De beloftemachine van de FIFA

, Rudi Boon en Karen Schoonbee

Zuid-Afrika zou door het WK opbloeien. Dé kans voor de bevolking om zich uit de armoede te ontworstelen. Maar alleen Budweiser mag bier verkopen, en dan ook nog eens belastingvrij.

Rod Solomons was een ambtenaar zoals je die wel vaker tegenkomt in landen middenin een veranderingsproces. In vroeger dagen had hij nooit directeur Sport en Recreatie van de Westelijke Kaapprovincie kunnen worden. En nu hij dat was, kon van hem moeilijk worden verwacht iets als vanzelfsprekend aan te nemen. Staand beleid, dat overal ter wereld voor negentig procent de beleidsbeslissingen dicteerde, was er niet. Alles moest op de schop. Zijn sector stond er net zo beroerd voor als het onderwijs, de volkshuisvesting en de arbeidsmarkt, hoe de steden in elkaar zaten en waar de stadions stonden. Namelijk alleen te begrijpen vanuit de logica waarmee destijds hier de rassenscheiding was georganiseerd. Nu die was opgeheven, viel des te meer op hoe volstrekt onpraktisch en ondoelmatig het land was ingericht.

Op de Kaapse Vlakte, waar de meeste mensen van de West Kaap woonden, vond je de minste sportvoorzieningen. Faciliteiten voor voetbal, de favoriete sport onder de “voorheen gemarginaliseerde bevolking”, bestonden uit een paar verouderde stadions op een bevolking van een paar miljoen; in de townships werd gevoetbald op blote voeten in de modder. Daarentegen stonden er voor rugby en cricket (historisch favoriet bij de negen procent blanken in het land) kris kras door het land riante stadions.

Aanvankelijk werden in het Zuid-Afrikaanse Bid Book dan ook vooral rugby stadions voorgesteld waar in 2010 om de wereldbeker zou worden gevoetbald. In Kaapstad was de keus gevallen op het vermaarde Newlands rugby stadion, gelegen te midden van de zuidelijke voorsteden tegen de hellingen van de Tafelberg. Dit zou tegen relatief bescheiden investeringen acceptabel gemaakt kunnen worden voor de FIFA, de wereldvoetbalorganisatie. Zolang de race om het WK nog niet gelopen was en er nog de nodige twijfels weggenomen moesten worden of een Afrikaans land zo’n mega sport gebeurtenis wel aan zou kunnen, leek dat een veilige keus. Laat zien waar je goed in bent! Dan gaan we dus weer een rugby stadion upgraden, dacht Rod Solomons. Nog meer investeren in een toch al welvarend, historisch blank gebied met een hoog gemiddeld inkomen en een werkloosheid van nog geen drie procent. Dat moest anders kunnen.

De plannen lagen er. Al vóór Zuid-Afrika in de race was voor het WK, was er op de West Kaap een intensieve consultatie van alle betrokken partijen geweest over de renovatie van een bestaand voetbalstadion in Athlone. Historisch een arbeidersbuurt voor kleurlingen, met nog altijd 20 procent werkloosheid en levend onder de armoedegrens, en binnen bereik van de miljoenen krotbewoners op de eindeloze Kaapse Vlakte, waar de echte voetballiefhebbers woonden. Gemeente en Provincie hadden al investeringen gedaan. Het stadion van Athlone stond in het Bid Book aangemerkt als trainingsfaciliteit. Dus waarom de zaken niet omgedraaid? Newlands kon wel trainingsfaciliteit worden; Athlone zou, na renovatie en aanpassing, aan de FIFA worden voorgedragen als hét WK-stadion van Kaapstad.

Een paar overheidsgebouwen van Solomons vandaan zat zijn collega Gert Bam, eveneens directeur Sport en Recreatie, maar dan van de gemeente Kaapstad. Beiden waren vanuit hun functie tevens project coördinator WK 2010. Net als Solomons had Bam deze functie in het verleden nooit kunnen bekleden en beiden waren er rotsvast van overtuigd dat dit eerste wereldkampioenschap voetbal in Afrika een ontwikkelings-WK moest worden. Tijdens een inspectiebezoek van de FIFA in juli 2005 werd het Athlone stadion voor het eerst aan de delegatie uit Zürich voorgelegd. Deze afwijking van het Bid Book viel niet in goede aarde: wat wilde Kaapstad nou!

