Van azc naar een baan: zo werkt het

, Zoë van Alphen

Een kwart van de Nederlandse bedrijven heeft een tekort aan personeel. Het onderwijs, de bouw, de ICT, de zorg: overal zijn mensen nodig. Tegelijkertijd zijn migranten massaal op zoek naar werk. Waarom vinden ze elkaar niet? Deze hoogleraar ziet oplossingen.

Van de ruim zesduizend arbeidsgeschikte asielzoekers in Nederland, zijn er op dit moment maar zo’n tweehonderd aan het werk. Hoe kan dat? 

Tesseltje de Lange, hoogleraar Europees Migratierecht aan Radboud Universiteit Nijmegen, bracht alle regels voor nieuwkomers in kaart. Zij denkt dat er een hoop dingen makkelijker kunnen. 

eerder aan het werk

Allereerst moeten asielzoekers eerder aan het werk kunnen, zegt De Lange. In Nederland mogen asielzoekers nu pas zes maanden na de start van hun asielprocedure beginnen met een baan.

‘Het is belangrijk dat asielzoekers hier eerst tot rust komen voor ze beginnen met werken,’ zegt De Lange. ‘Als je hier wel gelijk aan het werk zou kunnen, dan bestaat de kans dat mensen enkel naar Nederland komen om te werken. Maar de zes maanden die zij nu moeten wachten is toch echt te lang.’

De Lange pleit ervoor dat statushouders twee maanden na de start van hun procedure aan de slag gaan, in haar in 2017 uitgevoerde onderzoek ‘Van azc naar een baan’.

Maar die wachttijd van zes maanden zal voorlopig niet snel veranderen. Het is dus zaak dat asielzoekers daadwerkelijk gaan werken ná die zes maanden, want dat is dus nog niet altijd het geval.

'we lopen talent mis, omdat de maatschappij denkt dat mensen niets toevoegen of niet te vertrouwen zijn'

focus ligt op taal

Een tweede obstakel is volgens De Lange dat er nu te veel gefocust wordt op het leren van de taal. ‘Werken wordt tijdens de asielprocedure niet altijd gestimuleerd door hulporganisaties. De focus ligt op het leren van de taal, terwijl asielzoekers graag gelijktijdig een baantje willen.'

De duur van asielprocedures nam lange tijd af, maar De Lange ziet deze wachttijd nu weer toenemen. Meer asielzoekers zullen na zes maanden dus kunnen en ook wíllen werken. Dat zorgt voor nóg een obstakel.

Zolang zij geen status hebben, moet hun werkgever hiervoor eerst een vergunning aanvragen. De Lange: ‘Deze procedure kan makkelijker, door asielzoekers in een azc standaard een werkvergunning of vrijwilligersverklaring te laten aanvragen. Nu zijn er, naast praktische problemen zoals een taalbarrière, ook voor werkgevers te veel belemmeringen om een asielzoeker te laten werken.’

welke pioniers slaan bruggen tussen migranten en werk? ↓

geïntegreerde aanpak

Dan is er nog een probleem. Verschillende doelen zijn niet goed op elkaar aangesloten. De Lange pleit voor een meer geïntegreerde aanpak van de integratie. In de praktijk blijkt het bijvoorbeeld lastig om de (verplichte) inburgeringscursus en een baan te combineren. 

In Nederland moeten nieuwkomers binnen drie jaar na aankomst de welbekende inburgeringstoets halen. Om deze te kunnen betalen kunnen zij bij DUO een lening afsluiten, die bij het slagen wordt kwijtgescholden. Lukt het niet om de toets binnen drie jaar te halen? Dan moet deze lening worden terugbetaald aan DUO en krijgt de nieuwkomer ook een fikse boete aan zijn broek. 

Er wordt hierbij teveel gefocust op specifieke gevallen en niet naar het grotere plaatje gekeken, zegt De Lange. ‘Er zijn zeker positieve ontwikkelingen, maar er zitten ook ontmoedigende elementen in het systeem.’ 

Ze geeft een voorbeeld. Een jonge statushouder doet precies wat ‘wij’ willen: hij leert Nederlands op het hoogste niveau NT2, een niveau hoger dan bij het inburgeringsexamen wordt geëist, zodat hij daarna economie kan studeren. Omdat hij zijn examen niet in één keer haalt en moet wachten op het herexamen, rondt hij zijn inburgering niet op tijd af. Hij vecht het opleggen van de boete en het terugbetalen van zijn lening aan bij de rechtbank. Die stelt hem in het gelijk.

‘Reken maar dat de statushouders in zijn omgeving zich ontmoedigd voelen door zijn verhaal en genoegen nemen met een lager niveau Nederlands.’

‘er zijn positieve ontwikkelingen, maar er zitten ook ontmoedigende elementen in het systeem’

wat zeggen migranten zelf? we spraken er twee:

Najib (51)

De Syrische Najib vluchtte in 2015 naar Nederland en werkt nu als kleermaker in atelier MADE HERE.

