Deze 25-jarige zeilt naar Chili voor het klimaat

, | Rosa Höfgartner

Ruim dertig jongeren uit heel Europa, waaronder Anuna de Wever, zeilen momenteel van Amsterdam naar de grootste VN-klimaattop van het jaar: COP25, in Chili. Rosa Hofgärtner (25), masterstudent klimaatbeleid en ex-stagiair van VPRO Tegenlicht, zeilt mee en doet verslag.

Met zesendertig jonge activisten, wetenschappers, ondernemers, creatievelingen, studenten en young professionals uit heel Europa vertrokken we twee weken geleden per zeilschip van Amsterdam naar Zuid-Amerika.

Voor ons is geen zee te hoog: we willen met het initiatief Sail to the COP de politieke koers veranderen bij de grootste VN-klimaattop van het jaar, COP25, in Santiago, Chili. Onderweg werken we aan concrete voorstellen om duurzame alternatieven op de luchtvaart aantrekkelijker te maken. 
 
 

'hoe hoog het water ook staat, de nieuwe generatie moet hozen'

Mijn zeilervaring is op een hand te tellen: ik heb een keer op een windstille dag rondgedobberd in een zeilboot. Ondanks alle ongeruste blikken en horrorverhalen over andere zeilreizen, twijfelde ik niet lang om met deze groep jongeren de Atlantische Oceaan over te steken naar COP25.

Waarom?

Omdat ik geloof dat jongeren een cruciale rol hebben in het afdwingen van verandering die nodig is om de klimaatcrisis aan te pakken. Dat hun stem vertegenwoordigd moet zijn bij onderhandelingen die gaan over hún toekomst. Zeker op internationaal niveau.

Wereldleiders lijken nog steeds weg te rennen van de klimaatproblematiek als ratten uit een zinkend schip. In Nederland krijgen we nog maar net last van natte voeten, maar is er gelukkig geld voor een extra paar laarzen.

In andere delen van de wereld, waden mensen (soms letterlijk) al tot hun middel in het zeewater. Hoe hoog het water ook staat, het is duidelijk dat het lek nog lang niet is gedicht en dat de nieuwe generatie moet gaan hozen.

meer over het klimaat ↓

individuele gedragsverandering is niet genoeg

Een aantal jaar geleden, aan het begin van mijn bachelor milieuwetenschappen, dacht ik nog dat het voldoende zou zijn om mijn eigen gedrag te veranderen: ik stopte met het eten van vlees en met vliegen, begon mijn afval grondiger te recyclen, kocht zo veel mogelijk tweedehands en weigerde plastic rietjes.

Hoewel ik hier nog steeds achter sta, geloof ik nu niet meer dat dit genoeg is. Ondertussen gaat de temperatuur nog steeds omhoog, brandt zowel de Noordpool als de Amazone, verbranden we elkaar jaar weer meer fossiele brandstoffen. 

De klimaatcrisis vraagt om meer dan individuele aanpassingen. Dat besef is precies wat de 36 deelnemers van Sail to the COP bij elkaar brengt op een zeilschip. Met één doel: om aandacht te vragen voor de klimaatimpact van vliegen en om na te denken over alternatieven.

Zeilen is niet per se hét alternatief op de luchtvaart. Deze zeilreis is enerzijds een symbolische actie die zich anderzijds goed leent om na te denken over het volgende: aan boord van de drijvende denktank werkt de groep zeven weken lang (zeeën van tijd!) aan een visie op een eerlijke en duurzame toekomst van transport.

De trein is nog steeds vaak duurder dan het vliegtuig. De impact op het klimaat zit duidelijk níet in die prijs inbegrepen. Als we de doelstelling van Parijs willen halen (minder dan twee graden opwarming), dan moet ook de luchtvaart eraan geloven. We kunnen er zelf wel voor kiezen om niet meer te vliegen, maar zonder een cultuuromslag en politieke verandering zetten we geen zoden aan de dijk.

'de impact op het klimaat zit duidelijk niet in een vliegticket inbegrepen'

deze mensen varen mee

Sociaal antropoloog Margaret Mead zei eens: ‘Never doubt that a small group of thoughtful, committed citizens can change the world; indeed, it’s the only thing that ever has.’ 

Op dit schip twijfel ik daar niet aan. Lena Hartog, een van de initiatiefnemers van Sail to the COP, verwoordde het mooi: ‘We zijn niet heilig. We hebben allemaal wel eens gevlogen, maar we realiseren ons nu dat we zo niet door kunnen gaan. Dat past niet meer in deze tijd van de klimaatcrisis. Maar in je eentje kom je er niet. Je hebt een groep nodig voor systeemverandering.’

De groep aan boord bestaat uit jongeren, allemaal tussen de 18 en 31 jaar, met elk een ander verhaal. Iedereen draagt zijn eigen steentje bij: sommige deelnemers kennen hun weg bij de internationale klimaatconferenties en zien hun kracht in de subtiliteiten van diplomatie, zoals de Frans-Algerijnse Inès Bakhtaoui (23): ‘Aan de oppervlakte lijken de onderhandelingen misschien saai, maar als je erin duikt, zie je een getrek en -duw in maatpakken. Eén woord in een verdrag kan al het verschil maken.’ 

Anderen zijn nog maar net klaar met de middelbare school, zoals Anuna De Wever (18), het gezicht van Youth for Climate in België, die met tienduizenden stakende scholieren aan haar zijde politici al maanden probeert wakker te schudden.

