Herken je dat? Dat je door een theaterstuk, boek, film, schilderij of liedje opeens iets uit de wereld om je heen beter begrijpt? Literair talent van het jaar Iduna Paalman beschrijft maandelijks op Mondo zo'n ervaring.

Cassandra is neerslachtig. Elke dag is hetzelfde: wandelen met haar zoontje, naar het park, bakker, wasserette, terug naar huis, slaapje, repeat. Soms gaan ze langs de dierenwinkel, daar worden sinds kort Japanse dansmuizen verkocht die gefokt zijn op een gebrek in hun evenwichtsorgaan en als een dolle rondjes om hun eigen as draaien. Altijd komt Cassandra de postbode tegen en dat deprimeert haar nog het meest: haar leven loopt geheel synchroon met iemand die letterlijk elke dag dezelfde routes aflegt.

Cassandra is het hoofdpersonage uit het korte verhaal Kersenbloesemtijd van de Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin (1936 – 2004). Een lieflijke titel, maar zoals dat gaat in korte verhalen: daar borrelt iets onder. Cassandra probeert met haar man David te praten, maar die is te druk met zichzelf. En ze wil hem niet afleiden, hij schrijft namelijk een boek, dus als hij vraagt hoe haar dag was zegt ze vrolijk dat de kersenbomen in bloei staan. ‘Het is voorjaar!’

Iduna Paalman

Iduna schrijft poëzie, proza en toneelteksten. In het najaar van 2019 verscheen bij uitgeverij Querido haar lovend ontvangen poëziedebuut De grom uit de hond halen. Vervolgens werd ze door De Volkskrant uitgeroepen tot hét literatuurtalent van het jaar. De komende maanden is Iduna Paalman vaste columnist bij Mondo.

Ik denk vaak aan dit verhaal, de lamlendige eentonigheid die Berlin beschrijft, de wanhoop er niet uit te komen. De afgelopen tijd hoorde ik veel mensen zeggen dat alle dagen op elkaar lijken, maar tegelijkertijd gebeuren er nu dingen die we nooit eerder meemaakten. We zakken diep in onze ligbanken én we zitten op het puntje van onze stoel.

Is eentonigheid een privilege? Is je verschansen in de luxe van verveling een privilege? Word je er onnauwkeurig van, of lui? Zet het je gevangen? Ik herinner me het driftige dagboekschrijven dat ik als kind deed: van elke dag een gedetailleerd verslag, stel je voor dat ik gebeurtenissen vergat. ‘Ik heb de medicijnen van twee patiënten verwisseld,’ vertelde mijn broertje laatst. Hij is verpleger en werkte een dienst van veertien uur. ‘Ging maar net goed. Zodra je voelt dat iets eentonig of vanzelfsprekend is, wordt het gevaarlijk.’

In de korte verhalen van Berlin wordt de eentonigheid telkens listig om zeep geholpen. Een onschuldige pink onder een scherp mes, een vrouw die omhoog roept naar haar geliefde in de vrouwengevangenis, Japanse dansmuizen, en dan, aan het einde van Kersenbloesemtijd, een bestelbusje dat veel te hard de hoek om rijdt. De postbode komt er bijna onder omdat Cassandra met haar wasserettekarretje tegen hem aan botst. Hij kijkt haar voor het eerst recht aan, een blik vol haat, en dan komt dat busje, dat hem maar net ontwijkt.

Eenmaal thuis vraagt David hoe Cassandra’s dag is geweest. ‘Het was heerlijk,’ zegt ze. ‘We hebben onder de kersenbloesem geslapen.’ En ze vervolgt: ‘Op weg naar huis heb ik de postbode vermoord.’ 

Vermoord? Ik lees de passage met het busje nog eens. Nee, die postbode holt toch echt ongedeerd weg. Er is niets gebeurd, Cassandra zal de eentonigheid zelf moeten doorbreken. David reageert natuurlijk nauwelijks op haar opmerking en precies daar gebeurt het: ‘Alsjeblieft, David,’ zegt ze, ‘praat met me.’

Cassandra heeft gelijk: als je wilt dat er iets verandert, moet je je uitspreken. En mijn broertje heeft ook gelijk: onder alles wat eentonig is, borrelt het gevaar.