Geritualiseerd misbruik is de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben, waarbij daders en slachtoffers opgroeien in het belang van de criminele organisatie. Dat zegt Bas Kremer, bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld. ‘Er is nauwelijks erkenning en ondersteuning voor hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

‘Transgenerationeel Georganiseerd Geweld’, wat is dat?
‘Geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Ouders uit beschadigde gezinssystemen dwingen hun eigen kinderen tot prostitutie. Criminele netwerken maken gebruik van deze gezinssystemen. Dat zien we negen op de tien keer ook bij geritualiseerd misbruik. Logisch, want we hebben het bij ritueel misbruik over georganiseerd misbruik dat al van kleins af aan begint: misbruik van baby’s en peuters. Dat kan haast alleen als de ouders daar een (faciliterende) rol in hebben.’ 

Bas Kremer

is bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld, een onderzoeksbureau naar georganiseerd misbruik opgericht door hulpverleners met verschillende achtergronden. Daarnaast heeft hij een eigen praktijk in Groningen. 

Hoe zou zo’n netwerk er volgens cliënten dan uitzien?
‘Het lijkt alsof er een kleinere, gesloten groep is waar kinderen worden gedresseerd om zo goed mogelijk te kunnen functioneren binnen het misbruik. Dat betekent dat kinderen leren om stil te zijn als ze heel erg bezeerd worden. Blijven lachen, terwijl ze bezeerd worden. Nooit iets zullen zeggen, zodat ze door een buitenstaander veilig misbruikt kunnen worden. Daarnaast is er een netwerk van pedoseksuelen. Kinderen worden verhandeld voor seks en er wordt kinderporno gemaakt. Dit is het verdienmodel.’ 

Gelooft u iedereen die zich als slachtoffer bij het Kenniscentrum meldt?
‘Dat vind ik een lastige vraag. Er melden zich bij het Kenniscentrum wel eens mensen die willen getuigen, en die duidelijk paranoïde en psychiatrisch zijn. Dat maakt waarheidsvinding lastig. Tegelijkertijd kan het zijn dat iemand iets heeft meegemaakt, waardoor hij of zij zo verward is geworden. Van slachtoffers horen we dat de netwerken gebruik maken van manipulatie. Daders dragen duivelskostuums of politie-uniformen. Kinderen krijgen LSD of andere drugs waarvan ze gaan hallucineren, waardoor hun waarneming verandert en de zintuigen niet meer te vertrouwen zijn.’ 

Hoe bent u zich hiermee bezig gaan houden?
‘Ik werkte in de psychiatrie, op de behandelafdeling. Daar werden begin jaren negentig twee vrouwen opgenomen die begonnen te vertellen over ritueel misbruik. Er kwamen allerlei ‘alters’ (alternatieve persoonlijkheden, red.) naar voren, en ze hadden herbelevingen. Dan zag je dus een kind-alter van vier of zes jaar, die voor je ogen herbeleefde dat ze werd verkracht. Het is alsof iemand dat volledig opnieuw beleeft. Het was de eerste keer dat ik zoiets zag. Ik had nooit van ritueel misbruik gehoord.’ 

Hel 
Nachten zijn oorlog 
Vertrouwen verraad 
Vaders daders 
Moeders kwaad 

Er zijn geen woorden 
voor wat normaal te boven gaat 
Wij zijn niet ziek, gewond 
niet gek, gevaar 
en veiligheid is iets 
dat niet bestaat
 

Wat doet het Kenniscentrum?

