Praten in Oman, rekenen op oorlog

  • Abdou Bouzerda

Dat de gesprekken tussen Iran en de Verenigde Staten in Oman plaatsvinden, is allesbehalve een detail. Zeker niet na weken van oorlogsretoriek en zichtbare militaire voorbereidingen aan alle kanten.

Dat beide delegaties elkaar nu toch treffen in de Omaanse hoofdstad, onderstreept dat regionale spelers als Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië de handen ineen hebben geslagen en dat ze daarbij het oor van president Trump hebben gevonden. 

Net toen Washington klaarstond om militair in te grijpen, trokken de buurlanden gezamenlijk op richting het Witte Huis. Met succes: ze wisten Trump te overtuigen en haalden zo de angel uit een dreigende regionale oorlog, waar Iran openlijk mee schermde.

Toch is voorzichtigheid geboden. Gesprekken zijn geen garantie voor de-escalatie. Praten kan net zo goed onderdeel zijn van het conflict als een poging om het te beheersen. Zeker vanuit het perspectief van Teheran.

Theater om te overleven

In Teheran leeft breed het idee dat Washington opnieuw aan tafel zit omdat ‘maximale druk’ heeft gefaald. Sancties, militaire dreiging en oorlogstaal hebben geen concessies afgedwongen, zo luidt de heersende analyse. 

Elke Iraanse diplomatieke stap maakt daarom deel uit van de overlevingsstrategie van het regime. 

Illusies koestert men niet. Iedere internationale beweging wordt gezien als nationale choreografie: bedoeld om naar buiten toe kracht uit te stralen, maar vooral om intern te laten zien dat het regime stevig in het zadel zit.

Zelfs de locatie van de ontmoeting is door Teheran zorgvuldig geregisseerd. Niet Istanbul, wat de buurlanden graag wensten, maar Oman. En uitsluitend bilateraal overleg met Washington, zonder andere landen aan tafel. 

De Amerikanen gingen na druk van buurlanden akkoord, die bereid zijn water bij de wijn te doen.

In Teheran wordt dat gevierd als een overwinning: het regime kan thuis verkopen dat het niet uit zwakte onderhandelt, maar zelf de voorwaarden dicteert.

De Iraanse machthebbers zien de huidige oorlogsdreiging en het hernieuwde overleg dan ook niet als iets fundamenteel nieuws, maar als een volgend hoofdstuk in een langlopend conflict.

Ze zijn ervan overtuigd, en niet zonder reden, dat de Verenigde Staten, samen met Israël, uiteindelijk uit zijn op het verzwakken van de Islamitische Republiek. Het liefst met regimeverandering als eindstation. 

Regimeverandering als eindstation

In Teheran kijkt men vooral naar de langetermijnagenda van de Verenigde Staten en Israël.

Dat de Israëlische legerchef Eyal Zamir en de hoogste Amerikaanse commandant in de regio, Brad Cooper, tot op microniveau met elkaar coördineren, laat zien hoe nauw de Israëlische en Amerikaanse belangen op elkaar zijn afgestemd, zeker door de bril van Teheran.

Binnen het Israëlische veiligheidsestablishment wordt al jaren gesproken over structurele verzwakking van Iran.

Denktanks als het INSS stellen daarbij dat een snelle regimewissel onwaarschijnlijk is, maar dat langdurige erosie wel degelijk haalbaar is.

Netanyahu klinkt in zijn retoriek soms optimistischer over een snelle val, terwijl leger en inlichtingendiensten doorgaans nuchterder zijn. 

De recente protesten in Iran hebben de Israëli’s echter gesterkt in hun overtuiging dat het einddoel uiteindelijk binnen bereik ligt.

Ook in Washington wint die gedachte terrein. Het is verleidelijk om dit te zien als een ad-hocproject van Trump, maar dat doet de werkelijkheid tekort.

Zowel bij de Republikeinen als de Democraten lijken de messen geslepen. Trump poneert zichzelf dan wel als de architect van een nieuw hardlinerbeleid, maar in Teheran wordt het anders gelezen: ook Obama zagen zij als een bedreiging. 

Zij zien dus geen koerswijziging onder Trump, slechts extra gas op een al lang rijdende trein.

Rode lijnen

Nu beide landen indirect via Oman onderhandelen, is het zaak de verwachtingen te temperen.

In het nucleaire dossier liggen compromissen binnen bereik. Teheran heeft in het verleden laten zien creatief te kunnen zijn: tijdelijke opschorting van verrijking of het tijdelijk onderbrengen van verrijkt materiaal in een derde land.

Dat de landen in de regio met een gezamenlijk onderhandelingskader proberen dit dossier te beslechten, is daarbij een voorzichtig positief signaal.

Maar daar eindigt de speelruimte. Dat Washington wil spreken over mensenrechten of dat Iran zijn ballistische raketten zou opgeven, zijn voor Teheran onwrikbare rode lijnen.

Niet toevallig maakte de Iraanse Revolutionaire Garde aan de vooravond van de gesprekken bekend dat de vaste brandstof versie van een van zijn langeafstandsraketten –de Khorramshahr-4– in massaproductie gaat.

Brigadier-generaal Yadollah Javani koppelde dat expliciet aan het overleg: 'Onze afschrikking is niet onderhandelbaar.'

Teheran gaat het gesprek in met de overtuiging dat er uiteindelijk toch een oorlog komt. Washington praat met het doel dat het regime uiteindelijk moet verdwijnen.

Tot snel, 

Abdou