‘Behandelaars lopen risico op secundaire traumatisering.’ Dat zegt klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker Susanne Nick. Zij doet in Duitsland onderzoek naar ritueel misbruik. 174 professionals werkten mee. Driekwart voelt zich machteloos of geïsoleerd. Een op de vijf hulpverleners voelt zich persoonlijk bedreigd.

U heeft onderzoek gedaan naar georganiseerd ritueel geweld. Waarom? 
We wilden weten wat de begeleiding van slachtoffers van deze vorm van extreem geweld betekent voor professionele behandelaars en hulpverleners, en welke ervaringen zij hebben.  Het onderzoek is onderdeel van een driejarig wetenschappelijk onderzoeksproject naar georganiseerd ritueel geweld. Het project werd geleid door professor Peer Briken, de directeur van het Instituut voor Seksuologie en Forensische Psychiatrie van de universiteitskliniek Hamburg-Eppendorf. Briken is tevens lid van de UKASK, een onafhankelijke onderzoekscommissie die in het leven is geroepen door Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik Johannes Rörig. Deze onderzoekscommissie kreeg tientallen getuigenissen over georganiseerd ritueel geweld. In Duitsland zijn er sinds de jaren negentig rapporten van professionals, die slachtoffers van georganiseerd ritueel geweld hebben behandeld, in de meeste gevallen vanwege de zware posttraumatische gevolgen van het geweld.  

Hoe heeft u dit onderzocht? 
We hebben een online enquête uitgevoerd, omdat we data wilden verzamelen. Die enquête hebben we via allerlei instanties, netwerken en andere kanalen in heel Duitsland verspreid onder professionals. De enquête was uitsluitend gericht aan mensen die ervaring hebben met de behandeling of begeleiding van slachtoffers van ritueel georganiseerd geweld.  

Hoe heeft u het begrip Georganiseerd Ritueel Geweld gedefinieerd? 
Het gaat om een systematische uitoefening van geseksualiseerd zwaar geweld, dat gepaard gaat met andere vormen van fysiek en psychisch geweld tegen kinderen, jongeren en volwassenen. Karakteristiek is dat het geweld wordt uitgeoefend door meerdere daders of netwerken van daders. Dit kunnen mannen en vrouwen zijn, die systematisch, gecoördineerd en planmatig te werk gaan. Vaak is er tegelijk sprake van commerciële seksuele uitbuiting zoals kinderprostitutie, kinderporno en andere vormen van gedwongen prostitutie of gewelddadige porno. De daders komen vaak uit de familie van de slachtoffers. Dit maakt het mogelijk om kinderen al op zeer jonge leeftijd te misbruiken. Het begrip ritueel betekent dat er gebruik wordt gemaakt van een religie of (pseudo)ideologie, die de daders aanhangen en gebruiken voor hun doeleinden. Aan het geweld wordt hiermee een bepaalde zingeving toegekend en de slachtoffers worden op die manier gebonden aan de groep.  

Wie hebben meegedaan aan die enquête? 
174 professionals hebben de uitgebreide vragenlijst ingevuld. De meeste respondenten hebben aangegeven dat ze psychotherapeut, psycholoog of psychiater zijn. Maar ook gynaecologen, andere artsen, maatschappelijk werkers en pastoraal werkers deden mee. De gemiddelde leeftijd was 50 jaar. De overgrote meerderheid van de respondenten was vrouw.  

En al deze professionals hebben ervaring met slachtoffers van georganiseerd ritueel geweld? 
Ja. Dat was de voorwaarde voor deelname aan het onderzoek. En de respondenten gaven dit ook expliciet aan. De vragen waren uitsluitend gericht aan professionals met ervaring op dit terrein.  

Gaat het bij de deelnemende psychotherapeuten om officieel erkende therapeuten? 
Het grootste deel geeft aan dat ze in Duitsland in de reguliere zorg werkzaam zijn. Dat betekent dat ze officieel erkende therapieën toepassen, die ook door de ziektekostenverzekeraars vergoed worden. Ze werken in klinieken of in eigen ambulante praktijken. Een groot deel van de deelnemende professionals geeft bovendien aan , dat ze naast de reguliere opleiding ook nog speciale opleidingen of bijscholingen hebben gevolgd. Daarbij gaat het vooral om het werken met complex getraumatiseerde mensen en mensen met DIS ten gevolge van georganiseerd ritueel geweld.   

Susanne Nick

Susanne Nick is als klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de universiteitskliniek Hamburg-Eppendorf. Ze is gespecialiseerd in complex trauma en dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Ze behandelt al bijna twintig jaar slachtoffers van extreem geweld. Nick deed onderzoek naar de ervaringen die professionele behandelaars en hulpverleners hebben met slachtoffers van georganiseerd ritueel geweld. Samen met drie collega-wetenschappers, onder wie psychiater en hoogleraar Peer Briken, publiceerde ze een artikel hierover in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Trauma und Gewalt’ (mei 2019).

Om wat voor soort dadergroepen gaat het bij georganiseerde ritueel geweld in Duitsland? 
Volgens de resultaten van ons onderzoek gaat het om sekte-achtige groepen die bepaalde ideologieën aanhangen en hun leden indoctrineren. Ze zien zichzelf als tegencultuur, als elite, of als toekomstige elite van de maatschappij.  

Gaat het vooral om Satanisme? 
Het gaat om een breder spectrum aan ideologieën. Maar Satanisme wordt inderdaad het vaakst genoemd. Om precies te zijn heeft 69% van de professionals Satanisme als ideologische context opgegeven. Maar er zijn ook andere religieuze sektes en fascistische of racistische ideologieën. Sommigen van de professionals hebben te maken gehad met verschillende ideologische groeperingen of contexten. Slachtoffers vertellen dat ze van jongs af aan de betreffende ideologie krijgen ingepeperd, in combinatie met zwaar geweld. Ik vind het belangrijk dat we ons in de discussie over georganiseerd ritueel geweld niet uitsluitend richten op Satanisme. Vaak vormen verschillende ideologische groeperingen een netwerk. Vaker dan Satanisme worden georganiseerde misdaad en commerciële seksuele uitbuiting genoemd.     


