Frank Westerman wint met 'Een woord een woord' de VPRO Bob den Uyl Prijs 2017. Een boek over terrorisme vroeger en nu, over de macht en onmacht van het woord. Zondag is hij te gast in VPRO Boeken.

Frank Westerman heeft ze bijgehouden; de verhalen die de mensen na afloop kwamen vertellen als hij ergens in het land een praatje had gehouden over zijn boek Een woord een woord. Onderweg in de trein naar huis schreef hij ze op. En als ergens midden in de weilanden van Drenthe, of omgeven door bos op de Veluwe, die trein naar huis afremde of tot stilstand kwam, dan schreef hij onbekommerd door.

Veertig jaar geleden, de periode van de herinneringen van zijn toehoorders, was wat dat betreft een andere tijd. Zo was er het verhaal van de man die in de trein zat en tot zijn schrik een paar Molukse jongens zag binnenkomen met grote weekendtassen. Toen die jongens ergens halverwege twee stations opstonden en de tassen openritsten, sloeg de angst toe, maar die maakte plaats voor immense verwarring en opluchting toen bleek dat de jongens geen geweren, maar gitaren tevoorschijn haalden en liedjes gingen spelen op het tussenbalkon. Een andere herinnering was van een jonge, trotse Molukse vader die destijds zijn nieuwgeborene kwam aangeven op het gemeentehuis, maar al gelijk bij de ingang door beveiligers tegen de grond werd gewerkt, bang als ze waren voor een gijzeling. Of de student die vanuit Groningen naar zijn ouderlijk huis in de Achterhoek spoorde, waar z’n vader hem een autosleutel overhandigde en, wijzend op een auto voor het huis, zei: ‘Die is voor jou jongen, jij gaat nooit meer met de trein.’

‘Het beeld dat uit die verhalen oprijst,’ constateert Westerman nu, ‘is dat we toen veel banger waren voor terreur dan nu.’

Westermans boek, dat hem de VPRO Bob den Uyl Prijs voor reisboeken heeft opgeleverd, draait om een onderbroken reis; niet alleen van de trein die knarsend en piepend tot stilstand kwam nabij Wijster, en twee jaar later bij De Punt, maar ook van de kapers, wier ouders de onvrijwillige reis naar Nederland hadden gemaakt. Zij ervoeren hun verblijf in Nederland als een onderbroken omweg naar huis, een nooit voltooide reis.

Dutch approach

Het waren de jaren zeventig en in de Molukse gemeenschap begon het besef te groeien dat het gekoesterde ideaal van een vrije Republiek der Zuid-Molukken in de jaren van hun verblijf in Nederland geen stap dichterbij gekomen was. De beloftes van Nederland, de petities en de protesten, het waren holle woorden gebleken. De kapers grepen naar de daad. In 1975 kaapten ze een trein en executeerden de machinist en twee passagiers, in 1977 kaapten ze opnieuw een trein en gijzelden een lagere school en in 1978 volgde nog een gijzeling in het provinciehuis in Assen.

Nederland reageerde met wat al gauw de Dutch Approach werd genoemd: contact leggen en onderhandelen. In 1975 hielden de onderhandelaars de kapers net zo lang aan de praat tot ze uit zichzelf, met de handen in de zakken, de trein verlieten, in 1977 praatten ze de gegijzelde kinderen de school uit, maar de school zelf en de trein met alle passagiers en de kapers erin zouden met inzet van militair geweld worden bestormd. Met de bezetting van het provinciehuis in Assen in 1978, waar al meteen een gegijzelde werd geëxecuteerd en elk gesprek door de kapers werd afgehouden, werd snel korte metten gemaakt.

Als ik, zoals zij, door vrienden was gevraagd mee te doen met die treinkaping, zou ik dan niet gewoon ‘ja’ gezegd hebben? Ik denk het wel. Ik denk niet dat ik onder die omstandigheden iets gekozen zou hebben waarvan we nu zeggen dat het nobeler was. Rot toch op.

