Op de avond van 11 september 2001 zaten in de lounge van het Kitano Hotel in Manhattan een paar gestrande Amerikaanse reizigers bij elkaar, ze deelden twee pizza’s, die ze nog ergens op de kop hadden getikt – de restaurants waren dicht – en maakten plannen om auto’s te huren om daarmee naar het westen te reizen, het vliegverkeer was ook stilgelegd. De stemming was gemoedelijk, zelfs wat hilarisch, men lachte veel, maar lachen is uiteraard ook een manier om met spanning om te gaan.

Later die avond doken geruchten op dat er ergens in Manhattan een zogenaamde ‘dirty bomb’ was verstopt, zeg een amateur-atoombom. Toen ik naar huis liep van het Kitano Hotel zag ik twee agenten bij een bestelbusje staan en ik moest even denken, zonder dat ik die gedachte al te serieus nam: zou daar de dirty bomb in zitten?

Vandaag, 13 maart, schreef een vriendin me vanuit New York (ikzelf ben momenteel in Amsterdam): ‘New York voelt anders, stiller, rustiger, een beetje zoals na 11 september.’

Om de zoveel tijd worden wij hardhandig uit onze ‘normaliteit’ gerukt, alsof de goden ons eraan willen herinneren dat er geen recht bestaat op normaliteit, dat de geschiedenis van de mens altijd uit oorlogen, crises en epidemieën heeft bestaan; tussen de crises nestelde zich wat normaliteit. 

Maar na verloop van tijd went de crisis. Iedereen die weleens in een oorlogsgebied is geweest weet dat op een paar kilometer afstand van het front het normale leven doorgaat. De cafés zijn open, mannen spelen backgammon, ergens in een hotelkamer wordt overspel gepleegd.

In de nasleep van 11 september 2001, in de nasleep van de Charlie Hebdo-aanslagen in 2015 werd het aantal doden veroorzaakt door aanslagen weleens vergeleken met het aantal verkeersdoden of doden door diabetes. Sommige mensen vonden dat onheus, een aanslag is iets anders dan een verkeersongeluk of suikerziekte. Misschien, maar hoewel relativering niet per definitie een deugd is, kan een relativerende vergelijking helpen dingen net vanuit een ander perspectief te zien, de relativering maakt de aanpassing aan nieuwe omstandigheden ook mogelijk.

Een virus is iets anders dan terrorisme, maar er zijn overeenkomsten. Er zijn zoveel onzekerheden dat ook experts moeite hebben met voorspellingen. Er is een aantal maatregelen dat men kan nemen om risico’s te verkleinen, maar dan nog blijven er genoeg onzekerheden. En sommige maatregelen zijn zo drastisch dat discussie wenselijk is of het medicijn niet erger is dan de ziekte.

Het volledig tot stilstand brengen van de samenleving zal ongetwijfeld de kans op verspreiding verkleinen, maar het zal ook een ernstige economische crisis in de hand werken en aan zo’n crisis gaan eveneens mensen dood. Is de ene dood minder erg dan de andere?

In Bergamo moeten artsen mensen opgeven die weinig kans hebben op overleven. Dat is gruwelijk, maar dat is al heel lang de realiteit in menig ziekenhuis in Syrië. Zijn wij beter dan de Syriërs? Hebben wij een ander lot verdiend dan de Syriërs? Omdat wij beschaafder zijn?

Risico’s inschatten blijft ten dele, zei Gabriele Zanardi, een psycholoog aan de Universiteit van Padua, in een artikel in The New York Times, altijd gokken.

Het gaat om de balans tussen het serieus nemen van bepaalde dreigingen en het besef dat wij mensen ook altijd spelers zijn in het casino dat wij wereld of beschaving of leven noemen.

Paniek is niet hetzelfde als het serieus nemen van een dreiging.

De adviezen van de echte experts, niet de zelfbenoemde, zoveel mogelijk opvolgen is een teken van verantwoordelijk gedrag. Hamsteren is net zo mal als na 11 september 2001 niet meer durven plaats te nemen in de New Yorkse metro, misschien nog maller.

Het eigen gedrag, dat wil zeggen de eigen paniek, moet gereguleerd worden. Het besef dat wij mensen allemaal gokkers zijn, spelers in het casino, zou daarbij moeten helpen. Zelden beschikken wij over volledige informatie, zelden kunnen wij die informatie goed verwerken. Geluk en pech horen bij het leven. 

Natuurlijk, het is niet uitsluitend toeval, maar zij die geluk hebben, bijvoorbeeld omdat ze vanwege hun leeftijd of gezondheid menen onkwetsbaar te zijn voor het virus, allicht met goede redenen, zouden zich, denkend aan het casino, net iets minder op de borst hoeven slaan en vervolgens kunnen zij empathie hebben met de pechvogels, de hoogbejaarden, de zieken, de zwakken, wetend hoe dicht de sterken bij die pechvogels staan. Dat geldt onder normale omstandigheden, zeker ook in tijden van crisis.

Allerlei vormen van pest bedreigen ons; hoe wij met die bedreigingen omgaan, is bepalend voor antwoord op de vraag: zijn wij altijd ook zélf de pest?

Meer Mondo? 
Volgs ons voor dagelijkse cultuurtips op Facebook en Instagram