‘Het Kenniscentrum TGG doet onderzoek naar georganiseerd seksueel geweld in Nederland. Daarnaast probeert het kenniscentrum de expertise binnen de hulpverlening te vergroten door voorlichting te geven, symposia te organiseren en supervisie te bieden aan hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

Het Kenniscentrum TGG heette eerst ‘Alternatief Beraad’. Waar kwam die naam vandaan?
‘Dat heeft te maken met de reden waarom we ons Kenniscentrum hebben opgericht. ‘Alternatief Beraad’ was een geuzennaam. In 1994 was er een Werkgroep die onderzoek deed naar het voorkomen van Ritueel Misbruik in Nederland. Zij adviseerden dat ‘gegeven de ernst en de gevoelde problematiek […[ aanleiding bestaat om een Beraad in het leven te roepen. Dit is [..] van belang om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen – in de literatuur, maar vooral ook in de praktijk.’

Dat Beraad is er niet gekomen. Wij waren als hulpverleners geschokt door de ervaringen die we hadden met cliënten met Ritueel Misbruik-ervaringen. We zochten steun bij elkaar en wilden ook onderzoek hiernaar doen. Dus vormden we een Alternatief Beraad.’

Waarom hebben jullie de naam veranderd?
‘We zijn inmiddels vijfentwintig jaar verder. Wij zijn geen ‘alternatieve’ groep meer. We volgen deze problematiek nu meer dan vijfentwintig jaar en houden ook de ontwikkelingen in binnen- en buitenland bij.’ 

Waarom gebruiken jullie niet de term ‘Ritueel Misbruik?’
‘Hoe meer onderzoek we doen, hoe meer we de rituelen als een middel zien om kinderen onder controle te houden. We zien bijvoorbeeld dat vergelijkbare rituelen worden gebruikt bij Christelijke en Satanische groeperingen. Het gaat maar beperkt om de ideologie, en veel meer om de macht die ze ermee krijgen.’ 

‘Als we het over de rituelen hebben, noemen we het geritualiseerd misbruik. We zien echter dat kinderen naast het geritualiseerde misbruik ook gebruikt worden voor kinderporno of kinderprostitutie. Vandaar dat we de nadruk willen leggen op álles wat er met de kinderen gebeurt. De basis daarvoor ligt bij het geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven: transgenerationeel georganiseerd geweld, dus.’ 

Is het riskant om je als therapeut bezig te houden met geritualiseerd geweld?
‘Ja. In eerste instantie is er het risico op secundaire traumatisering. Je krijgt – zeker als mensen een herbeleving krijgen – het misbruik eigenlijk in directe lijn te zien. Heel gruwelijk, alsof je moet toezien hoe een peuter wordt misbruikt. Dat heeft mijn leven ook wel gekleurd, ik was dat liever niet tegengekomen.’ 

‘Daarnaast hebben we mogelijk te maken met een zware vorm van criminaliteit. En dat terwijl daar nauwelijks erkenning voor is, of beleid, of ondersteuning van buiten. In die zin vind ik het ook wel eng om dit interview te geven.’

Bent u daar bang voor? Of bent u bang om voor gek te worden verklaard?
‘Daar ben ik ook bang voor. Het gebeurt ongetwijfeld en deels snap ik dat. Als ik mezelf soms dingen hoor zeggen denk ik ook: het is nauwelijks voor te stellen.’

Krijgen therapeuten wel eens bedreigingen?
‘Ja, ik weet bijvoorbeeld dat een therapeut een stervende duif voor de praktijkdeur vond, toen hij naar buiten liep aan het einde van de therapiesessie. Die duif was aangeprikt, bloedend. Met de veren eromheen gedrapeerd.’ 

Uit recent wetenschappelijk onderzoek in Duitsland komt naar voren dat hulpverleners die te maken hebben met ritueel misbruik in een isolement zitten en verhoogde kans op een burn-out hebben. Herkent u dit?
‘Dat verbaast me helemaal niets. Ik denk dat bijna iedereen die hiermee wordt geconfronteerd wel zo’n periode heeft. Het is belastend en confronterend. Als dit klopt hebben we te maken met de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben. En als we dat proberen aan te kaarten gebeurt er niks. Ik noem het wel eens een les in machteloosheid. Het is één van de redenen waarom ik voor het Kenniscentrum werk. Wij proberen de kennis te vergroten door symposia, we nodigen mensen uit om intervisie te hebben met elkaar. Juist om het isolement zo klein mogelijk te houden.’

