Nu het moeilijker is geworden om met belastingtrucs internationale bedrijven naar ons land te lokken, schuift Nederland de rechterlijke macht naar voren om bedrijven aan te trekken. In onze rechtbanken spelen jaarlijks naar schatting zeker duizend tot tweeduizend zaken die vrijwel niets met Nederland te maken hebben; vaak aangespannen door bedrijven die hier alleen met een brievenbus zijn gevestigd. Dat zijn gemiddeld vier tot acht rechtszaken per dag.

De service aan brievenbusbedrijven kost de rechterlijke macht volgens een conservatieve schatting jaarlijks zeker 33 tot 66 miljoen euro, berekent Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico. Dat bedrag is één tot twee keer het gehele begrotingstekort van de Nederlandse rechtspraak, die geplaagd wordt door capaciteitsgebrek en financiële tekorten. De overheid blijft het rechtspraaktoerisme niettemin ondersteunen. In Amsterdam is daar zelfs een speciaal hof voor opgericht: het Netherlands Commercial Court.  

Investico dook voor Argos en De Groene Amsterdammer in de geschillen tussen buitenlandse partijen en onderzocht wat Nederland zich op de hals haalt. We vonden conflicten tussen een Kazachs staatsbedrijf en het grootste olie- en gasbedrijf van Moldavië, en tussen een Russisch staatsbedrijf en een Rusissche wodkaondernemer. Rechters werken momenteel aan een uitspraak in een zakelijk conflict van Rinat Akhmetov, de rijkste oligarch van Oekraïne, en over een echtscheidingszaak in de familie Zubitski, een van de rijkste families van Rusland. 

De Nederlandse rechters moeten zich in dit soort zaken buigen over deals die gesloten zijn naar Russisch, Oekraïens, Cypriotisch of Libanees recht. Anders Åslund, adjunct-professor bij het Centrum voor Euraziatische, Russische en Oost-Europese Studies aan de Universiteit van Georgetown, vindt het onverstandig dat Nederlandse rechtbanken dit soort zaken accepteren. ‘Westerse rechters kunnen niet overzien waar ze in betrokken worden.’ 

In Groot-Brittannië bleek eerder dat vooral oligarchen en zakenlieden afkomstig uit de voormalig Sovjet-staten naar westerse rechtbanken komen omdat ze die in eigen land vanwege corruptie niet vertrouwen. Nu vonnissen van het Verenigd Koninkrijk door de Brexit niet meer automatisch in de hele Europese Unie ten uitvoer gebracht worden, wil Nederland deze functie overnemen. ‘Het gaat vaak om zaken tussen twee Russische oligarchen waarbij de een gestolen geld van de ander steelt’, zegt Bill Browder, een Amerikaanse zakenman die rijk werd in Rusland en mensenrechtenactivist werd toen zijn advocaat in een Russische gevangenis werd gemarteld en stierf. Wanneer westerse rechtbanken dit soort zaken accepteren ‘zetten zij rechters in een positie waarin zij onbewust illegale activiteiten legitimeren. Wanneer zij besluiten wie de buit krijgt, legitimeren ze de roof die eraan ten grondslag ligt.’

Goedkoop procederen

Buitenlandse partijen betalen in grote zaken maximaal vierduizend euro aan griffierecht, terwijl de werkelijke kosten minstens een factor acht hoger liggen. Dat is een conservatieve schatting: in dit soort zaken komt het geregeld voor dat er honderden bewijsstukken of kratten vol dossiermappen worden aangedragen. Een rechter vertelde dat hij met één zaak anderhalf jaar lang wekelijks ‘vele uren’ bezig was, en dat een van de vijf juridisch medewerkers van zijn afdeling er in die periode de helft van al zijn tijd aan besteedde. Zo zorgen complexe internationale zaken ervoor dat de rechtbanken, die toch al kampen met tijdsgebrek, minder tijd hebben voor reguliere zaken.  

Wat haalt Nederland zich op de hals? Hoe kunnen onze rechters een oordeel vellen over conflicten die duizenden kilometers verderop spelen, in landen waar documenten worden vervalst, rechters worden omgekocht en getuigen worden vermoord? 

Lees hier hoe we hebben gerekend

Hoeveel buitenlandse zaken precies voor de Nederlandse rechter komen is onduidelijk; de Raad voor de Rechtspraak administreert ze niet als zodanig. Wel blijkt uit cijfers van de Raad dat er jaarlijks zo’n tweeduizend civiele handelszaken worden gevoerd waarbij een van de twee partijen een buitenlands bedrijf is. Of het bij deze conflicten overwegend gaat om rechtszaken tussen oligarchen, of tussen bijvoorbeeld een Duitse en Nederlandse ondernemer, is op basis van de cijfers niet te zeggen. Conflicten tussen Nederlandse brievenbusbedrijven en tussen buitenlandse bestuurders worden in deze cijfers niet meegenomen.  

We hebben met verschillende zoektermen vonnissen van buitenlandse handelszaken op rechtspraak.nl in kaart gebracht. Voor 2019 kwamen we op 45 vonnissen. Aangezien op rechtspraak.nl slechts 4,6 procent van alle vonnissen wordt gepubliceerd, kunnen we die 45 extrapoleren naar 978 zaken in 2019. Zo komen we op een schatting van 1000 tot 2000 buitenlandse handelszaken per jaar. Voor berekening van de kosten zijn we uitgegaan van de tarieven van het Netherlands Commercial Court, omdat die tarieven volgens de Raad voor de Rechtspraak kostendekkend zijn.