Vragen NWQ 1999

Dit zijn de vragen van de zesde editie van de Nationale Wetenschapsquiz, uitgezonden in 1999.

Hieronder alle 20 vragen. Meteen naar de antwoorden? Klik hier.

Vraag 1: Waarom is port zoet?

  • Port is wijn waaraan suiker is toegevoegd
  • Port is wijn waaraan alcohol is toegevoegd
  • Port is gemaakt van een extra zoete druivensoort

Vraag 2: Je neemt een halve liter gedestilleerd water en lengt die aan met een halve liter zuivere alcohol, beide uit de koelkast (7 graden Celsius). Direct na het mengen is het mengsel:

  • kouder dan 7 graden en precies een liter
  • 7 graden en iets meer dan een liter
  • warmer dan 7 graden en iets minder dan een liter

Vraag 3: Welke uitspraak heeft binnen de psychologie betrekking op de Wet van Weber?

  • Aan een boom zo vol gehangen mist men één, twee pruimen niet
  • Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht
  • Drie is te veel

Vraag 4: Twee identieke ballonnen zijn met een buisje aan elkaar verbonden. In het midden van dat buisje zit een kraantje. Beide ballonnen zijn opgeblazen, de ene tot een diameter van 25 cm, de andere tot een diameter van 10 cm. Wat gebeurt er als het kraantje wordt opengedraaid?

  • Er gebeurt niets. De ballonnen blijven even groot als ze waren
  • De grote ballon loopt gedeeltelijk leeg in de kleine
  • De kleine ballon loopt gedeeltelijk leeg in de grote

Vraag 5: In de 18e eeuw bloeide de natuurfilosofie. Waarin leeft deze stroming nu nog voort?

  • In de evolutieleer
  • In de natuurwetenschappen
  • In de New-Agebeweging

Vraag 6: Bij verbranding van fossiele brandstoffen wordt zuurstof verbruikt en kooldioxide geproduceerd. Wat heeft dat wereldwijd op termijn voor gevolg?

  • Door een tekort aan zuurstof zal de ademhaling moeilijker worden
  • De oceaan zal verzuren tot beneden een pH van 7
  • De stratosfeer zal afkoelen

Vraag 7: Je kookt groene groente. Welke kookwijze geeft het gezondste resultaat?

  • Opzetten in een gesloten pan met weinig koud water
  • Opzetten in een half open pan met ruim koud water
  • Opzetten in een open pan met ruim kokend water

Vraag 8: Vóór een concert stemt een muzikant zijn fluit. Tijdens de uitvoering wordt het instrument warm door de felle podiumbelichting. Heeft dit invloed op de stemming van zijn fluit?

  • Ja, de toonhoogte stijgt
  • Nee, de toonhoogte blijft gelijk
  • Ja, de toonhoogte daalt

Vraag 9: Waarom is de aarde rond?

  • De aarde draait
  • Het oppervlak van een planeet erodeert altijd
  • De massa van een planeet bepaalt de vorm

Vraag 10: Zes vriendinnen hebben ieder één roddel. Ze bellen elkaar. In elk gesprek wisselen ze alle roddels uit die ze op dat moment kennen. Hoeveel gesprekken zijn er minimaal nodig om iedereen op de hoogte te brengen van alle zes de roddels?

  • Zeven
  • Acht
  • Negen

Vraag 11: Je hebt twee even grote vierkante vellen papier. Van het ene vel maak je een ronde koker, van het andere een vierkante koker. Je zorgt dat de plakranden even breed zijn. In welke koker gaat nu de meeste suiker?

  • Het maakt niet uit, in beide kokers gaat evenveel suiker
  • In de ronde koker gaat meer suiker
  • In de vierkante koker gaat meer suiker

Vraag 12: Bonobo's zijn bijzondere apen. Ze staan misschien wel dichter bij de mens dan de chimpansee. Waaruit blijkt dat onder andere?

  • Ze kunnen figuratief tekenen
  • Ze begraven hun overleden soortgenoten
  • Ze kijken elkaar aan tijdens de copulatie

Vraag 13: Je hangt een massieve bol van 100 gram piepschuim en een massieve bol van 100 gram lood aan een balans. De balans is dus precies in evenwicht. Je herhaalt de proef op de maan. Is de balans dan nog in evenwicht?

  • Nee, de bol van piepschuim zal lager hangen
  • Nee, de loden bol zal lager hangen
  • Ja, ze wegen allebei precies evenveel minder

Vraag 14: Hoe kwam Cicero aan zijn naam?

  • Hij werd wel 'de keizer van het gekwaak' genoemd
  • Hij ontleende zijn naam aan de kikkererwt
  • Hij leek enigszins op een kikker

Vraag 15: Wat houdt de grote diepzeestromingen in de oceanen gaande?

  • De aantrekkingskracht van de maan
  • Ozonvariaties in de stratosfeer
  • Zwaar zeewater

Vraag 16: Wat is de grootste bedreiging voor de wereldwijde communicatie in het jaar 2000?

  • De opwarming van de ionosfeer
  • De zonnewind in de lente
  • De drie nullen in het schrikkeljaar 2000

Vraag 17: Op twee weegschalen staan identieke teilen met water. In één teil drijft een blok. Het waterpeil is in beide teilen even hoog. Welke teil weegt het meest?

  • De teil zonder het blok
  • Ze wegen beide evenveel
  • De teil met het blok

Vraag 18: Wat hebben aambeien en een hernia met elkaar gemeen?

  • Ze zijn beide het gevolg van het feit dat de mens rechtop is gaan lopen
  • Ze worden beide veroorzaakt door een tekort aan foliumzuur.
  • Ze zijn beide stress-gerelateerd

Vraag 19: Als je tegen een kopje koffie tikt terwijl je er poedermelk bij doet, verandert de toonhoogte. Hoe komt dat?

  • Omdat er extra lucht in de koffie komt, verandert de voortplantingssnelheid van het geluid in het kopje
  • Het vet in de melkpoeder verandert de frequentiekarakteristiek van de koffie in het kopje
  • De melkpoeder koelt de koffie af waardoor de resonantiefrequentie van het kopje verandert

Vraag 20: Je laat stroop van een lepel afdruipen in een strooppot. Als je de lepel hoog houdt, is de straal dun; als je hem laag houdt, is de straal dik. Wanneer komt er de meeste stroop in de pot?

  • Als je de lepel laag houdt
  • Als je de lepel hoog houdt
  • Laag of hoog, het maakt geen verschil