Frank Westerman

Een woord een woord lijkt op het eerste gezicht een verhaal over een teloorgang. Het woord verliest aan kracht naarmate het boek verstrijkt. Later zou Westerman, als correspondent in Moskou, van dichtbij meemaken hoe Rusland op terreurdaden en gijzelingen reageerde. Waar in Bovensmilde bij de gijzeling van de school de kinderen door geduldig en volhardend onderhandelen ongedeerd de school konden verlaten, daar bestormden in 2004 Russische veiligheidstroepen in Beslan al na twee dagen de gegijzelde school. 334 mensen kwamen om, onder wie 186 kinderen. ‘De Russen hechten geen waarde aan woorden,’ zegt Westerman en hij probeert de Russische kijk in een paar korte inzichten samen te ballen: ‘Onderhandelen is een zwaktebod, praten is gezichtsverlies, luisteren is al helemaal ondenkbaar. De terroristen bedreigen kinderen en dus zijn het monsters. Dat geeft ons een vrijbrief om hen te verpletteren. En ook hun hoofdstad. En hun land.’

witte plekken

In de periode waarin Poetin aan de macht kwam en correspondent Westerman voor de vaderlandse pers verslag deed van wat er in Rusland allemaal gebeurde, zag hij hoe er geleidelijk witte plekken op de kaart ontstonden waar het woord de toegang werd ontzegd. Hij reisde nog wel naar Georgië, maar toen hij bemerkte dat hij daar een reëel risico liep om ontvoerd te worden, maakte hij zich toch weer uit de voeten. Net als in grote delen van Irak en Syrië nu, was Tsjetsjenië door alle onafhankelijke verslaggevers verlaten. Ook Al Jazeera zat er niet meer. ‘Ik had genoeg te doen, verhalen zat in Rusland, maar ik voelde me tekortschieten. Journalisten zijn als het goed is delvers van feiten, die brandstof zijn voor debat. Maar zonder ooggetuigenverslagen valt dat stil. Ik deed het Tsjetsjeense geschil absoluut geen recht en ik werd er kwaad over. Er vielen witte plekken op de kaart, plekken waar het woord niet kwam.’

Een polderjongen uit het land van onderhandelaars, gemarginaliseerd in de wereld van het brute geweld, die zich afvraagt wat het woord kan uitrichten tegen het brute geweld; dat is Frank Westerman in Een woord een woord.

Hij maakt een KLM-oefening mee waarin hij door de antiterreurbrigade uit een gekaapt vliegtuig wordt bevrijd (‘… ik voelde geborgenheid bij die Robocops’), hij ervoer de onmacht van het woord toen hij bij een politieoefening tegenover een schreeuwende, gewapende gijzelnemer maar wat stond te stamelen, en hij stelt zichzelf de indringende vraag hoe hij het terugkijkend beoordeelt dat hij als student geld inzamelde voor wapens voor de gewapende strijd in El Salvador, maar de stadsguerrilla in eigen land afwees (‘… wel in een derdewereldland, maar kennelijk niet hier, want dat maakte me bang’). Dat hij indertijd brieven op de post heeft gedaan voor een RAF-terroriste en ze niet aan de politie heeft gegeven, zit hem nog steeds dwars. Kennelijk dacht en deed hij anders dan nu.

hoogste subjectiviteit

Maar Westerman stelt zichzelf ook de vraag of hij, als hij onder dezelfde omstandigheden als de kapers was opgegroeid – in dezelfde houten barakken van Westerbork had moeten leven, met dezelfde niet aflatende aanwezigheid van het leed van wegkwijnende ouders, de vernederingen die ze ondergingen had moeten aanzien, de beloftes van de Nederlandse staat die niet werden nagekomen, de discriminatie op school en op het werk, de protesten die niets uithaalden en de revoluties in Latijns-Amerika die door iedereen werden toegejuicht – vredelievender was geweest dan zij.

‘Als ik, zoals zij, door mijn vrienden was gevraagd mee te doen met die treinkaping, zou ik dan niet gewoon ‘ja’ gezegd hebben? Ik denk het wel. Ik denk niet dat ik onder die omstandigheden iets gekozen zou hebben waarvan we nu zeggen dat het beter of nobeler was. Rot toch op.’