Najib: ‘Bij het leren van de Nederlandse taal en de integratiecursus wordt er geen onderscheid gemaakt tussen jonge en oude mensen. Iedereen zit bij elkaar, terwijl het voor oude mensen een stuk moeilijker is om een vreemde taal te leren.'

Tamer (33)

Tamer vluchtte in 2015 vanuit Syrië naar Nederland en heeft hier inmiddels werk als community manager bij Open Embassy.

Tamer: ‘Goede integratie gaat niet alleen om mensen aan ‘een’ baan helpen: het gaat ook om de juíste baan. Gemeenten willen nieuwkomers uit de bijstand halen, maar als zij een baan ver onder hun niveau uitvoeren, stoppen ze en raken ze gedemotiveerd. Ze hebben ook uitdaging en ontwikkeling nodig. Stel je was dokter. Dan heb je tien jaar in je eigen land gestudeerd, vijftien jaar gewerkt, en dan zeggen ze hier: ga maar naar het HBO, en studeer nog maar even vier jaar…’

toekomstperspectief

Statushouders krijgen doorgaans een tijdelijke verblijfsvergunning van vijf jaar, wat voor veel onduidelijkheid zorgt over hun toekomstperspectief. Werkgevers willen vanwege die onzekerheid dan ook minder snel met statushouders in zee gaan.

De Lange is nu, twee jaar na het onderzoek, minder pessimistisch over deze onzekerheid dan ten tijde van het onderzoek. ‘De onzekerheid lijkt op het moment iets minder groot,’ zegt ze. ‘Veel Syriërs hebben een permanente verblijfsvergunning gekregen, wat voor hen een enorme opluchting is. Voor andere groepen, zoals voor Turkse asielzoekers, blijft die onzekerheid wel een issue.’

discriminatie

Ook discriminatie is een hardnekkig probleem, merkt De Lange. ‘We lopen hier in Nederland talent mis, doordat onze maatschappij nog steeds in de veronderstelling is dat mensen niets toevoegen of niet te vertrouwen zijn. We duiden mensen altijd aan als "de ander".'

'Vluchtelingen blijven altijd vluchtelingen en worden nooit helemaal als Nederlander gezien. Als een Nederlander met Marokkaanse roots wordt veroordeeld, is het altijd de Marokkaan, en niet gewoon een Nederlander. Als we die manier van aanduiden blijven gebruiken, blijven mensen dat normaal vinden.’

'we hebben mensen nodig die zeggen “We gaan dit doen, we gaan dit regelen”'

actievere rol gemeenten

Het gebrek aan vertrouwen waar De Lange eerder aan refereerde sijpelt op vele vlakken door in het systeem, ook bij sommige ambtenaren die over de bijstand van statushouders gaan.

De Lange: ‘De ambtenaren die bij gemeenten de bijstand op hun bordje hebben liggen, hebben soms de verkeerde mindset. Ze zien de bijstandsontvanger alsof het een steuntrekker is. Het heeft geen zin om het mensen te verwijten dat ze in de bijstand zitten, maar helemaal niets doen met ze werkt ook niet. Gemeenten mogen hier een actievere rol in nemen.’ 

De integratie van migranten komt ook steeds meer bij gemeenten terecht. Nieuwkomers zijn daarmee afhankelijk van de politieke kleur van het college van de gemeente waar ze terecht komen. 

De Lange: ‘Het ligt er maar net aan welke ambtenaar je treft. Als ambtenaar kan je veel doen voor nieuwkomers, maar dan moet je het wel echt zelf doen. We hebben daarvoor mensen nodig die zeggen “We gaan dit doen, we gaan dit regelen”. Kwartiermakers zijn cruciaal in deze samenleving.'

Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt zijn er al een hoop mooie projecten ontstaan om migranten aan een baan helpen. Zo gingen gevluchte leraren in Amsterdam de schoolbanken weer in om uiteindelijk zelf weer voor de klas te kunnen staan. En ook Bouwend Nederland, de organisatie van bouw- en infrabedrijven, werkt onder andere samen met Vluchtelingenwerk Nederland om tekorten in de bouwsector te ondervangen. 

De Lange vraagt zich echter wel af hoe duurzaam deze banen zijn, gezien de flexibilisering van de arbeidsmarkt. En alle daarbij komende onzekerheden. 

nieuwe inburgeringswet

In de toekomst ligt de inburgering, met de invoer van de nieuwe inburgeringswet in 2021, nog meer bij de gemeenten. Zij worden verantwoordelijk voor het regelen van de inburgering, iets wat nu bij de nieuwkomer zelf ligt, met bijvoorbeeld de lening voor de integratiecursus bij DUO.

De inburgering start met deze wet gelijk vanaf het begin van de asielprocedure met voor iedere asielzoeker een eigen inburgeringsplan, met als doel dat nieuwkomers sneller kunnen meedoen in de samenleving, sneller hun weg naar betaald werk vinden en al doende leren.

Het onderzoek 'Van azc naar een baan' van Tesseltje de Lange is mogelijk gemaakt door Instituut GAK.