Heeft u wel eens overwogen om dit onderwerp de rug toe te keren?
‘Ja, dat heb ik ook een tijdje gedaan. Ik ben er zo’n vijf jaar uit geweest. Maar ik zie het wel als georganiseerd misbruik van kleine kinderen dat hier in Nederland plaatsvindt, waarvan ik bang ben dat het echt bestaat. Dan heb ik zoiets van: dit is wel mijn vak. Ik kom dit tegen. Daar doe ik nu toch mijn verhaal.’ 

Veel therapeuten die zich bezighouden met geritualiseerd misbruik zijn Christelijk. Hoe komt dat? 
‘Ik ben zelf niet opgevoed met God of de duivel. Ik geloof eigenlijk ook steeds minder dat alle daders in die ideologie geloven. Volgens mij gebruiken ze die ideologie om macht te krijgen. 

Binnen ons kenniscentrum is de helft christelijk, en de helft niet. We zien allemaal dat het om een kwaadaardig netwerk gaat dat aan mensenhandel doet. Misschien dat therapeuten die in God geloven eerder openstaan voor verhalen over Satanisme. Of andersom: als je gevangen zit in een netwerk van Satan, dan hoop je misschien op een oplossing van God.’ 

Mensen die stellen dat ritueel geweld in Nederland niet bestaat, zeggen vaak dat de herinneringen kunnen zijn aangepraat in therapie. Gebeurt dat inderdaad?
‘Mijn ervaring en die van collega’s is juist tegenovergesteld. Hulpverleners melden zich bij ons omdat ze met iets worden geconfronteerd waar ze geen weet van hadden, en wat ze nauwelijks kunnen of willen geloven. Uiteraard komt het voor dat sommige hulpverleners onvoldoende op de hoogte zijn hoe je deze groep behandelt, en dus dingen doen die niet goed zijn. Daardoor kan het gebeuren dat iemand dingen gaat geloven die niet kloppen, maar dat is een minderheid. Dat moet je niet gebruiken als bewijs dat dit soort verhalen altijd worden aangepraat.’

Reacties uit enquête

‘Ik vind het belangrijk dat er over “georganiseerd misbruik” wordt gesproken en niet over “ritueel misbruik”, omdat ik denk dat ‘georganiseerd misbruik’ meer recht doet aan wat ik heb ervaren. Naar mijn idee waren de situaties die op ‘rituelen’ leken (ik noemde ze ceremonies) vooral bedoeld om kinderen heel erg bang te maken en onderdeel van de conditionering en misleiding. Het is enorm doortrapt hoe daders te werk gaan.’ 

‘Ik werd bedreigd als ik naar therapie ging. Openheid in therapie had hele nare consequenties, ook al heb ik nooit durven spreken. Ik werd altijd gevolgd door auto’s en busjes als ik naar de GGZ ging, en constant gebeld tijdens therapie. Dat deden ze om me te laten weten dat ze wisten waar ik was. Ik voelde mij gevangen, alsof ik stikte. Ook na therapie stonden ze op me te wachten, of ik werd onderweg gevolgd als ik op de fiets zat. Soms pikten ze me op en volgde fysieke straf.’

‘Ik hoop dat zoveel mensen onafhankelijk van elkaar met hetzelfde verhaal komen, dat we er niet meer omheen kunnen. Hoe pijnlijk het ook is. Ik denk dat de reactie om het weg te wuiven ook ermee te maken heeft dat het pijn doet, maar die reactie draagt eraan bij dat dit blijft doorgaan. Ze zorgen er juist voor dat het zo extreem is dat de slachtoffers niet geloofd worden.’

Hoeveel mensen heeft u zelf behandeld die door ritueel misbruik getraumatiseerd zijn?
‘In de afgelopen 25 jaar heb ik vier mensen behandeld die vertelden geritualiseerd misbruikt te zijn.’

