Een voormalig kopstuk van een als terroristisch aangemerkte Syrische strijdgroep krijgt al jaren geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat blijkt uit vertrouwelijke documenten in handen van Argos.

Het gaat om de Syrisch-Spaanse Labib al-Nahhas (46), tot begin 2017 woordvoerder en ‘buitenlandchef’ van de jihadistische groepering Ahrar al-Sham. De Nederlandse rechter heeft deze organisatie vorig jaar gekwalificeerd als terroristisch. Twee Nederlandse Syriëgangers werden toen veroordeeld op basis van hun lidmaatschap van de groepering.

De regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie willen opheldering van de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken) en Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking). ‘Wij moeten natuurlijk niet voormalige terroristen financieren, ook al zijn ze misschien op dit moment niet meer actief’, zegt bijvoorbeeld ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind.

Uit de documenten blijkt dat Buitenlandse Zaken in de periode 2018-2021 meer dan twee miljoen euro subsidie heeft toegekend aan het European Institute of Peace (EIP) - een non-profit organisatie in Brussel - voor het project ERV (​Empowering Refugee and Internally Displaced Persons Voices​).

Een groot deel van dit geld gaat naar een burgerrechtenbeweging met de naam SACD (Syrian Association for Citizen’s Dignity) waarvan Labib al Nahhas de programmadirecteur is. Naast de subsidie die Nahhas ontvangt voor zijn project krijgt hij ook een vergoeding van 700 euro per dag, gemiddeld meer dan 10 dagen per maand, als senior adviseur van EIP.

Deze foto werd op het officiële twitter-account geplaatst van Ahrar al-Sham, kort na de overname van de Syrische stad Idlib in 2015.

Executies

Dat het geld van de Nederlandse belastingbetaler terechtkomt bij Nahhas is opmerkelijk vanwege zijn voorgeschiedenis bij Ahrar al-Sham. Dit was één van de grootste gewapende jihadistische strijdgroepen in Syrië, met als doel de vestiging van een islamitische staat.

Ahrar al-Sham staat bij mensenrechtenorganisaties bekend als groepering die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de burgerbevolking heeft gepleegd. Onderzoeker Ugur Ungor van het NIOD, ​het Nederlandse oorlogsinstituut, ​legt momenteel een archief aan met getuigenissen van Syriërs​. ‘Iemand werd in de gevangenis gegooid omdat hij een grap had gemaakt over profeet Mohammed. Vrouwen die werden verdacht van prostitutie werden publiekelijk geëxecuteerd.’ Krijgsgevangenen uit het leger van de Syrische president Assad zijn ‘veelal standrechtelijk geëxecuteerd, zonder vorm van proces’, aldus Ungor.

Nahhas zelf is internationaal geen onbekende en schreef als ‘buitenlandminister’ van Ahrar al-Sham zelfs een opiniestuk in The Washington Post,​ waarin hij vraagt om erkenning en steun van de Verenigde Staten. In een reactie aan Argos laat Nahhas weten dat Ahrar al-Sham volgens hem niet is aangemerkt als een terroristische organisatie. Hij zegt zich wel bewust te zijn ‘dat er beschuldigingen zijn van mensenrechtenschendingen over individuele leden van Ahrar al-Sham’. Nahhas heeft zich naar eigen zeggen steeds ingezet om te voorkomen dat Ahrar al-Sham een ‘extreme ideologie’ zou gaan aanhangen. Hij zegt bij de groepering te zijn vertrokken vanwege ‘onoplosbare verschillen’ van inzicht met het leiderschap.

Nahhass bevestigt dat hij betaald werk doet voor het EIP, maar stelt dat de informatie van Argos over de betalingen aan hem ‘niet correct’ is. Om wat voor bedragen het wel gaat wil hij niet zeggen. ‘Ik bevestig hierbij dat ik u op geen enkele manier toestemming heb gegeven om privé-informatie vrij te geven, waaronder de vergoeding die ik ontvang van het EIP.’

'Torture was my punishment'

Download hier het rapport van Amnesty International uit 2016 over mensenrechtenschendingen door gewapende Syrische oppositiegroepen, waaronder Ahrar al-Sham. 

Buitenlandse Zaken

Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt niet te hebben geweten dat Nahhas een verleden had bij Ahrar al-Sham op het moment dat werd besloten om het project van het EIP te financieren. 'Het ministerie van Buitenlandse Zaken beschikt niet op individueel niveau over informatie van alle medewerkers die betrokken zijn bij organisaties of projecten die door Nederland over de hele wereld worden gesteund. De partnerorganisatie moet zorgen voor de noodzakelijke checks, zoals ook in dit geval is gebeurd'.

