Fopspenen in geopolitieke onrustige tijden

  • Abdou Bouzerda

Er zijn van die woorden die alleen Brusselse ambtenaren kunnen verzinnen: Mixture Allocation Factor, Regulatory Management Options Analysis. Het gaat gewoon over het risico van eventuele chemische stoffen in bijvoorbeeld troostspenen, die we onbedoeld in de mond van onze kroost stoppen. Maar dit technocratisch EU-beleid gaat ook over hoe Europese burgers in slaap worden gesust met taal die geruststellend in de oren klinkt. Terwijl wij kalmeren, glijden er ingrijpende besluiten geruisloos naar binnen.

Juist in een tijd waarin Europa zich opnieuw positioneert tegenover China en de Verenigde Staten, worden beschermende regels onderdeel van een groter strategisch debat.

Concurrentiekracht wordt een geopolitiek argument, bijvoorbeeld in deze State of the Union, vorig jaar van Ursula von der Leyen. Deregulering krijgt de aura van noodzaak.

Daarom is het allesbehalve toevallig dat zelfs de regulatie van tutjes verbonden raakt met de vraag welke koers Europa vaart in een kantelende wereldorde.

(tekst loopt door onder afbeelding)

Foute stoffen in lipstick

Volgens het Europees Milieuagentschap kan ongeveer acht procent van de vroegtijdige sterfgevallen in verband worden gebracht met milieuvervuiling, waaronder blootstelling aan schadelijke chemische stoffen.

Dat cijfer is waarschijnlijk nog te laag, omdat we van veel stoffen de langetermijneffecten niet eens volledig kennen.

Schadelijke stoffen in kinderspeelgoed, PFAS in flosdraad en kankerverwekkende substanties in de dop van een lipstick. Het zijn geen losse incidenten, maar symptomen van een systeem dat kraakt onder de druk van een agressieve lobby-industrie.

Zelfs de zogenaamde ‘BPA-vrije’ babyfopspenen kunnen nog het gevaarlijke bisfenol A afgeven, met mogelijke schadelijk hormonale effecten.

Dat zet vraagtekens bij EU-regels die fopspenen anders behandelen dan babyflessen en ander voedselcontactmateriaal, waar wel strengere criteria voor gelden. Dit voedt de kritiek dat consumentenbescherming tekortschiet.

In een recent opiniestuk van onderzoeker Vicky Cann van de non-profitorganisatie Corporate Europe Observatory ( CEO)  lezen we hoe de Europese chemiewet REACH - ooit het vlaggenschip van consumentenbescherming - tekortschiet. Twintig jaar na invoering blijven gevaarlijke stoffen dagelijks opduiken in alledaagse producten: speelgoed, cosmetica, verzorgingsartikelen.

Regimeverandering als eindstation

Onderzoeker Cann maakt duidelijk hoe de chemische industrie een strak gecoördineerd lobbyoffensief voert om de herziening van REACH-regelgeving af te zwakken.

De cijfers spreken boekdelen: in 2025 had de sector 93 ontmoetingen op hoog niveau met de Europese Commissie; ngo’s slechts 19.

Kosten van strengere regels worden opgeblazen, gezondheidswinst gemarginaliseerd en wetenschappelijke consensus strategisch in twijfel getrokken.

Die nauwe band werd vorig jaar zichtbaar in Antwerpen, waar de Europese chemielobby CEFIC haar jaarlijkse bijeenkomst organiseerde met bedrijfsleiders en EU-beleidsmakers.

Von der Leyen zei toen daar dat haar Commissiebeleid, inclusief de Clean Industrial Deal, delivers on each and every one of the 10 recommendations uit de Antwerp Declaration; de wensenlijst van de chemische industrie om regels te versoepelen.

Dit jaar sprak zij opnieuw in Antwerpen en reisde vervolgens vrijwel direct door naar de informele EU-top in Alden Biesen, waar EU-regeringsleiders spraken over concurrentiekracht in een nieuwe wereldorde - met de lobby-eisen nog vers in het geheugen van de Duitse politica.

(tekst loopt door onder afbeelding)

Sussende journalistiek

We nemen de woorden van de Commissie vaak over alsof het neutrale beschrijvingen zijn in plaats van politieke keuzes. Strategische autonomie. Concurrentiekracht. Vereenvoudiging.

Het klinkt logisch, zelfs noodzakelijk. In een onrustige wereld met Trump, Xi en Poetin wil iedereen een sterk Europa. Wie kan daar tegen zijn?

Maar achter die woorden schuilen belangen. ‘Vereenvoudiging’ kan betekenen dat regels worden afgezwakt. ‘Concurrentiekracht’ dat bescherming wordt uitgesteld. Toch herhalen we de terminologie alsof het objectieve noodzaak is, geen politieke richting.

Intussen belichten we het Europees Parlement structureel onder de maat. Dáár wordt beslist of schadelijke stoffen sneller uit producten verdwijnen of nog jaren blijven circuleren. Toch horen we zelden wie welke amendementen indient, wie voor of tegen stemt en waarom.

Dat wil niet zeggen dat de journalistiek afwezig is. Onderzoeksprogramma’s als Pointer hebben lobbypraktijken blootgelegd. Maar in de dagelijkse nieuwscyclus verdwijnt die kennis vaak geruisloos, zonder dat politici er zichtbaar verantwoording over afleggen.

De kiezer is net zo apathisch

Europarlementariërs schuiven wel aan in de media. Alleen gaat het dan meestal over geopolitieke grootheden waar hun invloed beperkt is.

Over Europese verdeeldheid, samenwerking nationale legers en machtspolitiek. Zelden over de wetsteksten waar hun stem daadwerkelijk telt.

Misschien is dat de kern. We behandelen Europa als geopolitiek schouwspel, terwijl het veel meer een wetgevingsmachine is die diep ingrijpt in ons dagelijks leven.

De Europese kiezer is vermoedelijk minder apathisch dan wij denken over wat in Brussel gebeurt. Als wij structureel verslag doen van waar het echt over gaat, zullen bij de volgende verkiezingen meer mensen weten wie hen vertegenwoordigt. Nu schrijven we nog elke vijf jaar op dat niemand de vertegenwoordigers in Brussel herkent.

Want uiteindelijk iedereen wil weten wat er in de mond van een baby verdwijnt, wat er op onze huid wordt gesmeerd en wat we inademen.

Tot snel, 

Abdou