Wilde Kaapstad met Athlone een schijn van kans maken bij de FIFA, dan moest er een Business Case komen dat stond als een huis. Er vonden verschillende bijeenkomsten plaats op het bureau van de burgemeester van Kaapstad. De premier van de West Kaap was erbij, de landelijke 2010-coördinator en meestal een of meer van de provinciale en de landelijke ministers voor Sport en Recreatie. Rod Solomons en Gert Bam waren de aangewezen ambtenaren om alles op een rij te zetten. Vanzelfsprekend de opwaardering van het stadion tot 48.000 zitplaatsen, om tegemoet te komen aan de eisen die de FIFA voor een kwart finale stelde (aan meer dan dat werd toen nog niet gedacht). Met minstens even grote gedrevenheid werd de infrastructurele ontsluiting van het gebied aan de orde gesteld. Onder meer door de Klipfontein Corridor, waarmee zou worden bereikt dat geïsoleerde zwarte woonoorden als Khayelitsha en Guguletu nu eindelijk met de stad en haar voorzieningen verbonden zouden worden. Op deze achtergestelde omgeving waar nog nauwelijks geprofiteerd was van de veranderingen in Zuid-Afrika, zou dat een grote sociaaleconomische impact hebben. Met directe gevolgen voor de lokale economie, in het bijzonder de kleinere, zwarte bedrijven. Hier moest een thuishaven voor voetbal komen, katalysator voor de sportbeoefening in de townships, met een hoopvol ontwikkelingspotentieel voor de Kaapse Vlakte als geheel.

Met dit plan, gepresenteerd als puntgaaf voorbeeld van positieve legacy, duurzame nalatenschap, van het wereldkampioenschap voetbal, overtuigden ze de Provinciale premier en zijn regering, de burgemeester en haar medebestuurders, het Organiserend WK-comité, de aartsrivalen ANC en Democratische Alliantie, de sportorganisaties in de West Kaap. Allemaal.
“Dit zou een einde hebben kunnen maken aan het bestaan van Kaapstad als twee steden”, zegt Gert Bam, die inmiddels van het 2010-dossier is afgehaald. “Het moest alleen nog even aan de FIFA worden uitgelegd”, zegt Rod Solomons, nu werkloos thuis in Pinelands.

Wie precies als eerste onder de bekoring kwam van Green Point is niet meer te achterhalen. ‘Een FIFA-delegatie was van mening dat met de keuze voor Athlone of Newlands, Kaapstad zichzelf te kort zou doen als potentiële locatie van wereldklasse voor mega evenementen, toerisme en investeringen”, aldus huidig WK2010-coördinator Laurine Platsky. “Daarentegen vonden ze Green Point de ideale plek”. Volgens de getuigenis van Laurine Platsky toonde de FIFA-president zich onder de indruk van de vergezichten rond Green Point. Kaapstad zou “het gezicht van WK 2010” kunnen worden. Dan zou hier natuurlijk wel een halve finale gespeeld moeten worden, in plaats van de kwart finale zoals gepland. Voor een halve finale eiste de FIFA een capaciteit van 65 000 zitplaatsen.

Maar de eisen die aan een stadion voor een halve finale werden gesteld, waren een onhaalbare kaart. Al in de eerste berekeningen liepen de kosten tot boven de 1 miljard Rand (100 miljoen euro), drie keer zoveel als de renovatie van Athlone en vier keer die van Newlands. Premier Rasool complimenteerde zijn ambtenaren Solomons en Bam voor hun gedegen rekenwerk: “Onze keuze voor Athlone is glashelder.” Maar hij voegde daaraan toe: “Je moet er rekening mee houden, dit gaat niet door emoties worden beslist.”

Deze raadselachtige woorden – ontwikkelingsoverwegingen behoorden blijkbaar tot het rijk der emoties- zouden achteraf gezien het keerpunt markeren. Een paar weken later werd van Rod Solomons het driejaarlijks contract, dat in Zuid-Afrika voor zijn soort functies gebruikelijk is en doorgaans automatisch wordt verlengd, zonder opgaaf van redenen stopgezet. Hij had de post tien jaar bekleed. Gert Bam bleef aan maar zou niet meer gaan over het dossier “2010”. In haar nadagen ging de ANC-burgemeester overstag en koos voor het nieuw te bouwen stadion in Green Point, gebruik makend van het feit dat de hele gemeenteraad op verkiezingscampagne was.

Dat de nieuwe burgemeester van Kaapstad die op 16 maart 2006 aantrad weleens roet in het eten zou kunnen gooien, had FIFA-baas Sepp Blatter goed gezien. Waar hij niet op had gerekend was, dat Helen Zille zich niets van het door hem gecreëerde voldongen feit zou aantrekken. Daags na haar aantreden zette ze alle voorbereidingen stil en gelastte nieuwe berekeningen. De uitkomst liet vier maanden op zich wachten en was vernietigend voor de FIFA-favoriet. Het Green Point Stadion scoorde op de belangrijkste criteria –financieel, ontwikkelingspotentie, toekomstige exploitatie- het slechts van allemaal. De bouw van dit halve finale stadion zou minstens 300 miljoen euro gaan kosten, voor een capaciteit van zeventig duizend zitplaatsen. In een voetbalsituatie waar lokale wedstrijden niet meer dan duizend supporters trekken, en de paar jaarlijkse topduels hooguit vijftien duizend.

We weten inmiddels dat de kosten van het Stadion van Kaapstad, zoals het voltooide Green Point is herdoopt, met vijftig procent gestegen zijn tot 451 miljoen euro. Als we eenzelfde kostenstijging toepassen op de twee alternatieven, dan zie we dat het opwaarderen van Athlone 160 miljoen euro zou hebben gekost en het opwaarderen van Newlands 114 miljoen. Met andere woorden, de keuze van Green Point boven Athlone scheelt 291 miljoen euro, de keuze van Green Point boven Newlands scheelt 337 miljoen euro. Dat is de prijs van 55 000 à 65 000 nieuwe township-woningen. Daarmee kan ruim een kwart miljoen inwoners op de Kaapse Vlakte onder de golfplaat vandaan worden gehaald.

