstore.