Antwoorden NWQ 1994

Dit zijn de antwoorden van de allereerste editie van de Nationale Wetenschapsquiz, uitgezonden in 1994.

Hieronder alle antwoorden, 32 stuks maar liefst. Eerst naar de vragen? Klik hier.

Vraag 1: Als je een stukje elastiek uitrekt, dan kost dat eerst weinig inspanning, later meer. Bij het opblazen van een ballon is dat net andersom. Hoe komt dat?

  • De benodigde druk neemt af, want het oppervlak van de ballon wordt bij het opblazen steeds groter

Vraag 2: Operant conditioneren van dieren gebeurt in de wetenschap, in het circus en in de dierentuin. Wat is operant conditioneren?

  • De techniek waarbij gedrag onder controle van een beloning wordt gebracht

Vraag 3: Zonder te morsen giet je in een constante stroom van flinke hoogte suiker op een weegschaal. Om uiteindelijk precies één kilo suiker in de weegschaal te krijgen, moet je stoppen met gieten wanneer:

  • De weegschaal 1 kilo aanwijst

Vraag 4: Wat is blozen?

  • Blozen hangt samen met het uitblijven van een vlucht- of vechtreactie

Vraag 5: De twee buizen van de kanaaltunnel waar treinen doorheen rijden, zijn door kleinere buizen rechtstreeks met elkaar verbonden. Waarom is dat?

  • Om de vorming van luchtkussens voor de treinen te voorkomen

Vraag 6: Bij welke diersoort kun je spreken van een baarvader?

  • Het zeepaardje

Vraag 7: Welke Westvlaamse ontdekking in de 15e eeuw had grote gevolgen voor de ontwikkeling van de Europese schilderkunst?

  • Het gebruik van olieverf

Vraag 8 Hoeveel zwarte gaten zijn er tot nu toe ontdekt in het heelal?

  • Geen

Vraag 9: In Papua Nieuw Guinea komt nu veertig keer meer astma voor dan tien jaar geleden. Wat is de oorzaak?

  • Het toenemend gebruik van beddegoed

Vraag 10: Dendrochronologie is een methode om met behulp van reeksen jaarringen de ouderdom van een stuk hout te bepalen. Deze methode berust op het principe dat de groeiomstandigheden van bomen elk jaar anders zijn. Daardoor:

  • Heeft elke jaarring een andere dikte

Vraag 11: Een halfdoorlatende spiegel is een spiegel die de helft van het invallende licht terugkaatst en de andere helft doorlaat. Twee van dergelijke spiegels staan evenwijdig 10 mm achter elkaar. Op de eerste valt loodrecht een lichtstraal, met een golflengte van 0,5 micron. Hoeveel van deze invallende lichtstraal zal door beide spiegels heen komen?

  • 100 procent

Vraag 12: Welk percentage van het menselijk DNA bevat, volgens de laatste stand van de wetenschap, de genen, die de erfelijke eigenschappen dragen?

  • 2 procent

Vraag 13: Hoe weten pasgeboren baby's waar ze de moedermelk moeten zoeken?

  • Ze gaan af op de geur van de borst

Vraag 14: De beroemde Hope diamant weegt bijna 50 karaat, ongeveer 100 gram. Uit hoeveel elementen bestaat hij?

  • 1

Vraag 15: De eerste uiterlijke veranderingen die een bevruchte eicel ondergaat zijn een aantal delingen, waardoor een groot aantal kleine kiemcellen ontstaat uit de ene grote oorspronkelijke cel. Daarbij vormt zich op een gegeven moment een holte. In het latere lichaam is dit:

  • De anus

Vraag 16: Welke ziekte(n) heeft / hebben sinds 1800 de meeste dodelijke offers gemaakt onder de bevolking van Europa en Noord-Amerika?

  • Tuberculose

Vraag 17: Als de aarde niet om haar as zou draaien maar wel om de zon, dan:

  • Zou een etmaal één jaar duren

Vraag 18: Waarom loopt een ijsbeer bij 20 graden onder nul niet graag harder dan vier kilometer per uur?

  • Als hij sneller loopt, krijgt hij het te warm

Vraag 19: Je organiseert een etentje met tien stellen, elk bestaand uit een man en een vrouw. Vrouwen en mannen moeten om en om zitten en partners worden bovendien uit elkaar gezet. Hoeveel tafelschikkingen zijn er mogelijk?

  • Meer dan 3120

Vraag 20: Ook al poetst hij zijn gebit steeds grondig, toch verliest de ouder wordende mens vaak tanden en kiezen. Dit wordt veroorzaakt:

  • Door het te krachtig poetsen

Vraag 21: Mozes werd in de westerse schilder- en beeldhouwkunst vaak afgebeeld met hoorntjes op zijn hoofd. De oorsprong van deze traditie ligt in:

  • Een verkeerde vertaling van de Hebreeuwse bijbeltekst

Vraag 22: Van krekels wordt wel gezegd dat zij zingen. Hoe doen zij dat?

  • Door met hun vleugels tegen elkaar te wrijven

Vraag 23: In welk rivierengebied zijn bij opgravingen tot nu toe de vroegste aanwijzingen voor landbouw aangetroffen?

  • In het gebied van de Eufraat en de Tigris

Vraag 24: Veel vogels pikken behalve graantjes en zaden ook bewust steentjes (grit) op. Waarom doen ze dat?

  • Om hun voedsel te vermalen

Vraag 25: in 70 voor Christus werd de beroemde Romeinse dichter Vergilius geboren. In 1930 werd de zijn 2000ste geboortedag gevierd. Sommige mensen beweerden echter dat deze berekening niet klopte. Hoe oud zou Vergilius in 1930 geweest zijn?

  • 2000 jaar

Vraag 26: Welke onderdelen van het lichaam worden in aanleg vlak na de conceptie gevormd, veranderen na een paar jaar dramatisch van structuur en houden soms geheel op met groeien, om daarna opnieuw tot ontwikkeling te komen?

  • De haarfollikels

Vraag 27: Als een auto door de bocht gaat, dan:

  • Draaien de wielen in de binnenbocht langzamer dan die in de buitenbocht

Vraag 28: De stier Herman is dankzij de biotechnologie een erfelijk veranderd dier. Bij zijn erfelijke eigenschappen heeft men de menselijke erfelijke eigenschap voor het maken van beschermend eiwit in moedermelk gevoegd. Waar zit bij Herman deze nieuwe eigenschap?

  • In al zijn miljarden lichaamscellen

Vraag 29: Je zit in een roeiboot in een vijver met een zware steen in de boot. Wat gebeurt er met het waterpeil van de vijver als je die steen overboord zet?

  • Het waterpeil daalt

Vraag 30: Een dompteur staat met zijn olifant op een precisie-weegschaal. Bij elkaar wegen zij 5079 kilo. Nu bestijgt hij de olifant. Hoeveel weegt hij nu samen met de olifant?

  • Iets minder dan 5079 kilo

Vraag 31: Al in 1933 ontstond het idee om ongewenst geluid te bestrijden door via een extra luidspreker anti-geluid te maken. Waar de originele geluidsbron de lucht even samenperst, zorgt de extra luidspreker voor uitzetting van de lucht. Dit idee:

  • Wordt al toegepast

Vraag 32: Wat zat er naar alle waarschijnlijkheid in de hutspot die de burgers van Leiden na het beleg van 1572 in de door de Spanjaarden verlaten stellingen aantroffen?

  • Rundvlees, foelie en gember