Labib al-Nahhas, voormalig kopstuk van een terroristische Syrische strijdgroep, is niet langer betrokken bij een vredesproject dat Nederland subsidieërde. Nahhas trok zich terug nadat Argos berichtte over zijn rol.

Dat staat in een brief die het ministerie van Buitenlandse Zaken vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Argos bracht het bestaan van de subsidie aan Labib al-Nahhas in oktober aan het licht. De Syrisch-Spaanse Nahhas (46) was tot begin 2017 woordvoerder en ‘buitenlandchef’ van de jihadistische groepering Ahrar al-Sham. De Nederlandse rechter heeft deze organisatie vorig jaar gekwalificeerd als terroristisch. Twee Nederlandse Syriëgangers werden toen veroordeeld op basis van hun lidmaatschap van de groepering.

Uit vertrouwelijke documenten in handen van Argos, bleek eerder dat Buitenlandse Zaken in de periode 2018-2021 subsidie toekent aan het European Institute of Peace (EIP) in Brussel, waarvan een deel gaat naar een burgerrechtenbeweging waarvan Nahhas de programmadirecteur is. Naast de subsidie voor het project kreeg Nahhas ook een vergoeding van 700 euro per dag (voor ruim 10 dagen per maand) als senior adviseur van EIP.

In de kamerbrief staat dat ‘na intensief contact met het Ministerie […] EIP vorige week [heeft] aangegeven dat Dhr. Al-Nahhas zich met onmiddellijke ingang terugtrekt uit het project.’ Ook stelt het ministerie dat ze met de huidige kennis nooit was overgegaan tot het verlenen van subsidie. ‘EIP heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken pas onlangs (21 september) geïnformeerd over de achtergrond van Al-Nahhas. Dit is nalatig’, schrijven de ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken).

Nu Al-Nahhas geen rol meer speelt, zet het ministerie de subsidie aan EIP voort. Over eventuele terugvordering wordt in de brief niet gerept. Oud-Syrië gezant Koos van Dam reageert kritisch op de voortzetting van de subsidie aan EIP, hij is voor tijdelijke opschorting. Van Dam pleit voor een onderzoek naar alle betrokken personen. “Ik zou dat even stopzetten en kijken hoe het precies in elkaar zit. Als er net zulk soort mensen bij zitten en je hebt er niets aan gedaan dan heb je over een tijdje precies hetzelfde probleem”.

De ministers Kaag en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) laten ook kijken of de controle op activiteiten van het ministerie in conflictgebieden in zijn algemeenheid beter moet. De uitkomsten hiervan worden begin komend jaar verwacht.