'Het is extra zwaar als slachtoffers nog in contact staan met de daders en proberen zich daarvan los te maken.'

Wat vertellen de professionals over rituelen die bij de uitoefening van geweld worden uitgevoerd? 
In ons onderzoek geven veel van de professionals aan dat het om lichamelijk geweld en verkrachtingen in groepsverband gaat. Ook worden speciale feestdagen genoemd, bepaalde symbolen, bepaalde kleding en rituele handelingen. 

In de Argos-enquête gaven veel slachtoffers aan, vaak al op zeer jonge leeftijd, door iemand uit de familie te zijn ‘ingebracht’ in de groep. Geven uw respondenten dat ook aan? 
Ja. Ook onze respondenten geven aan dat hun cliënten vaak al op zeer jonge leeftijd georganiseerd ritueel geweld hebben meegemaakt. Het zijn de ouders of anderen uit de directe omgeving die toegang hebben tot een kind. Ruim 80% van onze respondenten geeft aan dat het misbruik begon in het gezin, waarin het slachtoffer als kind opgroeide. Daarbij gaan deze vormen van geweld veelal van generatie op generatie; een moeder werd bijvoorbeeld al misbruikt als kind en levert haar dochter nu uit aan de groep. Volgens de respondenten vindt bij 67% van hun cliënten het ritueel misbruik in tweede generatie plaats.  

Wat betekent het werken met slachtoffers van dit soort geweld voor de professionals? 
Georganiseerd ritueel geweld is extreem geweld. Professionals worden daarmee geconfronteerd. Ze horen de beschrijvingen van wat er gebeurd is, zien wat het geweld met de slachtoffers doet en maken soms ook mee hoe zij door de herinneringen aan verkrachtingen paniekaanvallen krijgen. Dit is ook voor professionals zeer belastend. 77% van de respondenten geeft dit aan. Daar komt nog bij dat de cliënten nog niet altijd veilig zijn. Door hun zware dissociatieve stoornissen en het daarmee gepaard gaande geheugenverlies zijn ze zich er soms niet van bewust dat ze nog in contact staan met daders en mogelijk opnieuw slachtoffer worden van geweld. Er zijn spreekverboden en dreigementen wat er met mensen gebeurt die ondersteuning proberen te vinden. Dat professionals hun eigen cliënten geen veiligheid kunnen bieden is emotioneel zwaar belastend.  

Worden behandelaars zelf overspannen of ziek? 
Ja, dat komt voor. Een op de vijf respondenten geeft aan dat te kampen te hebben (gehad) met klinisch relevante verschijnselen van overbelasting. Omdat die het gevolg zijn van wat de professionals horen van of zien bij hun cliënten spreken we over een secundaire traumatisering. Dit zijn dus de professionals die zelf echt ziek werden ten gevolge van dit werk. Maar nog veel meer mensen, ruim drie kwart van de respondenten, ervaren een zware emotionele belasting in verband met dit werk. Ze voelen zich machteloos. Ze voelen zich geïsoleerd. Er zijn weinig collega’s die verstand hebben van ritueel geweld. De opleiding is op dit specifieke terrein gebrekkig. Het is moeilijk om supervisie te vinden. En in de maatschappij wordt vaak met ongeloof gereageerd. Het is extra zwaar als slachtoffers nog in contact staan met de daders en proberen zich daarvan los te maken. Dit betekent dat de professionals dicht in de buurt van de georganiseerde misdaad komen. Dit ervaren zij als bedreigend.  

Worden behandelaars of begeleiders zelf bedreigd? 
21% van de respondenten geeft aan zich in verband met dit werk persoonlijk bedreigd te voelen. Een aantal heeft ook stappen ondernomen om de eigen veiligheid te vergroten. Sommigen hebben aangifte gedaan bij de politie. Ze zijn, voor zover ze dat in de enquête aangeven, niet direct fysiek aangevallen, maar ze zijn wel op allerlei manieren bedreigd. Meestal gebeurt dat op een manier waardoor niet één-op-één te bewijzen is dat dit verband houdt met de begeleiding van een cliënt of dat het wordt gedaan door daders uit de omgeving van de cliënt. Toch blijkt uit de enquête dat de professionals, die hiermee geconfronteerd worden, dit zeer serieus nemen en als bedreiging ervaren.  

Waarom blijven professionals dit werk dan toch doen?  
Dat is een goede vraag. Het werk is zwaar en de maatschappelijk erkenning laat te wensen over. De meeste professionals hebben er niet bewust voor gekozen te gaan werken met slachtoffers van georganiseerd ritueel geweld. Ze worden er plotseling mee geconfronteerd doordat een vrouw met een dergelijke achtergrond ineens op de stoep staat en vraagt om hulp. Het zijn de indringende persoonlijke ontmoetingen met deze mensen die de professionals ertoe brengen dit werk te doen. En ze zien dat het zinvol en nuttig is. Vaak blijken de slachtoffers enorm sterke persoonlijkheden, die ondanks alles er toch in slagen om zich los te maken van dit soort groepen. Er zijn nog steeds te weinig professionals die dit werk doen, maar degenen die het doen vormen een netwerk en ondersteunen elkaar. En het worden er ook steeds meer. Het zijn er in Duitsland inmiddels veel meer dan tien jaar geleden nog het geval was. Gelukkig maar, want het is nodig.  

Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.