Was daarbij sprake van herinneringen die uit het geheugen verdwenen waren en die in de therapie of anderszins 'hervonden' werden? 
‘Het waren mensen met de diagnose DIS en die veel wisselden tussen verschillende deelpersonen. Vaak was het zo dat de ene deelpersoon / alter zeer goed op de hoogte was van bijvoorbeeld actueel misbruik, terwijl een andere deelpersoon daar geen toegang toe had en soms geen idee had dat er nog sprake was van bijvoorbeeld doorgaand misbruik. De herinneringen waren in die zin nooit weg, of hervonden. Er was in de cliënt sprake van een groep alters die het dagelijks leven deden en sprake van een groep die het traumaleven deden en bijvoorbeeld nog actief waren in de prostitutie.’ 

‘Bij de vier DIS-cliënten die ik behandeld heb, gaven er twee cliënten expliciet aan dat het misbruik en het contact met het netwerk nog actueel was en het misbruik doorgaand tijdens het therapietraject. Voor mij was dit ook zichtbaar in de zin dat cliënten soms bont en blauw op de therapiesessies verschenen.’

Past u hypnosetherapie toe?
‘Ik heb nooit hypnose toegepast om herinneringen naar boven te halen bij deze cliënten. Heb 30 jaar geleden wel ooit een hypnose opleiding gedaan, maar dit al snel losgelaten. Deze opleiding heeft me echter wel geholpen de technieken te begrijpen die de door cliënten beschreven netwerken hanteren om hun slachtoffers te manipuleren. Deze door cliënt beschreven netwerken lijken zeer uitgebreid hypnosetechnieken toe te passen.’

Heeft u dit bij deze cliënten hypnose toegepast?
‘Nee, ik werk überhaupt niet met hypnose.’

Onderzoek alternatief beraad en waarheidsvinding

Het Kenniscentrum – toen nog Alternatief Beraad – heeft ook ooit een onderzoek uitgevoerd. Wat was dat voor een onderzoek?
‘Ton Marinkelle heeft middels uitgebreide vragenlijsten en interviews de ervaringen van ongeveer dertig hulpverleners verzameld. Ik heb aan dat onderzoek meegewerkt. We hebben vooral gekeken of we overlap konden vinden in de getuigenissen van slachtoffers en hulpverleners.’ 

En, vonden jullie die overlap?
‘Ja, er zijn een paar hele heldere overeenkomsten. Bepaalde locaties kwamen overeen. Ook bepaalde namen van daders die specifiek terugkwamen bij verschillende slachtoffers. En we kwamen overlap tegen in de mind control die uitgeoefend was. Slachtoffers kenden dezelfde, aangepaste versies van kinderliedjes.’ 

Daar was laatst een meisje loos
Hier is nu een meisje dood,
want ze ging praten, 
want ze ging praten.
Hier is nu een meisje dood, 
want ze ging praten, 
Daarom moest ze dood.

Ik moet zwijgen als het graf, 
Anders ga ik dood,
Anders ga ik dood.
Ik moet zwijgen als het graf.
Anders ga ik dood,
Dat is mijn straf. 

Wat vond u het meest opvallend?
‘De kinderliedjes. Ik was in eerste instantie alleen maar heel geschokt, überhaupt, dat mensen dat doen. Dat je iemand zo'n pervers kinderliedje laat zingen. Dat komt door de gedachte erachter: zodra iemand begint te praten is het de meest eenvoudige manier om iets te leren. Zo doen we dat eigenlijk allemaal met onze kinderen. Als een kind begint te praten laten we het liedjes zingen. Dat gebeurde daar ook – alleen laten ze daar peuters zingen dat pijn fijn is, en dat je als meisje maar over één ding goed bent. Dat is heel walgelijk en verdrietig.’ 