‘Labib Al Nahhas is in november 2016 weggegaan bij Ahrar al-Sham en zet zich sinds 2017 in voor vreedzame oplossingen in Syrië, met name de bevordering van veilige terugkeer van ontheemden en vluchtelingen’, aldus het ministerie.

‘In de afwegingen rond het besluit om te gaan samenwerken met Labib al-Nahhas heeft het EIP rekening gehouden met zijn rol destijds bij Ahrar al-Sham. Maar volgens het EIP was er geen grond om die samenwerking niet aan te gaan. Het EIP was zich ervan bewust dat er kritiek en beschuldigingen aan het adres van Ahrar al Sham zijn geuit. Maar volgens het EIP zijn er geen aanwijzingen dat Labib al-Nahhas ooit heeft deelgenomen aan of heeft bijgedragen aan vermeende schendingen van de mensenrechten of het oorlogsrecht.’ Het ministerie wil niet zeggen wat Nahhas verdient. ‘Dit is personeel vertrouwelijk en kan dus niet worden gedeeld.’

Opmerkelijk is dat minister Blok van Buitenlandse Zaken Ahrar al-Sham in een brief aan de Tweede Kamer eerder zelf heeft betiteld als een groepering ‘met een jihadistische en salafistische achtergrond' en een ‘voormalig samenwerkingspartner van terroristische en jihadistische groepen als al-Nusra’.

Dit was dan ook reden om de beweging, in tegenstelling tot sommige ‘gematigde’ strijdgroepen, niet voor steun door Nederland in aanmerking te laten komen, zoals de levering van uniformen en pick-uptrucks.

Blok en het ministerie van Buitenlandse Zaken kregen in 2018 zware kritiek nadat Nieuwsuur​ en ​Trouw​ hadden onthuld dat Nederland via het staatsgeheime NLA-programma (Non Lethal Assistance) dit soort steun had geleverd aan Jabhat al-Shamiya. Dit is een groepering die door het Nederlandse Openbaar ministerie als terroristisch was omschreven.

Tweede Kamer

Tweede Kamerleden van de coalitiepartijen reageren zeer kritisch op de subsidies voor Nahhas en zijn project. ‘Natuurlijk mag Nederland nooit een financiële bijdrage leveren aan jihadisten, ook niet als verpakt in een vredesproject. Wij zijn dan ook zeer benieuwd naar de achterliggende feiten en de uitleg van de ministers Kaag en Blok’, zegt VVD-Kamerlid Sven Koopmans.

Kamerlid Voordewind (ChristenUnie) wil weten wanneer het ministerie precies wist dat Nahhas een kopstuk is geweest van Ahrar al-Sham. ‘Als ze het niet wisten, dan maak ik mij zorgen. Dat betekent dat ze deze mensen dus niet goed screenen. Er zitten enkele honderden medewerkers bij het ministerie om dit soort dingen te checken. En als ze het wel wisten dan hebben we helemaal een probleem, want dan betalen wij dus indirect gewoon mensen die betrokken waren bij een terroristische organisatie.’

Ook het CDA wil opheldering. ‘De minister moet weten dat dit gevoelig ligt in de Kamer, zeker ook bij mij, omdat ik er al zo vaak schriftelijke vragen over heb gesteld’, zegt Tweede Kamerlid Martijn van Helvert. ‘Hoe wordt gecontroleerd of deze meneer doet met het geld dat hij zegt dat hij doet, namelijk voor burgerrechten in plaats van schieten op burgers?’

Mensenrechtenschendingen

Meerdere mensenrechtenorganisaties hebben over Ahrar al-Sham gerapporteerd. Ruud Bosgraaf van Amnesty International: ‘Het is een organisatie die op vrij grote schaal mensenrechten schond, dan moet je denken aan ontvoeringen, martelingen en moord. Zo vonden er bijvoorbeeld in Aleppo in april 2016 raketaanvallen plaats op burgerdoelen door onder andere Ahrar al-Sham met een onbekend aantal doden tot gevolg. In mei 2016 volgde een grote aanslag in Alzara waardoor vooral veel kinderen, vrouwen en ouderen om het leven kwamen.

In deze video beschuldigt Human Rights Watch Ahrar al-Sham ervan één van de strijdgroepen te zijn geweest tijdens een aanval in het Syrische Latakia in 2013, met 67 bevestigde burgerdoden. In een reactie ontkende de groep betrokkenheid.