Jacco Versluis werkt sinds 2016 bij Omroep Human en is televisiemaker bij onder meer Medialogica. Afgelopen televisieseizoen maakte hij, samen met Martine Braam en Yoram Kremers, een aflevering over corona: ‘Ziektebeeld’. Ze onderzochten hoe media en machthebbers in de eerste crisisweken omgingen met het virus. Hoe is dat gegaan?

Veel tijd had Versluis niet voor de eerste aflevering van een nieuw televisieseizoen Medialogica, over corona dus. Daarnaast was het enigszins een stijlbreuk omdat Medialogica vaak terugkijkt en we nog middenin de coronacrisis zaten. Waarom besloot de redactie om voor het actuele onderwerp te gaan?

Versluis: “Wij richten ons als programma op het maatschappelijke debat, de rol van de media en op beeldvorming. Onze samenleving maakt nu een crisis door die zeldzaam is. Er wordt vaak gezegd: de grootste crisis in vredestijd. Dit is zo ingrijpend. Het zou raar zijn als wij er geen aandacht aan zouden besteden.”

Parlementair verslaggever Sophie van Leeuwen tijdens haar werk

Medialogica ná de mediastorm

Vaak wacht de redactie van Medialogica tot ‘het stof is neergedaald’ voor het uitzenden van een onderwerp. “We reconstrueren een gebeurtenis, gaan met hoofdrolspelers praten en kijken terug. Wanneer iets zich nog steeds afspeelt, is het lastig bespiegelen. Een gebeurtenis kan zich zomaar anders ontwikkelen. Wanneer het stof is neergedaald, is het gemakkelijker voor mensen om samen met ons terug te blikken.” 

Dat is niet het enige. Makers van Medialogica proberen continu geen onderdeel te worden van de mediastorm. “Als een gebeurtenis nog gaande is, lopen wij als Medialogica het risico dat we ook invloed uitoefenen op wat zich afspeelt. Daardoor ga je eigenlijk precies doen waar je als programma pretendeert boven te staan. Andere media beïnvloeden zaken door er verslag van te doen, dat is een wisselwerking. Wij kunnen daar geen deel van worden en dat risico loop je wel wanneer iets nog aan de gang is. We wachten daarom liever tot iets voorbij is.”

"Je kunt je afvragen of de journalistiek niet te mild is geweest in haar kritiek richting de macht.”

Macht van de overheid

Medialogica over corona gaat over hoe media en machthebbers, de journalistiek en de politiek, met elkaar omgaan op het hoogtepunt van een grote, landelijke crisis. "In het normale, dagelijkse leven speelt iedereen zijn eigen rol," zegt Versluis. "Wat gebeurt er als er druk op de ketel komt te staan? Moeten we niet, ook tijdens een coronacrisis, net zo kritisch zijn als we altijd zijn? De macht van de overheid is nog nooit zo groot geweest en je kunt je afvragen of, zoals wanneer alle WOB-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur) werden uitgesteld, de journalistiek niet te mild is geweest in haar kritiek richting de macht."

De corona-uitzending is opgedeeld in drie delen, met als rode draad de historische toespraak van minister-president Rutte op 16 maart. “Deze toespraak gaf aan hoe ernstig de situatie was, en zo was het ook bedoeld. Het eerste deel gaat over verschillende keuzes van media. Als je merkt dat een deel van de bevolking in paniek is, moet je dan wel altijd alles melden wat je weet? En moet je gelijk heel kritisch zijn op het RIVM?"

"Het tweede deel gaat over het woord ‘groepsimmuniteit’ dat door Rutte in zijn toespraak is geïntroduceerd. Het veelbesproken begrip, en de strategie erachter, werd verkeerd begrepen. Waarschijnlijk omdat het gewoon verkeerd is uitgelegd. Het derde deel gaat over het WOB-verzoek, waaruit volgens mij blijkt dat het kabinet niet zat te wachten op kritiek."

Kritisch op collega’s in de media

Met kritisch zijn op collega’s in de media heeft Versluis geen moeite als mensen echt de fout in zijn gegaan. “Zo ging een van de eerste verhalen die ik maakte voor KRO over schnabbelende collega’s. Het kostte een aantal mensen destijds heel veel geld omdat de schnabbels werden verboden. Je maakt daar geen vrienden mee, maar dat hoort bij het vak. Journalisten nemen vaak andere bedrijven en de politiek de maat, dan moet je dat ook bij collega’s doen.”

“Ik begrijp soms wel waarom dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Wij krijgen de tijd om dingen goed uit te zoeken maar veel collega’s hebben die tijd niet. Onder tijdsdruk moeten ze op de dag zelf een verhaal af hebben. Dat is geen excuus om onzin te verkondigen, maar ik begrijp dat daardoor slordigheidjes kunnen ontstaan en dat er geen tijd is om alles uit te zoeken. Ik moet dan oppassen dat ik niet vanuit mijn positie achteraf collega's ga vertellen hoe ze het hadden moeten doen. Het is de bedoeling om inzicht te geven in het vak en hoe media werken. De kritiek mag dan best hard zijn, als het maar zakelijk is.”

"Journalisten nemen vaak andere bedrijven en de politiek de maat, dan moet je dat ook bij collega’s doen.”

De historische toespraak van Rutte

Tijd om zaken uit te zoeken

Het enige verschil tussen onderzoeksjournalistiek en andere journalistiek is volgens Versluis dat je de tijd krijgt om dingen uit te zoeken. “Wat me aanspreekt aan Medialogica als journalist, is dat het een van de weinige plekken is in Hilversum waar je nog de tijd krijgt om iets uit te zoeken. Ik maak al mijn hele leven televisie. Bij dit programma kan ik me verdiepen in een onderwerp, en het helemaal van buiten naar binnen afpellen.”

Het is een zeldzame luxe een tijd van snelle, korte berichten. Dat merkt Versluis ook: “We worden overspoeld met informatie. Medialogica is een programma dat probeert te kijken of het allemaal wel klopt wat er langskomt. Kloppen de feiten? Kloppen de beelden? Mensen baseren een groot deel van hun opvattingen en keuzes - ook in het stemhokje - op basis van wat ze zien, horen en lezen in de media. Dus ik denk dat het goed is dat er een programma bestaat waarin extra onderzocht wordt of wat in die media voorbij komt, wel altijd klopt. Al was het maar om mensen zich ervan bewust te maken dat ze kritisch naar de media moeten kijken.”

Medialogica

6 items

Media dienen als gids om greep te krijgen op de werkelijkheid. Maar in hoeverre zijn ze een betrouwbare gids? Hoe komt de publieke opinie tot stand? En welke invloed heeft deze op het handelen van bestuurders, journalisten en burgers?

Dossier