Een kinderliedje verklaart toch niet dat iemand jarenlang loyaal blijft aan zo’n netwerk?
‘Nee, het liedje is een voorbeeld van hoe het netwerk eigenaar probeert te worden van de persoonlijkheid van het slachtoffer. Ze doen dat ook door iemand te fragmenteren (DIS te creëren) en te traumatiseren. En door mensen te isoleren: denk maar een cult, daar doen ze dat ook. En het is voor volwassenen al lastig om zich los te maken van een cult. Hier hebben we het over kinderen die in netwerken worden geboren. Het is altijd hun wereld geweest.’

‘Daarnaast worden slachtoffers ook nog eens medeplichtig gemaakt. Ze worden gedwongen om kinderen of dieren pijn te doen. De onderliggende boodschap: zie je wel, je wilt dit zelf ook. Je bent zelf net zo slecht. Wij hebben hier beelden van, als mensen dit zien dan ga je de gevangenis in.’ 

Zijn er indicaties dat Mind Control echt mogelijk is?
‘Het is bekend dat de CIA in de jaren ’50 en ’60 in het geheim heeft geëxperimenteerd met hersenspoeling, ook onder invloed van hallucinerende drugs, elektroshocks, onthouding van slaap, martelingen en seksueel misbruik. MK Ultra was de codenaam. Het klinkt haast als een complottheorie, maar de interne documenten van de CIA erover zijn vrijgegeven na een FOIA-request (de Amerikaanse versie van een WOB-verzoek) in 1977.’ 

Verschillende vrouwen hebben ons verteld dat er glas in hun vagina is gestopt, als onderdeel van een reinigingsritueel of als strafmaatregel. Is dat ook iets wat u hoort?
‘Ik heb dat een aantal keer gehoord, en ik heb het ook zelf een keer bij een cliënt van mij meegemaakt. Het gebeurde toen ze zich probeerde los te maken van het netwerk. Dat was een periode met heel veel geweld. Er werd heel erg getrokken om haar vooral binnen te houden.’ 

Hoort u ook dat hooggeplaatsten onderdeel zouden zijn van het netwerk?

‘Ja, dat is wel iets dat ik veel hoor. Ik denk dat het ook iets is dat heel veel verteld wordt, binnen die netwerken, aan de kinderen. Alsof ze iedereen in de macht hebben en de hele wereld beheersen.’     

Nieuw onderzoek onder hulpverleners

‘Het kenniscentrum TGG is dit voorjaar gestart met een nieuw onderzoek onder hulpverleners. Het onderzoek van destijds is als uitgangspunt genomen en aangevuld. Het kenniscentrum hoopt ook een nieuwe generatie hulpverleners te bereiken, om te horen hoe de situatie nu is.’ 

Zijn er al reacties binnen?
‘Ja, we hebben de eerste reacties inmiddels binnen. We hebben het onderzoek pas net opgestart, dus ik kan er nog niet zoveel over vertellen.’ 

Zou u het ook naar buiten brengen als er allerlei aanwijzingen zijn dat ritueel misbruik toch niet bestaat?
‘Ja, natuurlijk. Ik hoop van ganser harte dat we daarop uitkomen. Dat zou mijn leven een stuk prettiger maken. Maar ik vrees dat dat niet de uitkomst zal zijn.’ 

Hoe is er op jullie onderzoek gereageerd?
‘We kregen nauwelijks een reactie. In ieder geval niet van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie. Later schreven de coördinatoren van de LEBZ een reactie in het Tijdschrift voor Psychotherapie:’ 

Wij citeren de conclusie van dat artikel:
Kennelijk kan Marinkelle (de auteur, red.) worden geschaard onder de groep hulpverleners die - louter op grond van verhalen van cliënten - overtuigd zijn van het bestaan van ritueel misbruik; alle opsporingsonderzoeken, onderzoeksrapporten, empirische studies en nuanceringen over ‘de therapeutische waarheid’ ten spijt. […] De vraag is echter of een andere therapeut niet wellicht tot een heel andere diagnose, behandeling, behandelduur en verbetering van de leefsituatie van een cliënt komt. Iemand ten onrechte in de veronderstelling laten of brengen een verleden van seksueel dan wel ritueel misbruik te hebben, vinden wij pas echt traumatiserend