Er zijn ondernemers met hun eigen start up, zoals Jeppe Bijker (27) uit Nederland, die Greentickets begon. Een aantal experts zijn meegestuurd door partners van de denktank (Climate KIC), zoals Santeri Lehtonen (29) uit Finland, die gelooft dat innovatie de oplossing is voor het klimaatprobleem. 

Er is ook een klimaat-influencer aan boord: Tori Tsui (25) uit Hong Kong en het Verenigd Koninkrijk, die in coole video’s en mooie posts op Instagram uitlegt over de klimaatcrisis en activisme.

Sommigen zijn zelf activist, zoals Justus Könneker (21), student milieuwetenschappen uit Duitsland, die ondanks het pessimisme dat hij ziet binnen de klimaatbeweging, optimistisch blijft over het milieu en haar beschermers. Hij put hoop uit wat een politieagent eens tegen hem zei bij een protestactie: hou nooit op met het voor jezelf en je generatie op te nemen. 

‘ik heb een half beschuitje gegeten, die uitgekotst, en daarna de andere helft gegeten en ook weer uitgekotst’

een ruige, zeezieke start

De nacht voor vertrek slapen we voor het eerst met z’n allen op het schip. Het is nog geen zeven uur ’s ochtends, als Justus de wc uitrent. Door het raampje van het toilet komen de eerste journalisten zich al melden. Het is het begin van een hectische en emotionele ochtend: journalisten, filmcrews, vrienden en familie zijn allemaal afgekomen op het afscheidsfeestje en wisselen elkaar af voor een rondleiding op het schip. 

Ons schip, de Regina Maris, vaart uiteindelijk weg, na de laatste dramatische afscheidsspeeches. Wat de mensen die ons uitzwaaien vanaf de kade niet weten, is dat we die dag de woeste Noordzee niet eens zullen bereiken: na amper twee uur varen, eindigen we in het minder woeste Beverwijk, ruim anderhalve dag. We moeten het schip nog oceaan-klaar maken.

Het moment dat we door de sluis van IJmuiden eindelijk de zee opgaan, dáár hebben we wekenlang naartoe geleefd. Er wordt gejuicht en gelachen. We filmen het met onze telefoons. Maar wat de onervaren zeilers onder ons niet weten, is dat de Noordzee bekend staat om zijn onstuimigheid.

‘Ik heb een half beschuitje gegeten, die weer uitgekotst, en daarna de andere helft gegeten en die vervolgens ook weer uitgekotst’, vertelt Santo mij midden in de storm als ik even een frisse neus haal op het dek.

Het schip is veranderd in een helse kermisattractie; als de rondtollende Villa Volta van de Efteling zonder zitplekken en uitgang. De mensen die nog kunnen opstaan, hebben een emmertje in hun hand en worden in de gang tegen de muur gesmeten.
 

'ik vraag me oprecht af of ik de reis naar Marokko wel ga overleven, laat staan Chili'

verboden: in zee vallen

De zee is zo onstuimig dat we zelfs ons boegbeeld, de Regina Maris, verliezen. Het wordt meegesleurd door een van de golven die tegen het schip aan beukt. Met een man of twintig, een rubberboot, en een vastberaden kapitein die zijn Regina absoluut niet in zee wil achterlaten, wordt ze na een grootschalige ‘man over boord’-actie weer aan boord gehaald.

‘Waar is het plexiglas?’ grapt Rob, een Belgische documentairemaker. Het schip zwenkt zo dat het niet moeilijk is je voor te stellen dat ook een van ons over de lage randen van het schip kan vallen.

Maar dat kan niet, want de vuistregels aan boord zijn als volgt: 1 – het is verboden om in zee te vallen, 2 – hou je altijd ergens aan vast, 3 – ga nooit in je eentje het dek op, 4 – als er dan tóch iemand in het water valt, gooi al het drijvende materiaal (reddingsboeien, zwemvesten, boegbeeld…) dat je kan vinden in zee. Blijf vervolgens naar de drenkeling kijken, maar vooral wíjzen.

Veel mensen kunnen de eerste 24 uur amper een paar meter lopen zonder over te geven. Toch moet er vanaf dag één worden gezeild. Tussendoor, in foetushouding in mijn stapelbed, vraag ik me oprecht af of ik twaalf dagen op zee naar Marokko wel ga overleven. De hele oversteek naar Zuid-Amerika, daar ben ik niet eens meer mee bezig. Laat staan de denktank.

we zijn kapiteins van onze toekomst

Vanuit de industriële haven van Casablanca, vanwaar ik deze laatste paar zinnen op papier zet, kan ik zeggen dat dit allemaal snel beter werd.

Onze lichamen helemaal in sync met de deining van het schip, is het leven aan boord inmiddels ons nieuwe normaal: drukker dan thuis, vullen we onze dagen met het hijsen van zeilen, onderhoud van het schip, wc’s schrobben, maaltijden bereiden, afwassen, elke vijftien minuten kijken of onze zoetwatermaker nog werkt (was tijdelijk stuk midden op zee), ons inlezen voor de denktank en vergaderen.

Af en toe hebben we tijd over om een boek te lezen op het achterdek of om van het uitzicht te genieten in het kraaiennest.

Ik moet denken aan wat Justus zei bij zijn afscheidsspeech op de kade van Amsterdam: ‘Dit is een wereld waarin mensen geen oceanen zouden moeten oversteken om hun stem te laten horen. We zijn geen ratten op een zinkend schip. We zijn kapiteins van onze toekomst.’