In de beroepsprocedure die in 2007 voor het Hooggerechtshof diende tegen de besluitvorming rond Green Point, werd ook Danny Jordaan van het Organisatie Comité, onder ede gehoord. Daarin zei Jordaan het volgende: “Het kwam het Organisatie Comité voor dat het voorstel om Athlone als WK-locatie te gebruiken voortkwam uit de wens om bepaalde sociale verbeteringen voor Kaapstad te realiseren, als legacy van WK 2010. Het zal duidelijk zijn dat voor het Organisatie Comité altijd alleen van belang is geweest of de voorgestelde stadions in overeenstemming waren met de eisen van de FIFA. Het is deze overweging die beslissend is geweest voor onze keuze van speelsteden en stadions.”

Anders gezegd: het Organisatie Comité heeft geen boodschap aan het legacy-verhaal. Dat is mede hierom een onthullende mededeling, omdat van het Organisatie Comité maar liefst zes minister van de regering van Zuid-Afrika deel uitmaken. Als deze zes ministers al geen boodschap hebben aan het legacy-beleid, bestaat zo’n beleid dan eigenlijk wel? Namens wie spreekt het Organisatie Comité?

Een paar weken geleden werd in het kader van een andere juridische procedure de Organisatie Overeenkomst bekend gemaakt die FIFA met de Zuid-Afrikaanse voetbalbond heeft gesloten. Daarin zijn nauwkeurig taken en verplichtingen van het Organisatie Comité vastgelegd. In een toelichting op deze overeenkomst zei Danny Jordaan: “Het Organisatie Comité heeft de algehele verplichting alles na te laten dat inbreuk kan maken op de marketingrechten van FIFA, die breed gedefinieerd zijn, of die van haar commerciële partners.” De eisen die FIFA stelt dienen niet alleen het welslagen van het WK, vervolgde Jordaan, “maar zijn ook bedoeld om zeker te stellen dat het merk FIFA World Cup TM, waarin FIFA zo veel heeft geïnvesteerd, wordt versterkt, en niet verzwakt.” Het Organisatie Comité kon volgens Jordaan dan ook niet onder de verplichting staan om bepaalde grondwettelijke beginselen zoals Black Empowerment te hanteren. Hij sprak van een “vrijwillige verplichting” tegenover deze postapartheid wetgeving, die overigens onbekommerd als kroonjuweel van de WK-legacy wordt gepresenteerd. “Het Organisatie Comité zal waar mogelijk proberen deze verplichtingen na te leven, hoewel het daartoe wettelijk niet verplicht is.”

De deelname van de regering met zes ministers aan dit Organisatie Comité roept dus vragen op over de constitutionele toelaatbaarheid van haar handelen. Vreemd genoeg voor een land dat terecht zo trots is op zijn nieuwe grondwet, heeft niemand die vragen aan de orde gesteld. Dat zegt veel over de collectieve blikvernauwing die het eeuwige bijverschijnsel van mega sport gebeurtenissen lijkt te zijn. De praktische betekenis van het labyrint aan FIFA-overeenkomsten waarin Zuid-Afrika zich heeft laten verstrikken, is niet minder dramatisch. Een van de belangrijkste taken van de regering, het zorgvuldig afwegen van de belangen van een private partij tegen die van het publieke belang, zou haar op contractbreuk komen te staan.

Op haar beurt lijkt de FIFA, door alle verantwoordelijkheid in handen te leggen van louter Zuid-Afrikaanse organen, volmaakt afwezig te zijn als handelende, aanspreekbare en ter verantwoording te roepen partij. FIFA zou slechts globale technische criteria formuleren en geen steden en stadions kiezen, aldus Jordaan. Dat is in zoverre waar dat het Organisatie Comité de kanshebbende steden net zolang vormt en kneedt totdat er een pakket ligt dat FIFA-proof aan de wereldvoetbalorganisatie kan worden aangeboden. Maar vervolgens valt de beslissing in Zürich. Zoals artikel 4.6 uit de Organisatie Overeenkomst stelt: “FIFA heeft de uiteindelijke en finale beslissingsmacht over alle zaken relevant voor het organiseren van het kampioenschap”.

Op 20 juli 2006 maakte burgemeester Helen Zille plotseling bekend dat de keuze voor het WK-stadion in Kaapstad definitief op Green Point was gevallen. Volgens haar eigen berekeningen het duurste en minst gewenst.

Uit: De Groene Amsterdammer 2010

Dit artikel is gebaseerd op research voor de documentaire Trade Mark 2010 (Tegenlicht, VPRO) en voor Public loss, FIFA’s gain: How Cape Town got its ‘white elephant’, in: Player and Referee (uitg. Institute for Security Studies, Kaapstad). Met dank aan Stefaans Brümmer, Gerko Wessel, Stefano Bertacchini en Ymke Kreiken.

advertentie