Wat vond u van die reactie?
‘Nou, wij zijn het er natuurlijk volmondig mee eens dat het traumatisch is als iemand misbruik krijgt aangepraat, of als iemand vals wordt beschuldigd. Maar er is ook een andere kant: er blijven mensen komen die getuigen dat zij slachtoffer zijn van een pedoseksueel netwerk waar ook rituelen worden ingezet. 
Ik vind het een kwetsende reactie voor de therapeuten die zo goed mogelijk hun werk proberen te doen. Zij steken hun nek uit vanwege de zorgen die zij hebben over cliënten, omdat zij denken dat het kan gaan om een reëel gevaar. En dan wordt daar niet eens naar gekeken.’   

Reacties uit enquête

‘Er is een commissie geweest die na “rijp beraad” besloten heeft dat satanisme niet bestaat. Wat dat indertijd voor mij betekend heeft is onbeschrijflijk. Stel je voor dat wat u heeft meegemaakt door een commissie verklaard wordt niet te bestaan. Dat was echt erg.’

‘Georganiseerd misbruik bestaat. Het is niet zo, wat ik hoorde bij de ‘overheid’ dat het niet bestaat omdat ‘mensen het dan allang bewezen hadden. Zelfs nu nog, ruim dertig jaar na dato, ben ik als de dood dat het mijn leven kan kosten om erover te praten.’
 

‘Het is door alle mindfuck al zo moeilijk om jezelf te geloven. Je wilt het zelf – liever – niet geloven dat het waar is wat is gebeurd. Maar als deskundigen dan ook nog aangeven dat het ‘in Nederland niet bestaat’ en daar artikelen over publiceren, dat doet pijn! Ik denk dat dit mede komt omdat er ook behandelaren zijn die niet bevoegd zijn, die problematiek ‘zoeken’ bij mensen die er misschien geen last van hebben? Zoiets? Zouden mensen geen onderzoek kunnen doen naar bijvoorbeeld “lichamelijke reacties” bij herbelevingen ofzo. Kun je die faken? Ik weet het niet hoor, maar het zou zo fijn zijn als deskundigen hun best zouden doen om het te onderzoeken, in plaats van proberen “weg te maken”.’ 

Heeft u contact gehad met de LEBZ?
‘Ja, ik heb deze mensen ontmoet, ik denk dat ze hun taak – het beschermen van de burger tegen valse aangiftes – heel hoog hebben, maar dat ze het kind wel met het badwater weggooien. Op dit moment komen er helemaal geen aangiftes meer.’ 

Als zij experts zijn op het gebied van ritueel misbruik, en jullie ook. Hoe kan het dan dat de visies zo ontzettend uit elkaar liggen?
‘De LEBZ is best een grote werkgroep, maar ze hebben veel deskundigen om zich heen verzameld met dezelfde visie. Daardoor worden ze bevestigd in wat ze eigenlijk al denken. Ze houden erg vast aan het idee dat therapeuten alles kunnen aanpraten.’

Wat heeft de oprichting van de LEBZ betekent voor het onderzoek naar Ritueel Misbruik?
‘De LEBZ heeft een sleutelpositie, want alle aangiftes van ritueel misbruik moeten verplicht worden voorgelegd aan de LEBZ. Alles wat ruikt naar satanisch ritueel misbruik wordt geseponeerd. Als cliënten ons advies vragen, ontmoedigen wij op dit moment om aangifte te doen. Het is dichtgetimmerd.’ 

‘Ik weet van collega’s die ernstig teleurgesteld zijn dat een aangifte van een cliënt op voorhand geseponeerd werd. Het gaat dan om collega's die zelf heel overtuigd waren dat er een reëel netwerk actief was.’ 

Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.