Westerman levert met Een woord een woord een proeve van zelfonderzoek in een strak geregisseerd boek, waarin alle personages met zorg zijn gecast en geen gebeurtenis opduikt die niet voor het betoog van belang is. Hij noemt het zelf ‘de hoogste subjectiviteit’ en daarmee onderscheidt hij het van z’n werk als correspondent of verslaggever die probeert volledig en zo objectief mogelijk te zijn. ‘Het pad dat je als lezer in mijn boek bewandelt, heb ik uitgestippeld, de mensen die je ontmoet, heb ik uitgekozen, de vragen die zijn gesteld, heb ik gesteld; en al die dingen zijn ingegeven door de onderliggende kwestie waar het van A tot Z over gaat. Niet: hoe het zat met de kapingen, maar alleen maar de vraag hoe het woord zich verhoudt tot de daad. Dat bedoel ik met de hoogste vorm van subjectiviteit.’

luisteren

Uiteindelijk komt het boek tot de op het oog weinig verrassende, maar onontkoombare slotsom dat, zelfs in de tijd van Manchester, Charlie Hebdo en Bataclan, de daad niet zonder het woord kan en het woord niet zonder de daad. Het belang en de charme van het boek schuilen misschien niet in die conclusie, maar vooral in de reis die Westerman erin aflegt; de ontmoetingen met kapers, onderhandelaars en slachtoffers, de omzwervingen door Nederland, Rusland, Parijs en Tsjetsjenië, en zijn eigen herinneringen als jongetje dat opgroeide in de buurt van de kapingen, de daders en de slachtoffers.

Dat het woord aan invloed heeft ingeboet, lijkt evident. Maar op de vraag of de Dutch Approach is stilgevallen, wijst Westerman weer op de mensen die hem na afloop van zijn praatjes aan zijn mouw trekken en hun verhaal willen vertellen, vooral de leraren die het te stellen hebben met leerlingen in de klas als er een aanslag is geweest. Het komt nogal eens voor dat ze dan de kant van de moordenaars kiezen, zoals na de moord op de cartoonisten van Charlie Hebdo.

‘Ik heb grote bewondering voor leraren die in hun klas met het woord, door eerst te luisteren, die minisamenleving bij elkaar proberen houden,’ zegt Westerman. ‘Dus niet: ga je maar melden bij de rector en de volgende keer vlieg je van school, maar juist die andere benadering: eerst luisteren.’

Herdenking na aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari 2015.

tekening

Westerman kijkt voor zich, neemt de pose van een leraar aan en spreekt de denkbeeldige leerling toe: ‘Vertel het nog een keer, zodat ik het goed begrijp. Wat zeg je nu werkelijk? Wat bedoel je precies? Oké, die cartoonisten hadden iets zo ergs gedaan dat de moordenaars gerechtigd waren om hen dood te schieten. Is dat wat je zegt? Akkoord. Maar nu, stel nou dat jouw klasgenootje een tekening maakt in haar schrift [Frank wijst naar een denkbeeldige klasgenote, we kijken allebei die kant op en het valt even stil, MD]. Een tekening die jou niet aanstaat, omdat hij beledigend zou zijn voor de Profeet. Heb jij dan het recht om haar te vermoorden? Dan komt die klas heus wel in het geweer, van: hé man! Je gaat toch niet zeggen dat jij het recht hebt haar dood te maken?!’

Westerman kijkt me aan. ‘Als je zoiets kan,’ hervat hij, ‘dan pas je de Dutch Approach op kleine schaal toe, en die wordt overal gehanteerd, ook in Bovensmilde.’

Hij staat op en loopt naar z’n computer. ‘Kijk,’ zegt hij en hij klikt een pagina open.

Wat zich ontrolt, is een programma voor een bijeenkomst.

‘Morgen is de herdenking van de gijzeling van de school in Bovensmilde,’ vervolgt hij. ‘Het is veertig jaar geleden. Ik ben ook uitgenodigd, zie je wel?’
We kijken samen naar de line-up: leerlingen die een lied hebben gemaakt, de dochter van het hoofd van de school, gegijzelden, liederen voor gedode gijzelnemers en gijzelaars, de woordvoerder van de gijzelnemers. ‘Ze komen allemaal samen, en ze luisteren allemaal naar elkaar. Daar heb je dan veertig jaar incubatietijd voor nodig, om dit van elkaar te kunnen aanhoren.’

Westerman staat zelf inderdaad ook op het programma. ‘Maar ik ga zelf niks zeggen.’

 

Bekijk hieronder alle genomineerden voor de Bob den Uyl Prijs 2017:

Frank Westerman - Een woord een woord
(uitgeverij De Bezige Bij)