Afghaanse tolken die voor de Nederlandse militaire missie hebben gewerkt en hun leven niet zeker zijn, worden op dit moment naar Nederland gehaald. Dat melden Haagse bronnen aan Argos.

De afgelopen weken zijn een aantal tolken en hun gezinnen in Nederland aangekomen. Zij hadden zich gemeld bij de Nederlandse ambassade in Kabul. Aan de repatriëring is geen ruchtbaarheid gegeven. Om veiligheidsredenen kunnen op dit moment nog geen aantallen worden genoemd. 

Het kabinet kwam in december tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer om de Afghaanse tolken aan te merken als ‘systematisch vervolgde groep’. Ze hoeven daardoor alleen nog aan te tonen dat ze voor de internationale missie hebben gewerkt om in aanmerking te komen voor asiel in Nederland. Voorheen moesten tolken kunnen bewijzen dat ze persoonlijk gevaar liepen. Lang niet iedereen kon dat aantonen. Slechts een handvol tolken kreeg daardoor asiel in Nederland. 

Argos besteedt zaterdag aandacht aan de situatie in Afghanistan. Deze week verscheen een rapport waarin staat dat de politietrainingsmissie in Kunduz te rooskleurig werd voorgesteld. Volgende week is ook een Tweede Kamerdebat over de Afghanistan Papers. Uit deze interne documenten, in handen van de Washtington Post, bleek vorig jaar dat hooggeplaatste Amerikaanse functionarissen van begin af aan hebben ingeschat dat de oorlog in Afghanistan eigenlijk niet te winnen was. Het Amerikaanse volk werd daarover niet ingelicht. 

Aan de oorlog neemt ook Nederland nog steeds op beperkte schaal deel. De Nederlandse militairen - vele duizenden zijn er uitgezonden en 25 sneuvelden - werden geholpen door zowel in Nederland als lokaal geworven tolken. Zij waren niet zelden van levensbelang. 

'Dit is het einde van een nachtmerrie'

Het Nederlands Dagblad schreef vorig jaar over het lot van de tolken in Afghanistan. Van de ruim honderd die van 2006 tot 2010 de Nederlandse missie in Uruzgan hielpen, zouden er vier zijn vermoord. Een kwart zou zijn ondergedoken vanwege doodsbedreigingen door Taliban en terreurgroep IS.

‘We leven als gevangenen in eigen land. We worden opgejaagd en afgeslacht’, tekende de krant op uit de mond van tolk Sohel. Hij, zijn vrouw en hun jonge kinderen mochten na de berichtgeving door persoonlijk ingrijpen door minister Bijleveld van Defensie met spoed naar Nederland komen. ‘Dit is het einde van een lange nachtmerrie’, zei hij bij aankomst op Schiphol tegen het Nederlands Dagblad

De twee grootste militaire vakbonden AFMP en VBM en organisaties als Amnesty hebben zich steeds ingezet voor een ruimhartiger beleid voor de tolken. In 2014 bleef een Kamermeerderheid hiervoor nog net buiten bereik. De organisaties vroegen afgelopen oktober, met een paginagrote advertentie in De Telegraaf, opnieuw aandacht voor de situatie van Afghaanse tolken. ‘Minister Bijleveld, u laat deze oorlogshelden toch niet in de steek’, luidde de tekst. 

Onverteerbaar

AFMP-voorzitter Anne-Marie Snels: ‘Het is goed dat de politiek nu wél haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Want dat tolken die de veiligheid van onze militairen mee-waarborgden zélf grote risico’s liepen was voor mij onverteerbaar. Het is fijn dat er ook snel invulling wordt gegeven aan het nieuwe beleid en tolken en hun gezinnen die risico lopen naar Nederland worden gehaald. Ik hoop dat ze hier een veilig leven kunnen leiden en een nieuw bestaan kunnen opbouwen.’