VPRO Tegenlicht

Laatste kans voor de euro

De euro lijkt anno 2017 gered. Is dat zo? Financieel journalist Maarten Schinkel schetst de eerste contouren van een Nederland na de euro.

Nu de golf van verkiezingen in Europa voorbij is, lijkt de euro gered. Maar is dat wel zo? In Italië, op dit moment het economisch zwakste Europese land, borrelt een snelgroeiende weerstand tegen de gezamenlijke munt. Uit de euro stappen lijkt in het noorden van Europa daarentegen onbespreekbaar. Desondanks schetst financieel journalist Maarten Schinkel de eerste contouren van een Nederland na de euro.

Maarten Schinkel, journalist voor NRC, neemt poolshoogte en reist van het economisch gehavende zuiden, waar het verzet tegen de euro met de dag groeit, naar het noorden van Europa. De tocht begint in Napels, waar de overblijfselen van muntunies uit het verleden meer gekoesterd worden dan onze huidige euro. Via Rome, waar al wordt nagedacht over een alternatief plan voor als de euro valt, leidt de weg langs de bergtoppen en diepe valleien van de Europese muntunie. Over de grenzen van schulden en baten, langs leegstaande fabrieken en glanzende bankgebouwen, rijdt Schinkel naar de motor van de Eurozone: Duitsland.

In gesprekken met economen, ondernemers, politici en bankiers vormt zich een nieuw beeld van de toekomst van de Europese economie. Wordt die met of zonder euro? De grote vraag die boven de markt hangt: is de Europese muntunie nog wel te handhaven? Waar de Italianen al voorzichtig nadenken over een leven na de euro, lijkt het onderwerp in Noord-Europa haast onbespreekbaar. Maarten Schinkel vraagt zich af met welke munt we in Nederland in de toekomst de rekening betalen: met de oude gulden, de nog te creëren ‘neuro’, of rest er geen andere mogelijkheid dan ons aan te sluiten bij de Duitse mark?

Met onder voorbehoud: Paolo Savona (voormalig minister voor handel van Italië), Hans Werner Sinn (econoom), Casper Breszki (hoofdeconoom ING), Dario Fabbri (geopolitiek onderzoeksbureau MacroGeo) en Carla Ruocco (Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo).