De subsidie die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gaf aan twee investeerders in Zambia is gebaseerd op ondeugdelijke informatie, blijkt uit nieuw onderzoek van Argos.

Weet u nog, de twee ruziënde Nederlandse ondernemers in de Afrikaanse wildernis over wie we in juni een reportage maakten? Edjan van der Heide, die samen met zijn vrouw Robyn-Anne eigenaar is van de Mukambi Safari Lodge in Zambia, voelde zich belazerd omdat durfkapitalist Vincent Kouwenhoven zes ton staatssteun opstreek van de Nederlandse overheid voor een nieuw safarikamp bij hem om de hoek. Oneerlijke concurrentie, vond Van der Heide, en dat is in strijd met de regels.

Subsidieverstrekker RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), die zelf de controle op de uitgaven uitvoert, zag dat anders. De nieuwe Ila Safari Lodge zou rijkere gasten trekken die meer betalen voor luxe en ecotoerisme. Van directe concurrentie was daarom geen sprake. ‘Wij hebben diverse touroperators gevraagd of de lodge een nieuw marktsegment had aangeboord en daar hebben we een aantal bevestigingen van gekregen,’ zei de RVO-projectadviseur dit voorjaar.

Touroperators

Toen we om bewijs vroegen – om welke touroperators ging het bijvoorbeeld? – zei de RVO pas te kunnen antwoorden als we een beroep deden op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Bijna een halfjaar later is een deel van de relevante informatie openbaar gemaakt. En wat blijkt hieruit? De RVO heeft zelf niets gevraagd aan touroperators. Het management van de lodge van Kouwenhoven heeft vier reisorganisaties aangeschreven en de antwoorden doorgestuurd naar de RVO.

Hun namen zijn onleesbaar gemaakt, maar Argos kreeg toch een van de operators aan de lijn. Die zegt op voorwaarde van anonimiteit: ‘De Mukambi en Ila lodges opereren op dezelfde markt, zowel voor lokale als internationale toeristen. Ik denk dat de markt in normale tijden groot genoeg is voor beide safarikampen, maar ze zijn wel degelijk directe concurrenten.’ Zijn eerdere e-mail aan de lodge van Kouwenhoven was een vriendelijk antwoord op een vraag die de manager hem stelde over een ander onderwerp en dus geenszins bedoeld voor een RVO-dossier of als bewijs dat er al dan niet sprake was van concurrentievervalsing, laat de touroperator desgevraagd weten.

Stille safari's

Uit de Wob-documenten blijkt verder dat de RVO Kouwenhoven herhaaldelijk vroeg hoe vaak hij de gesubsidieerde elektrische jeep inzette voor ‘stille safari’s’ en de precieze prijzen die hij gasten in rekening bracht. Kouwenhoven vond het niet nodig daarop te antwoorden, zonder dat dat gevolgen voor hem had.Het kamp werd ook niet volledig uitstootvrij, zoals Kouwenhoven de RVO voorspiegelde. Voor de game drives zou hij drie elektrische jeeps aanschaffen, maar het bleef bij één exemplaar, aangevuld met een elektrische boot en dieselvoertuigen. Zelf vond hij dat overmacht. Maar dat lijkt een te gemakkelijk excuus, zo lezen we nu in de Wob-stukken: de leverancier van de elektrische jeep heeft de RVO laten weten dat autoproductie niet tot de core business van de onderneming hoort.

Kritische vragen naar aanleiding van de Wob-documenten beantwoordt de RVO met platitudes en verwijzingen naar eerder verstrekte informatie. Kouwenhoven geeft evenmin antwoord op onze vragen na de – in zijn woorden – ‘op onderdelen faliekant onjuiste en vooral uiterst tendentieuze’ berichtgeving dit voorjaar.

Concurrent Van der Heide: ‘Uit de vrijgegeven documenten maak ik op dat de RVO zijn taak als toezichthouder niet serieus neemt – daarover ben ik geschokt. Kouwenhoven komt weg met het negeren van vragen. Ik zie geen bewijs dat de subsidie niet tot marktverstoring heeft geleid.’

Niet genoeg

Eerder was al gebleken dat Kouwenhoven de subsidie eigenlijk helemaal niet nodig had. Hij schreef de RVO dat hij ook nieuwe aandeelhouders kon aantrekken, wat mogelijk ten koste zou gaan van zijn rendement. Voor de RVO had dat reden moeten zijn het project af te keuren: volgens de regels is staatssteun alleen geoorloofd voor investeringen die anders niet tot stand komen, niet om het risico op lager rendement van een durfinvesteerder af te dekken.

Toch kreeg Kouwenhoven de subsidie uitgekeerd, goed voor de helft van de begrote bouwkosten. Alleen voor één ontbrekende jeep is 32.500 euro ingehouden, op een totaalbedrag van 615.000 euro. Nog voor de afronding van het RVO-project vond Kouwenhoven alsnog externe aandeelhouders. Hij verkocht de lodge voor 2,5 miljoen, ruim het dubbele van de initiële bouwkosten, aan het door hemzelf opgezette investeringsfonds Green Safari Fund. Zelf zegt hij daarbij niet ‘gecasht’ te hebben. De kosten vielen hoger uit en niet alle uitgaven vielen onder de subsidieregeling, laat hij weten, zonder hiervoor bewijs te geven.

Uit de Wob-documenten blijkt dat het voor Kouwenhoven nog steeds niet genoeg was. Kon de RVO hem niet alsnog die laatste 32.500 euro overmaken, als hij bij een andere partij een elektrische jeep aanschafte? ‘Dat zou voor ons toch heel veel verschil maken,’ schreef de durfinvesteerder in de zomer van 2018. Dat werd zelfs de RVO te gortig. ‘Na intern overleg wil ik je laten weten dat RVO niet ingaat op je verzoek voor vergoeding van de aanschaf van de [elektrische jeep] omdat het project inderdaad al formeel is afgesloten.’

Kouwenhoven liet het er niet bij zitten. Hij tekende bezwaar aan, maar verstuurde zijn brief te laat, waardoor de RVO het bezwaar kon negeren. Dat vond de durfinvesteerder ‘wel een zeer formeel standpunt’. Hij liet weten zich op ‘verdere rechtsgang’ te beraden. Daarvan is niets meer vernomen.